

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hoi Sophie, hoi Daan.
SOPHIE: Hoi Rick.
Ga zitten.
DAAN: Ja, kom erbij.
RICK: Ik heb dorst.
SOPHIE: Ik ook.
Ik neem een biertje.
DAAN: En ik een cola.
RICK: Hoe is je werk vandaag?
SOPHIE: Het is druk.
Veel e-mails.
Ik heb de hele dag op de computer gekeken.
DAAN: Ja, ik ben moe.
Ik heb veel vergaderingen gehad.
RICK: Ik heb een leuk idee.
SOPHIE: Wat dan?
RICK: We kijken vanavond een film.
DAAN: Een komische film?
RICK: Ja, dat is goed.
Een film met veel grappen.
SOPHIE: Ik vind dat leuk.
Ik hou van lachen.
DAAN: We eten eerst een snack hier.
RICK: Ja, een bitterbal en een drankje.
Dat is lekker.
SOPHIE: Dat klinkt goed.
Ik heb honger.
DAAN: Kijk, de man daar heeft een hond.
SOPHIE: Een hond in de kroeg?
Dat zie je niet vaak.
RICK: Ja, hij zit onder de tafel.
Hij is stil.
DAAN: De hond is lief en rustig.
Hij kijkt naar ons.
SOPHIE: Dat is bijzonder.
Mijn hond is niet zo rustig.
RICK: Heb jij een hond thuis?
SOPHIE: Nee, ik heb geen hond.
Mijn broer heeft een hond.
DAAN: Ik heb een kat.
Hij is klein en grijs.
SOPHIE: Een kat?
Is die ook lief?
DAAN: Ja, maar hij is soms gek.
Hij rent door het huis.
RICK: Dieren zijn altijd grappig.
Ze maken me blij.
SOPHIE: Zeker.
Ze maken het leven leuk.
Mijn broer lacht veel met zijn hond.
DAAN: Ik moet even naar het toilet.
RICK: Ga maar.
Wij wachten hier.
SOPHIE: Ja, wij bestellen nog een rondje.
DAAN: Dank jullie.
Ik kom zo terug.
RICK: Zeg, Daan, hoe gaat het met je werk?
DAAN: Het gaat goed.
Maar veel druk.
Veel taken.
SOPHIE: Ik snap het.
Werk is niet altijd makkelijk.
Maar het is goed dat je werk hebt.
RICK: Nee, maar het is ook leuk.
Je leert nieuwe dingen.
DAAN: Dat is waar.
Ik leer veel.
Maar nu even rust.
SOPHIE: Ja, rust is belangrijk.
We zijn hier om te ontspannen.
DAAN: Ik ben terug.
Ik heb een biertje besteld.
SOPHIE: En ik een wijntje.
Ik heb dorst.
RICK: Proost!
Het is gezellig hier.
DAAN: Ja, de kroeg is fijn.
Muziek is ook leuk.
SOPHIE: De hond slaapt nu.
Hij is moe.
RICK: Ja, hij droomt.
Zijn poot beweegt.
Misschien droomt hij van eten.
DAAN: Dat is schattig.
Ik wil ook slapen.
Maar ik blijf nog even.
SOPHIE: Nee, wakker blijven.
Het is nog vroeg.
We hebben tijd.
RICK: Ja, de avond is jong.
We kunnen nog praten.
DAAN: Je hebt gelijk.
Nog een drankje?
SOPHIE: Graag.
Ik neem nog een wijntje.
Dat is lekker.
RICK: En ik nog een biertje.
Ik heb nog dorst.
DAAN: De ober komt zo.
Ik bestel.
Ober, drie drankjes, alstublieft.
SOPHIE: Bedankt, Rick.
Jij bent top.
Je zorgt goed voor ons.
RICK: Ja, jij bent een goede vriend.
We hebben plezier.
DAAN: Dat is aardig.
Jullie ook.
Jullie zijn lief.
SOPHIE: We hebben een fijne tijd.
Ik lach veel.
RICK: Zeker.
Samen zijn is leuk.
We moeten dit vaker doen.
DAAN: Ja, dat is een goed idee.
Maar nu moet ik naar huis.
RICK: Al?
Het is nog niet laat.
De film begint nog.
SOPHIE: Ja, we hebben nog tijd.
Blijf nog even.
DAAN: Nee, ik ben moe.
Ik ga slapen.
Morgen vroeg op.
RICK: Oké, maar bel je morgen?
We kunnen praten.
SOPHIE: Ja, we bellen.
Dat is goed.
We bellen morgen.
DAAN: Tot morgen dan.
Slaap goed.
RICK: Ja, tot morgen, Daan.
Rust goed uit.
SOPHIE: Tot de volgende keer, Rick.
Dit was leuk.
RICK: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze