
Mannen met jonge dochters: gaan jullie naar de mannen of...

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Ik ben een man. Ik heb een dochter.
Mijn dochter is drie jaar oud. We zijn samen.
We gaan naar een winkel. De winkel heeft toiletten.
Er is een manne toilet en een vrouwen toilet.
Er is geen toilet voor gehandicapten.
Mijn dochter wil naar het toilet.
Ze wil poepen.
Ze wil niet naar het manne toilet.
Ze voelt zich niet goed bij de staande pimels.
We gaan naar het vrouwen toilet.
Ik wacht buiten het hoekje.
Mijn dochter is in het hoekje.
Ze kan poepen als ik buiten wacht.
Ik praat met mijn dochter door de deur.
Er komt een vrouw uit het hoekje naast ons.
De vrouw is oud.
De vrouw voelt zich ongemakkelijk.
Ze zegt, ik voel me wel een beetje ongemakkelijk zo meneer.
Ik antwoord, ik denk dat mijn dochter zich ongemakkelijk voelt tussen de staande pimels.
Ik geef verder geen aandacht aan de vrouw.
Ik ben een man met een dochter.
Wat doe ik als er geen ander toilet is?
Ga ik met mijn dochter naar het manne toilet of naar het vrouwen toilet.
Dat is een goede vraag.
Dat weet ik niet.
Ik denk dat het belangrijk is, dat mijn dochter zich goed voelt.
Ze moet zich veilig voelen.
Ze moet zich comfortabel voelen.
Dat is het belangrijkste.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze