

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Karel werkt hard.
Hij werkt met zijn handen.
Elke dag gaat hij naar een oud huis in België.
Het huis is in een klein dorp in Vlaanderen.
Karel en zijn vriend Joost maken het huis schoon.
Ze halen oude dingen weg.
Het is zwaar werk, maar Karel houdt van zijn werk.
Op een maandagochtend gaan Karel en Joost naar de kelder.
De kelder is donker en koud.
Karel heeft een lamp bij zich.
Hij schijnt met de lamp op de vloer.
De vloer is van steen.
Karel ziet iets vreemds.
Er is een stuk van de vloer dat anders is.
Het ziet er nieuw uit, maar het huis is heel oud.
"Joost, kom eens kijken," zegt Karel.
Joost loopt naar Karel toe.
Hij kijkt naar de vloer.
"Dat is raar," zegt Joost.
"Waarom is dit stuk anders?" Karel pakt een hamer.
Hij slaat zachtjes op de steen.
De steen beweegt.
Karel en Joost kijken elkaar aan.
Karel slaat nog een keer.
De steen gaat omhoog.
Onder de steen is een grote doos.
De doos is van hout.
De doos is heel oud.
Karel opent de doos langzaam.
Zijn handen bewegen traag.
Hij is heel voorzichtig.
Dan ziet hij het.
In de doos liggen veel kleine ronde dingen.
Ze zijn geel.
Ze zijn van goud.
Er zijn heel veel van deze gele ronde dingen.
Karel kan het niet geloven.
"Joost!" roept Karel.
"Dit is goud!
Echte gouden stukken!" Joost kijkt in de doos.
Zijn mond valt open.
"Hoeveel zijn er?" vraagt hij zacht.
"Ik weet het niet," zegt Karel.
"Maar er zijn er heel veel." Karel denkt na.
Hij weet wat hij moet doen.
Hij belt de politie.
De politie komt snel naar het huis.
Twee agenten lopen de kelder in.
Ze kijken in de doos.
Ze schrijven alles op.
"Goed gedaan," zegt een agent.
"Dit is heel veel goud.
Het is misschien negen miljoen euro waard." Negen miljoen euro.
Karel herhaalt de woorden in zijn hoofd.
Negen miljoen euro.
Dat is heel veel geld.
Later komen mensen van een museum.
Ze weten veel over oude gouden stukken.
Ze zeggen dat de gouden stukken heel oud zijn.
Ze zijn misschien honderden jaren oud.
De mensen van het museum nemen de doos mee.
Karel en Joost staan buiten het huis.
De zon schijnt.
Het is een mooie dag.
"Denk je dat we geld krijgen?" vraagt Joost.
"Misschien een beetje," zegt Karel.
"Maar ik ben al blij.
Dit is een dag die ik nooit vergeet." Joost lacht.
"Ik ook niet.
Volgende week gaan we weer naar een kelder.
Wie weet wat we dan vinden!" Karel lacht ook.
Hij denkt aan de gele gouden stukken in de doos.
Wat een dag.
Wat een geweldige dag.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze