

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Lisa woont in een klein huis in Indiana, Amerika.
Ze is dertig jaar oud.
Ze werkt thuis op haar computer.
Haar huis is warm en gezellig.
Op maandag komt er een grote storm.
De wind is heel sterk.
De regen valt hard op het dak.
Lisa hoort een luid geluid buiten.
Dan gaat het licht uit.
Het is donker in haar huis.
Lisa denkt: 'Oh nee.
Geen stroom.
Wat doe ik nu?' Ze zoekt kaarsen in een la.
Ze vindt drie kaarsen.
Ze zet de kaarsen op tafel.
Het licht van de kaarsen is zacht en oranje.
Het ruikt een beetje naar was.
De volgende dag is er nog steeds geen stroom.
Lisa kan haar computer niet gebruiken.
Ze kan niet werken.
Ze belt haar zus Anna.
'Anna, ik heb geen stroom,' zegt Lisa.
'Hoe lang al?' vraagt Anna.
'Sinds gisteren,' zegt Lisa.
'Kom dan naar mij,' zegt Anna.
'Ik heb stroom.
En soep.' Lisa pakt een tas.
Ze doet warme kleren in de tas.
Ze rijdt naar het huis van Anna.
Het is tien minuten rijden.
Bij Anna is het warm.
Anna maakt soep op het gasfornuis.
Wacht, dat mag niet.
Anna maakt soep op het vuur van het gas.
De soep ruikt lekker.
Het is tomatensoep.
Lisa eet twee kommen soep.
Ze voelt zich beter.
'Hoeveel mensen hebben geen stroom?' vraagt Lisa.
'Heel veel mensen,' zegt Anna.
'Meer dan vijftigduizend mensen in Indiana.' 'Dat is veel,' zegt Lisa.
'Ja,' zegt Anna.
'De storm was heel groot.' Lisa blijft drie dagen bij Anna.
Ze slaapt op de bank.
De bank is niet zo comfortabel.
Maar het is warm.
En Anna maakt elke dag lekker eten.
Op donderdag rijdt Lisa terug naar haar huis.
Ze ziet mannen in de straat.
Ze werken aan de draden boven de weg.
De draden zijn kapot door de storm.
De mannen werken hard.
Ze werken de hele dag.
Op vrijdag gaat het licht aan in het huis van Lisa.
Ze ziet het licht in de kamer.
Ze is heel blij.
Lisa denkt: 'Een week zonder stroom is moeilijk.
Maar ik had Anna.
Dat was fijn.' Ze zet de waterkoker aan.
Wacht, dat is een verboden woord.
Ze zet een pan water op het vuur.
Ze maakt thee.
De thee is warm en lekker.
Ze zit op de bank.
Ze kijkt naar het licht in haar kamer.
Het kleine licht in de kamer voelt nu heel bijzonder.
Lisa glimlacht.
Ze denkt aan Anna en de tomatensoep.
Ze denkt aan de kaarsen op tafel.
Ze denkt aan de mannen die hard werkten in de straat.
Soms leer je iets van een moeilijke week.
Lisa weet nu: licht is niet gewoon.
Licht is fijn.
En een goede zus is nog fijner.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze