

Woordenschat
Ik ben in de javastraad. Ja, de javastraad is in Amsterdam oost. Amsterdam is een stad. Ja, een leuke stad.
I'm in the Javastraat. Yes, the Javastraat is in Amsterdam East. Amsterdam is a city. Yes, a nice city.
Ik vind de javastraad leuk. De javastraad is een straat in Amsterdam. Een speciale straat, een straat met veel huizen en veel mensen, mannen en vrouwen en kinderen ook.
Ik zie een man. De man is aan het werk. Hij maakt een tekening. Een tekening van de javastraad. Hij gebruikt inkt en potloot en waterverf.
Ik vind de tekening mooi. De tekening is goed. Ik zie een vrouw. De vrouw heeft een kind. Het kind is blij. Het kind speelt. Het kind speelt met een auto. Een kleine auto. Een rode auto.
De vrouw kijk naar het kind. De vrouw is ook blij. Ik zie een huis. Een groot huis. Het huis is in de javastraad. Het huis is oud. Maar het huis is mooi. Het huis is speciaal. Net als de javastraad. Ik drink een kopje koffie. De koffie is lekker. Ik eet een broodje. Het broodje is ook lekker. Ik ben blij. Ik ben blij in de javastraad. Ik ga weg. Ik ga naar mijn huis. Maar ik kom terug.