

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is zomer.
De zon schijnt heel hard.
Het is warm, heel warm.
Mensen zweten op straat.
In de stad is een kleine snackbar.
De naam is 'Bij Hugo'.
Hugo is de baas.
Hij maakt frikandellen.
Hij bakt ze in hete olie.
De frikandellen zijn lekker.
Veel mensen komen hier.
Op deze dag komt Tom binnen.
Tom is moe.
Hij heeft dorst.
Hij wil iets lekkers.
Hij ziet de frikandellen in de vitrine.
Ze zijn bruin en glimmen.
Tom zegt: 'Hugo, één frikandel, alstublieft.' Hugo lacht.
'Het is vandaag heel warm, Tom.
Eet je een warme frikandel?
Drink eerst water.' Tom zegt: 'Nee, ik heb honger.
Ik wil een frikandel.' Hugo geeft de frikandel op een papieren bordje.
De frikandel is heet.
Tom neemt een grote hap.
'Au, heet!' zegt Tom.
Hij blaast op zijn eten.
Hij eet de frikandel op.
Na tien minuten voelt Tom raar.
Zijn hoofd doet pijn.
Zijn gezicht is rood.
Hij zweet heel veel.
Hij voelt zich duizelig.
Hij zegt: 'Hugo, ik voel me niet goed.' Hugo kijkt naar Tom.
'Je bent een beetje wit.
Kom, ga zitten.' Tom gaat zitten op een stoel.
Hugo geeft hem een glas water.
Tom drinkt.
Maar hij voelt zich nog steeds slecht.
Hij zegt: 'Mijn hoofd is heel warm.
Ik zie sterretjes.' Hugo zegt: 'Tom, jij hebt een hitteberoerte.
De zon is heet.
De frikandel is ook heet.
Je lichaam is te warm.' Tom zegt: 'De frikandel was heel lekker, maar nu is mijn hoofd een oven.' Hugo belt de dokter.
De dokter komt snel.
Hij kijkt naar Tom.
Hij zegt: 'Tom, je moet rusten.
Je moet water drinken.
En geen hete frikandellen vandaag.' Tom lacht een beetje.
Hij zegt: 'Geen frikandellen?
Dat is moeilijk.' Hugo geeft Tom een ijsje.
'Dit is koud, Tom.
Dit helpt.' Tom eet het ijsje.
Het is vanille.
Het smaakt zoet en koud.
Na een uur voelt Tom beter.
Zijn hoofd is niet meer zo warm.
Hugo zegt: 'Zie je, Tom?
Op een warme dag moet je koud eten.
En water drinken.
Niet te veel frikandellen.' Tom zegt: 'Je hebt gelijk, Hugo.
Dank je.
De frikandel was lekker, maar de hitte is sterk.' Tom gaat naar huis.
De zon schijnt nog steeds.
Hij neemt een koude douche.
Hij drinkt veel water.
Hij gaat op de bank liggen.
Hij denkt: 'Wat een dag.
Hugo is een goede man.
Ik eet morgen weer een frikandel.
Maar niet als het heel warm is.' En Tom lacht.
Hij voelt zich gelukkig.
Hij is veilig thuis.
De hitte is weg.
De frikandel is in zijn buik.
En hij weet nu: koud is beter op een hete dag.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze