Dutch Fluency
Find my level
Login
Play me!

De Buren en de Lampion

Het is een koude avond in Den Haag.

De straat is stil.

De bomen zijn bijna kaal.

Ik woon in een klein huis.

Mijn buurman heet meneer De Vries.

Hij is oud en altijd vriendelijk.

Naast hem woont mevrouw Klaassen.

Zij is jong en heeft een baby.

Het is zes uur.

Ik loop naar de keuken.

Ik maak thee.

Het raam staat open.

Ik hoor een geluid.

Het is een klein geluid.

Het komt van buiten.

Ik kijk uit het raam.

De straat is donker.

Er is een lampion op de stoep.

De lampion is rood.

Hij brandt niet.

Wie heeft die daar gezet?

Ik weet het niet.

Dan zie ik meneer De Vries.

Hij loopt naar de lampion.

Hij pakt hem op.

Hij kijkt naar het huis van mevrouw Klaassen.

Hij loopt naar haar deur.

Hij klopt.

Mevrouw Klaassen doet open.

Ze heeft de baby op haar arm.

'Dag meneer De Vries,' zegt ze.

'Wat is er?' 'Deze lampion is voor uw baby,' zegt hij.

'Ik heb hem gemaakt.' Mevrouw Klaassen kijkt verrast.

'Echt waar?' zegt ze.

'Ja,' zegt meneer De Vries.

'Ik vind het leuk om dingen te maken.

De baby is klein.

Een lampion is mooi voor haar kamer.' Mevrouw Klaassen lacht.

'Dank u wel,' zegt ze.

'Dat is heel aardig.' Ze neemt de lampion.

Ze hangt hem aan de deur.

De lampion is mooi.

Hij is rood met kleine sterren.

Ik drink mijn thee.

Ik denk: wat een aardige buurman.

Maar dan hoor ik een ander geluid.

Het is een auto.

De auto stopt voor het huis van mevrouw Klaassen.

Een man stapt uit.

Hij is groot en heeft een bril.

Hij loopt naar de deur.

Hij ziet de lampion.

Hij kijkt boos.

Hij belt aan.

Mevrouw Klaassen doet open.

De man zegt: 'Wat is dat?' Hij wijst naar de lampion.

Mevrouw Klaassen zegt: 'Het is een cadeau van meneer De Vries.

Voor de baby.' De man lacht hard.

'Meneer De Vries?

Die oude man?

Hij is gek.' Mevrouw Klaassen wordt stil.

'Waarom zeg je dat?' vraagt ze.

'Omdat hij altijd rare dingen doet,' zegt de man.

'Gisteren gaf hij een plant aan de buurvrouw.

Vorige week gaf hij een boek aan de postbode.

Het is raar.' Ik hoor het gesprek.

Ik voel me niet goed.

Meneer De Vries is niet raar.

Hij is aardig.

De man is de vriend van mevrouw Klaassen.

Hij is onvriendelijk.

Dan zie ik meneer De Vries weer.

Hij staat bij zijn raam.

Hij heeft een kopje koffie.

Hij kijkt naar de straat.

Hij hoort de man.

Zijn gezicht wordt bleek.

Hij kijkt verdrietig.

Ik wil iets zeggen.

Maar ik weet niet wat.

De man loopt naar binnen.

Mevrouw Klaassen kijkt naar de lampion.

Ze haalt hem van de deur.

Ze stopt hem in haar tas.

Ze sluit de deur.

De straat is weer stil.

Ik voel me boos.

Meneer De Vries is een goede buurman.

Hij is altijd aardig voor iedereen.

De lampion was een mooi cadeau.

Maar de man begreep het niet.

Ik denk aan de baby.

De baby zal de lampion missen.

Ik besluit morgen een briefje te schrijven.

Voor meneer De Vries.

Om hem te bedanken.

Voor zijn vriendelijkheid.

De lampion was niet raar.

Hij was lief.

En ik hoop dat de baby hem ooit ziet.

Tot de volgende.

Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze