

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
De fotograaf en zijn fiets.
Dit is Albert. Albert is een fotograaf. Hij maakt mooie foto's. Albert won't in Nederland. Albert heeft een fiets.
De fiets is zwart. Hij rijdt elke dag op zijn fiets. De fiets is snel. Albert rijdt naar de stad.
De stad is Amsterdam. Amsterdam is groot. Amsterdam is heel mooi. Albert zegt. Amsterdam is mijn favoriete stad.
Wat? Albert heeft een camera. De camera is groot. Hij maakt foto's met zijn camera. De foto's zijn heel mooi.
Kijk, Albert ziet water. Het water is koud. Het water is blauw. Amsterdam heeft veel water. Dit heet een gracht.
De gracht is mooi. Albert rijdt op zijn fiets. Hij ziet bloemen. De bloemen zijn rood en geel. De bloemen heet de topen.
Topen zijn Nederlandse. Albert maakt een foto van de topen. De foto is mooi. Het is winter. Het is koud in Amsterdam.
Albert kijk naar het water. Het water is wit. Het water is bevroeren. Albert zegt. Wow! Dit is bijzonder. Hij pakt zijn camera.
Hij maakt een foto. De foto is heel mooi. Het is vroeg in de ochtend. De stad is still. Er zijn geen mensen. Er zijn geen auto's. Albert rijdt op zijn fiets.
Hij rijdt snel naar de stad. Hij maakt foto's. De foto's zijn speciaal. De stad is leeg. Dat is vreemd. Albert heeft veel foto's.
Hij heeft foto's van water. Hij heeft foto's van bloemen. Hij heeft foto's van de stad. De foto's zijn mooi. Albert kijk naar zijn foto's. Hij is blij. Hij zegt.
Dit is mijn werk. Ik ben fotograf. Ik hou van mijn werk. Albert wont nu niet meer in Amsterdam. Hij wont in Amersvoort.
Amersvoort is kleiner dan Amsterdam. Het is rustig in Amersvoort. Albert vindt dat fijn. Maar Albert heeft zijn foto's nog. Hij kijkt naar de foto's. Hij denkt aan Amsterdam. Hij zegt.
Amsterdam is mooi. Ik hou van Amsterdam. En zijn fiets? De fiets staat buiten. De fiets wacht. Morgen rijdt Albert weer.
Hij maakt weer mooie foto's. Want Albert is een fotograf. En Nederland is mooi.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze