

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Ik ben Jan, ik heb een zoon, mijn zoon is klein, hij houdt van eten.
Ik ook, vandaag ga ik pannenkoeken maken.
Ik heb een vraag, wat is jouw favoriete eten?
Mijn zoon houdt van pannenkoeken, maar ik wil iets nieuwsprobeeren.
Ik zie een idee, een idee op het internet, een man maakt groene pannenkoeken.
Groen, dat is gek.
Hij gebruikt spinatie, spinatie is goed voor je.
Ik denk dat is een goed idee, ik ga naar de winkel, ik koop melk, ik koop spinatie, ik koop pannenkoeken mix, ik heb ook eieren, ik heb alles, ik ga naar huis.
Mijn zoon is blij, pannenkoeken, zegt hij, ik zeg, ja, maar groene pannenkoeken.
Ik doe de spinatie in de blender, ik doe de melk erbij, ik zet de blender aan, het is groen, heel groen, ik doe de mix in een kom, ik doe de groene melk erbij, ik doe de eieren erbij, ik mix alles goed.
Ik zet de pan op het vuur, het vuur is laag, ik doe een beetje boter in de pan, ik giet het groene mengsel in de pan.
Het bakt, maar het wordt snel bruin, heel snel, de pannenkoek is klaar, hij is groen en bruin, een beetje zwart, ik geef de pannenkoek aan mijn zoon, hij kijkt, hij ruikt, hij proeft, lekker, vraag ik, hij zegt,
het is anders, maar het is goed, ik proef ook, het is een beetje groen, maar het is lekker, we eten groene pannenkoeken, het regent al weer buiten, maar wij zijn blij, we hebben groene pannenkoeken gegeten.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze