Alle podcasts

Mkb'ers stoppen met investeren: wat betekent dat voor jouw baan?

Tim: Welkom bij Nieuws door de Tijd.

Ik ben Tim, temporal storyteller uit 2250.

En naast me zit Pieter, een koopman uit 1850.

Vandaag praten we over geld.

Jouw geld, eigenlijk.

Pieter: Geld, mijn goede heer?

Geld is de zenuw van de handel, dat spreekt.

Maar waarom zou een jongmens als gij zich druk maken om de beurs van kooplui?

Tim: Omdat jij waarschijnlijk ergens werkt, of later gaat werken.

En als de baas van een klein bedrijf geen geld uitgeeft, heeft dat invloed op jou.

Minder cursussen, minder nieuwe spullen, minder groei.

Pieter: Hm-hm.

Dus gij zegt dat de winkelier of de meester-gast zijn beurs dichtknoopt?

Dat is een slecht teken.

In mijn tijd investeerden wij in een nieuwe lading koffie of een beter schip.

Dat was noodzakelijk.

Tim: Precies.

En vandaag is het nieuws: ondernemers in het mkb stellen investeringen uit.

Mkb, dat zijn kleine en middelgrote bedrijven.

De bakker, de timmerman, de webwinkel.

Ze kopen geen nieuwe bestelbus of verbouwen niet.

Pieter: Waarom niet?

Als een man zijn bedrijf niet verbetert, blijft hij stil staan.

De concurrentie zal hem inhalen.

Dat is basis van de handel, waarlijk.

Tim: Je hebt gelijk, Pieter.

Maar de reden is interessant.

Ten eerste: de kosten stijgen.

Alles wordt duurder: personeel, materialen, energie.

Ten tweede: onzekerheid.

Ondernemers weten niet wat de overheid gaat doen.

Pieter: Onzekerheid?

In Amsterdam kennen wij dat ook.

De havenprijzen schommelen, de oorlog dreigt.

Maar een koopman moet toch durven.

Anders blijft de kade leeg.

Tim: Ja, maar stel je voor dat de overheid zegt: volgend jaar moet je een elektrische bus hebben.

En dan een half jaar later: nee toch niet.

Dat kost geld.

En ondernemers vertrouwen die regels niet meer.

Pieter: Elektrisch?

Dat klinkt als toverij.

Maar ik begrijp het: wisselende regels zijn een kwelling.

In mijn tijd hadden wij gilden, die waren streng maar voorspelbaar.

Gij wist waar gij aan toe was.

Tim: Precies.

En daardoor durven ondernemers niet te investeren.

Investeren betekent: geld uitgeven om je bedrijf beter te maken.

Een nieuwe computer, een cursus voor je personeel, een grotere keuken.

Pieter: En wat gebeurt er dan?

Als een winkelier niet in zijn zaak investeert, wordt zijn winkel ouderwets.

De klanten blijven weg.

Dat is dom, mijnheer Tim.

Tim: Het klinkt dom, maar het is angst.

Uit het onderzoek blijkt dat de helft van de mkb'ers minder winst maakte.

Winst is het geld dat overblijft nadat je alle kosten hebt betaald.

Minder winst, minder ruimte om te investeren.

Pieter: Dus zij houden hun geld vast?

Dat is alsof een schipper zijn lading niet verkoopt uit vrees voor storm.

Maar de storm komt juist als gij stil blijft liggen.

Tim: Goed punt.

Maar er is nog een reden: subsidieregelingen.

Dat is geld van de overheid voor bijvoorbeeld elektrische busjes.

Maar die potjes zijn snel leeg, of de regels veranderen.

Ondernemers kunnen niet vooruit plannen.

Pieter: Vooruit plannen?

Dat is het halve werk in de handel.

Als ik een lading specerijen koop, moet ik weten wanneer de markt open is.

Zonder planning is het gokken.

Tim: En dat is precies wat er nu gebeurt.

Ondernemers voelen zich gokkers.

Ze weten niet of hun investering terugkomt.

Dus sparen ze liever.

Maar dat heeft gevolgen.

Pieter: Gevolgen?

Vertel, mijn goede heer.

Want ik voel dat hier een les schuilt.

Tim: De les is: als niemand investeert, worden producten en diensten niet beter.

Bedrijven kunnen niet concurreren met het buitenland.

Concurreren betekent strijden om klanten.

En als je achterblijft, verlies je.

Pieter: Dat is een oude waarheid.

In mijn tijd concurreerden wij met de Engelsen.

Wie investeerde in snellere schepen, won de handel.

Wie stil bleef, verloor zijn fortuin.

Tim: Precies.

En nu is het niet anders.

Maar voor jou als luisteraar: als het bedrijf waar je werkt niet investeert, heb jij minder kansen.

Minder opleiding, minder nieuwe technologie, minder salarisgroei.

Pieter: Dat is een harde les, maar een goede.

Een knecht die geen nieuwe vaardigheden leert, blijft een knecht.

Een meester die niet leert, verliest zijn werkplaats.

Tim: En daarom is dit nieuws belangrijk.

Het gaat niet alleen over cijfers, maar over jouw toekomst.

Laten we even bij het leerpunt stilstaan.

Het woord 'uitstellen' gebruikten we al.

Dat is iets later doen dan gepland.

Pieter: Uitstellen.

Ja, dat is een deftig woord.

In mijn tijd zeiden wij: 'de betaling uitstellen tot de volgende kermis'.

Maar in de handel is uitstellen gevaarlijk.

Tim: Goed voorbeeld.

Het patroon is: uitstellen + om te + werkwoord.

Bijvoorbeeld: 'Ik stel de investering uit om te wachten op duidelijkheid.' Of beter: 'Ondernemers stellen investeringen uit om kosten te besparen.'

Pieter: Ah, ik begrijp het.

'Hij stelt de reparatie uit om geld te sparen.' Maar dan wordt het schip lek, mijnheer Tim.

Tim: Precies.

En dat is de spanning.

Uitstellen voelt veilig, maar het kan gevaarlijk zijn.

Zo, we zijn halverwege.

Na de pauze praten we verder over wat er in 2250 gebeurt met kleine bedrijven.

Tim: Welkom terug.

Pieter, jij begrijpt het uitstellen.

Maar in 2250 zien we iets anders.

Kleine bedrijven hier, noemen we ze 'micronetwerken', investeren niet in dingen, maar in flexibiliteit.

Pieter: Flexibiliteit?

Wat bedoelt gij daarmee, mijnheer Tim?

In mijn tijd hadden wij vaste prijzen, vaste klanten, vaste routes.

Flexibiliteit klonk als onbetrouwbaarheid.

Tim: Goed punt.

Maar denk aan een marktkoopman die elke dag zijn kraam anders inricht.

In 2250 hebben we 'tijdsloten' voor investeringen.

Je koopt geen bus, je huurt een rit.

Pieter: Hm-hm.

Dus in plaats van een paard te kopen, huurt gij het per uur.

Dat klinkt als een oplossing voor de onzekerheid waar die arme mkb'ers mee worstelen.

Tim: Precies.

Maar het probleem blijft hetzelfde.

Als jij nu investeert, geloof je in de toekomst.

En dat vertrouwen is weg.

Pieter, hoe losten jullie dat in 1850 op?

Pieter: Wij hadden de gilden, mijnheer.

Een timmerman die niet kon investeren, leende van de gildekas.

Maar dat was alleen voor leden.

En als de gilde failliet ging, hadden wij niets.

Tim: Dus jullie hadden ook onzekerheid.

Alleen anders.

Nu, in 2026, zien we dat ondernemers hun winst oppotten.

Ze sparen liever dan dat ze een nieuwe bestelbus kopen.

Pieter: Sparen is wijs, maar ook laf.

In de handel moet gij risico nemen.

Anders blijft gij stilstaan.

Maar ik begrijp de zorg over regels.

De overheid verandert te vaak van koers.

Tim: Ja, die milieuzones.

Eerst wel, dan niet.

Dat is zuur voor ondernemers die al elektrische busjes kochten.

Pieter, herken jij dat?

Dat de regels veranderen als de wind?

Pieter: Zeker.

In mijn tijd hadden wij de accijnzen op koffie.

Eén jaar hoog, het volgende jaar laag.

De koopman wist niet waar hij aan toe was.

Dat verlamt de handel.

Tim: Verlamt, mooi woord.

En dat is precies wat er nu gebeurt.

De investeringen verlammen.

Laten we even terugkomen op het leerpunt.

Het woord 'uitstellen' hebben we gehad.

Pieter: Maar er is nog een woord dat ik hoorde in het nieuws: 'winst maken'.

Dat is geld overhouden na alle kosten.

In mijn tijd zeiden wij: 'de winst is de beloning voor het risico.'

Tim: Mooi.

'Winst maken' is een vast patroon.

Je kunt het gebruiken als: 'Het bedrijf maakt winst.' Of beter: 'Ondernemers maken minder winst dan vorig jaar.' Het werkwoord is 'maken'.

Pieter: Dus 'maken' is hier niet iets bouwen, maar iets verdienen.

'Hij maakt winst met de verkoop van laken.' Ja, dat begrijp ik.

Maar wat als de winst daalt?

Tim: Dan zeg je: 'De winst daalt.' Of: 'De winst neemt af.' Nog een voorbeeld: 'De winst van de bakker daalt door hogere meelprijzen.' Nu, Pieter, hoe kijk jij naar deze ondernemers?

Pieter: Ik voel medelijden, maar ook ergernis.

Een koopman die niet investeert, verliest zijn markt.

Maar ik zie ook dat de overheid hen in de steek laat.

Dat is oneerlijk.

Tim: Oneerlijk, ja.

En dat raakt jou persoonlijk, hè?

Jij gelooft in afspraken.

In 2250 hebben we een 'stabiliteitsbelofte': de overheid garandeert dat regels vijf jaar hetzelfde blijven.

Pieter: Vijf jaar?

Dat is een droom.

In mijn tijd veranderden de regels met elke nieuwe burgemeester.

Maar een belofte is heilig.

Als die gebroken wordt, is het wantrouwen groot.

Tim: Precies.

En dat wantrouwen zien we nu.

Ondernemers vertrouwen de subsidies niet.

Ze zijn bang dat de potjes leeg zijn.

Pieter, hoe bouw je vertrouwen op in de handel?

Pieter: Door eerlijk te zijn en woord te houden.

Als ik een levering beloofde, kwam die.

Anders verloor ik mijn reputatie.

Maar de overheid is geen koopman.

Die belooft te veel.

Tim: Goed punt.

En jij, luisteraar, herken je dat?

Dat je iets uitstelt omdat je niet zeker weet of het de moeite waard is?

Dat gevoel begrijpen we allemaal.

Pieter: Toch moet ik zeggen: uitstellen is geen oplossing.

Een schip dat in de haven blijft, vergaat niet, maar verdiend ook geen vracht.

Durf te investeren, maar met beleid.

Tim: Mooi advies.

En laten we het leerpunt afronden.

Vandaag hebben we 'uitstellen' en 'winst maken' geoefend.

Twee voorbeelden: 'Ik stel de aankoop uit om te sparen.' En: 'Het bedrijf maakt winst door hard te werken.'

Pieter: En vergeet niet: 'De winst daalt door hogere kosten.' Dat is een belangrijk patroon.

Nu, mijnheer Tim, wat is de les van vandaag?

Tim: De les is: investeren is vertrouwen hebben in de toekomst.

Zonder dat vertrouwen stagneert een bedrijf.

En dat raakt ons allemaal, want wij zijn die klanten.

Pieter: Inderdaad.

Een stad zonder bloeiende winkels en werkplaatsen is een dode stad.

Laten wij hopen dat deze ondernemers de moed vinden om te blijven investeren.

Tim: En jij, luisteraar, wat vind jij?

Praat verder met ons op nieuwsdoordetijd.com.

Daar kunnen we dieper ingaan op jouw vragen.

Bedankt voor het luisteren en tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Audio