Dutch Fluency
Find my level
Login
Play me!

Een Nieuwe Stap voor Sophie

Sophie woont in een klein huis in Utrecht.

Het huis heeft een rode voordeur en witte ramen.

Ze is 32 jaar oud.

Ze werkt drie dagen per week in een bakkerij.

De bakkerij ruikt altijd naar vers brood en kaneel.

De geur van kaneel is zoet en warm.

Sophie houdt van haar werk.

Ze houdt van de geur van het brood.

Maar thuis is het niet altijd fijn.

Haar man, Marc, schreeuwt vaak tegen haar.

Zijn stem is hard en luid.

Hij gooit soms dingen op de grond.

Een bord of een glas.

Sophie is bang voor hem.

Ze praat niet veel over haar leven thuis.

Ze vertelt het niemand.

Op een dinsdag gaat Sophie naar haar werk.

Het is koud buiten.

De wind waait door haar jas.

Haar collega Lisa staat achter de toonbank.

Lisa ziet dat Sophie rode ogen heeft.

Ze vraagt zachtjes: "Gaat het wel goed met jou?" Sophie zegt eerst niets.

Ze kijkt naar de vloer.

De vloer is wit en schoon.

Dan zegt ze: "Nee, het gaat niet goed.

Marc is weer boos geweest.

Hij schreeuwde de hele avond." Lisa luistert goed.

Ze zegt: "Ik ken een plek waar je kunt praten met iemand.

Het is een huis voor vrouwen.

Daar ben je veilig." Lisa schrijft een adres op een klein papiertje.

Het papiertje is geel en glad.

Sophie stopt het papiertje in haar zak.

Ze denkt er de hele dag aan.

Ze voelt het papiertje in haar zak.

Na haar werk loopt ze naar het adres.

Het is een groot grijs gebouw aan een rustige straat.

Er hangt een bord bij de deur.

Op het bord staat: "Welkom.

Je kunt hier binnenkomen." De letters zijn blauw.

Sophie staat lang voor de deur.

Haar hart klopt snel.

Ze hoort haar eigen adem.

Ze haalt diep adem.

Dan belt ze aan.

De bel maakt een zacht geluid.

Een vrouw doet de deur open.

Ze heet Nora.

Nora heeft een vriendelijk gezicht en een warme stem.

Ze zegt: "Hallo.

Kom binnen.

Wil je thee?" Sophie gaat naar binnen.

De kamer is warm en rustig.

Er staan groene planten op de vensterbank.

De planten hebben grote bladeren.

Er ligt een zachte mat op de vloer.

De mat is rood en zacht.

Sophie voelt zich iets rustiger.

Ze ruikt de geur van thee.

Nora en Sophie praten lang.

Nora legt uit dat Sophie niet alleen is.

Veel vrouwen komen naar dit huis.

Ze kunnen er slapen, eten en praten.

Er zijn ook mensen die helpen met papieren en met de rechter.

Sophie vraagt: "Maar wat doe ik met mijn spullen thuis?" Nora zegt: "Dat regelen we samen.

Stap voor stap.

Je hoeft niet alles vandaag te doen." Na het gesprek loopt Sophie naar buiten.

De lucht is fris.

De straat is stil.

Sophie denkt: "Ik heb vandaag iets gedaan.

Dat is goed." Ze voelt de kou op haar wangen.

De volgende dag belt Sophie naar Nora.

Ze vraagt of ze mag komen met een tas.

Nora zegt: "Ja, natuurlijk.

De deur is altijd open." Sophie pakt een kleine tas.

Ze neemt haar kleren mee, haar tandenborstel en een foto van haar moeder.

De foto is oud en een beetje geel.

Ze sluit de deur van het huis achter zich.

Het geluid van de deur is zacht.

Ze loopt naar de bushalte.

In de bus kijkt Sophie uit het raam.

Ze ziet de straten van Utrecht.

Ze ziet mensen fietsen en lachen.

Ze denkt: "Dit is mijn stad ook.

Ik hoor hier ook bij." De bus rijdt langs de grachten.

Bij het gebouw van Nora staat Lisa al te wachten.

Lisa heeft twee kopjes koffie in haar handen.

Ze lacht naar Sophie.

Sophie lacht terug.

De koffie ruikt sterk.

Het is een kleine dag.

Maar het is een belangrijke dag.

Sophie denkt: "Ik ben niet alleen.

Er zijn mensen die mij helpen." Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze