

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is dinsdagochtend in Den Haag.
De lucht is grijs en een beetje koud.
Mevrouw De Vries loopt naar de groentewinkel.
Ze wil uien en tomaten kopen.
Ze heeft haar rode jas aan en haar boodschappentas onder haar arm.
De wind speelt met haar sjaal.
Ze voelt de kou op haar wangen.
De straten zijn stil, maar de winkels openen hun deuren.
Mevrouw De Vries hoort het geluid van een fietsbel.
Ze kijkt op en ziet een buurman voorbijfietsen.
Hij zwaait.
Zij zwaait terug.
Dan komt ze bij de groentewinkel.
De deur gaat open met een belletje.
Ze ruikt verse groenten en aarde.
De winkelier, meneer Jansen, ziet er moe uit.
Zijn ogen zijn een beetje rood.
Hij zegt: 'Goedemorgen, mevrouw De Vries.
De prijzen zijn hoog vandaag.' Mevrouw De Vries kijkt naar de prijskaartjes.
De uien kosten twee euro per kilo.
Dat is veel geld.
Vroeger kostten ze maar een euro.
Ze herinnert zich dat ze vorige week nog goedkope uien kocht.
Nu is alles anders.
'Waarom is alles zo duur?' vraagt ze.
Meneer Jansen legt uit: 'Canada en Amerika hebben ruzie.
Canada vraagt nu meer geld voor spullen uit Amerika.
Daarom zijn veel dingen duurder.' Hij wijst naar de tomaten.
'Deze tomaten komen uit Amerika.
Ze zijn nu duurder.' Mevrouw De Vries knikt.
Ze begrijpt het niet helemaal.
Maar ze ziet dat meneer Jansen ook zorgen heeft.
Ze koopt toch wat groenten.
Ze kiest uien, tomaten, wortels en aardappels.
Ze betaalt en doet de groenten in haar tas.
Dan heeft ze een idee.
Ze wil soep maken voor de buren.
Soep is warm en lekker.
En soep maakt mensen blij.
Ze loopt snel naar huis.
Thuis zet ze een grote pan op het vuur.
Ze hoort het water pruttelen.
Ze snijdt uien en tomaten.
De uien maken haar ogen een beetje nat.
Ze veegt ze af.
De keuken ruikt heerlijk.
Ze doet er ook wortels en aardappels in.
Ze roert in de pan met een houten lepel.
De kleuren zijn mooi: oranje, rood en geel.
Ze voelt de warmte van het vuur.
Ze denkt aan haar buren.
Sommigen zijn oud en alleen.
Anderen hebben weinig geld.
Soep is goed voor hen.
Terwijl de soep kookt, hoort ze een klop op de deur.
Haar buurvrouw, mevrouw Bakker, komt langs.
Ze draagt een blauwe sjaal en glimlacht.
'Wat ruikt het hier lekker!' zegt ze.
Mevrouw De Vries lacht.
'Ik maak soep voor iedereen in de straat.' 'Waarom?' vraagt mevrouw Bakker verbaasd.
Ze kijkt naar de pan.
'Omdat de wereld soms moeilijk is,' zegt mevrouw De Vries.
'Maar soep helpt altijd.' Mevrouw Bakker knikt.
Ze pakt een mes en helpt mee.
Ze snijdt de groenten.
Ze roert in de pan.
Samen praten ze over de hoge prijzen.
'Ik koop minder vlees nu,' zegt mevrouw Bakker.
'Groenten zijn ook prima.' Mevrouw De Vries knikt.
'Ja, en we kunnen meer soep maken.
Dat is goed voor de portemonnee.' Ze lachen samen.
De soep borrelt.
De geur wordt sterker.
Om twaalf uur is de soep klaar.
De geur vult de hele keuken.
Mevrouw De Vries doet de soep in potten.
Ze zet de potten op het aanrecht.
Ze pakt een pot en loopt naar de winkel van meneer Jansen.
Ze brengt een pot naar meneer Jansen.
'Voor u,' zegt ze.
'Dank u wel,' zegt hij.
Hij opent de pot en ruikt eraan.
'Dit maakt mijn dag beter.' Hij glimlacht voor het eerst vandaag.
Mevrouw De Vries voelt zich goed.
Daarna gaat ze naar de buren.
Ze loopt van deur tot deur.
Ze geeft elke buur een pot soep.
De mensen in de straat zijn blij.
Ze praten met elkaar.
Ze lachen samen.
De soep brengt mensen bij elkaar.
Mevrouw De Vries voelt zich tevreden.
Ze heeft niet veel geld.
Maar ze heeft wel een warm hart.
En dat is genoeg.
'Morgen maak ik weer soep,' zegt ze tegen zichzelf.
'Misschien met pompoen.' Ze kijkt naar de lege potten.
Ze glimlacht.
De wereld is misschien duur.
Maar vrienden zijn gratis.
En soep is altijd een goed idee.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze