

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Dit is Tom.
Tom is een man.
Tom komt uit Amerika.
Tom woont in Nederland.
Hij woont in de stad.
De stad is Leiden.
Leiden is een mooie stad.
Tom gaat naar school.
De school is groot.
De school is in Leiden.
Tom leert Nederlands op school.
Hij leert veel woorden.
Hij leest een boek.
Het boek is rood.
Tom zit aan een tafel.
De tafel is heel groot.
Dit is Ali.
Ali is ook een man.
Ali komt uit Iran.
Ali woont ook in Leiden.
Ali gaat ook naar school.
Ali leert ook Nederlands.
Ali zit naast Tom.
Zij zitten aan een tafel.
De tafel is voor twee.
Tom heeft een kant.
Ali heeft een kant.
Zij hebben een afspraak.
De afspraak is heel simpel.
Tom blijft op zijn kant.
Ali blijft op zijn kant.
Dat is de afspraak.
Het is een goede afspraak.
Tom en Ali zijn blij.
Het is ochtend in Leiden.
De zon schijnt in Leiden.
Het is een mooie dag.
Tom en Ali zijn op school.
Zij zitten in de klas.
De klas is heel groot.
Er zijn veel ramen.
Zij kijken uit het raam.
Zij zien de straat.
Zij zien een auto.
De auto is rood.
Zij zien een fiets.
De fiets is blauw.
Zij zien een man.
De man loopt op straat.
Zij zien een vrouw.
De vrouw fietst op straat.
Dan kijken zij weer binnen.
Zij lezen in het boek.
Zij schrijven in een schrift.
Het schrift is geel.
Tom heeft een pen.
De pen is blauw.
Ali heeft een potlood.
Het potlood is groen.
Zij werken heel hard.
Zij kijken naar het bord.
Het bord is wit.
De juf staat voor in de klas.
De juf praat heel veel.
Tom luistert naar de juf.
Ali luistert naar de juf.
Dan doet Tom iets.
Tom legt zijn pen neer.
De pen ligt op tafel.
Maar de pen gaat weg.
De pen gaat naar Ali.
De pen ligt bij Ali.
De pen is op de kant van Ali.
Tom pakt de pen niet.
Tom kijkt naar de juf.
Ali ziet de pen.
Ali kijkt naar de pen.
Ali kijkt naar Tom.
Ali is niet blij.
Zij hebben een afspraak.
Tom vergeet de afspraak.
Dit is niet goed.
Ali zegt boze woorden.
"Dit is mijn kant." "Jij bent op mijn kant." "Pak je pen nu." "Ik ben heel boos." Dat zegt Ali tegen Tom.
Tom hoort de woorden.
Tom kijkt naar Ali.
Tom ziet de pen.
Tom ziet de boze Ali.
Tom pakt zijn pen.
"Sorry," zegt Tom.
"Het is een fout." "Ik doe het niet meer." Ali kijkt naar Tom.
Ali is nog een beetje boos.
Maar Ali zegt niets.
Ali kijkt weer naar het bord.
Tom kijkt ook naar het bord.
De pen is bij Tom.
De afspraak is weer goed.
Zij werken weer hard.
Zij leren veel woorden.
De school is heel leuk.
Het is middag in Leiden.
De school is klaar.
Tom en Ali gaan naar huis.
Zij lopen op straat.
Zij zien een hond.
De hond is wit.
Zij zien een kat.
De kat is zwart.
De hond kijkt naar de kat.
De kat kijkt naar de hond.
Tom loopt naar zijn huis.
Ali loopt naar zijn huis.
Zij gaan eten.
Tom eet een appel.
De appel is rood.
Ali eet een banaan.
De banaan is geel.
Zij drinken thee.
De thee is warm.
Zij gaan slapen.
Morgen is er weer school.
Morgen is er weer een tafel.
Morgen is er weer een afspraak.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze