Alle podcasts

A2 Dutch News Podcast: Strange Real Stories In Dutch News

Je zit de krant te lezen, gewoon in het Nederlands.

En ineens bam, lees je dat een zelfrijdende auto helemaal niet remt voor een fietser.

Ja, en dan schrik je toch even.

Precies. Of je leest over een huis in Brabant dat afbrandt.

Of een of andere olieactie die met een telefoonje een compleet olietransport blokkeert.

Dat zijn best zware onderwerpen.

Absoluut. Je probeert de wereld te snappen, je probeert de emoties achter al die gebeurtenissen te voelen.

Maar tegelijkertijd vecht je met van die onzichtbare lastige Nederlandse woordjes.

Je zinsvolgorde klopte voor geen meter meer of je twijfelt over de uitgang van een heel simpel woord.

En dat is ontzettend vermoeiend, weet je. Je voelt je dan soms helemaal geblokkeerd door de grammatica.

Ja, heel herkenbaar.

Terwijl de echte menselijke verhalen daar eigenlijk onder begraven liggen.

Je verliest de verbinding met wat je werkelijk aan het lezen bent.

En daarom gooien we het vandaag over een hele andere boeg.

Welkom bij onze wekelijkse verkenning.

We gaan die muur van grammatica vandaag gewoon afbreken.

We pakken acht waargebeurde actuele verhalen van deze week erbij.

Zeker.

Geen saaie lesboek-dialogen vandaag.

Nee, echt niet. Echte levens.

En via deze verhalen snappen we niet alleen wat er in de wereld speelt,

maar we gebruiken ze als een sleutel.

Een sleutel om een paar van de meest frustrerende Nederlandse taalpatronen eindelijk te kraken.

En voor de duidelijkheid, het doel is hierbij absoluut niet om abstracte regels te stampen.

Nee, als je blijft, dan niet.

Nee, het doel is om te begrijpen waarom mensen in deze nieuwsberichten doen wat ze doen.

En tegelijkertijd ontdekken we hoe kleine taaltrucs jou, de luisteraar, kunnen helpen om diezelfde gedachten en emoties

veel natuurlijker uit te drukken in het Nederlands.

Precies, behouden we het tempo lekker rustig vandaag, zodat jij gewoon alles goed in je op kunt nemen.

Laten we direct beginnen bij de basis van ons bestaan, de fysieke wereld om ons heen.

We hebben twee verhalen die een heel scherp beeld geven van hoe wij ons als mensen verhouden tot een natuur.

Eerst reizen we naar Laos.

Oh, mooie plek.

Zeker. Tom en Lisa zijn daar op vakantie.

Het is er prachtig groen en erheet en ze hebben het plan om een diepe donkere god in een berg te bezoeken.

Maar dan ontmoeten ze hun gits bouwen.

En die bouw neet waarschijnlijk geen leuk toeristen praatje.

Nee, totaal niet.

Hij vertelt echt een donker waarschuwend verhaal.

Twee mannen wilde goudzoeken in precies die god, maar door zwaar regenval begon het koude water ineens heel snel te stijgen.

Oei, dat is echt een levensgevaarlijke situatie.

Exact, die mannen zijn dus verdwenen.

De politie heeft urenlang met van die grote felle lampen gezocht in het donker, maar ze moesten de zoektocht toch gewoon staken.

Het water stijgt er snel, het is veel te gevaarlijk.

Wat heftig. En wat doen Tom en Lisa dan?

Nou, als Tom en Lisa dat horen, schrikken ze natuurlijk enorm.

Ze laten hun plan direct varen, ze kiezen voor veiligheid, blijven in het dorp en kopen in plaats van dat avontuur kleine souvenirs.

Een zachte rode schaal, een houten olifantje, ze genieten er gewoon van een simpele veilige maaltijd.

En een hele verstandige keuze.

Zeker. En als we dat beeld even vasthouden, schakelen we nu naar een heel andere plek, maar eigenlijk met dezelfde dynamiek.

Namelijk de haven van Vlissingen.

Havenwerker Tom staat supervroeg op, het is nog pikdonker en de wind waait echt snoeihard over het ijskoude water.

Ik krijg het ook koud als je het zegt.

Ja, ik ook.

Maar Tom vecht niet tegen die kou, hij drinkt zijn koffie, trekt een enorm dikke jas aan, pakt zijn gele werkhandschoenen en stapt heel goed voorbereid op zijn fiets.

Dat zijn twee totaal verschillende werelden.

Maar eigenlijk vertelde ze exact hetzelfde verhaal over onze menselijke psychologie.

Wat hier zo fascinerend is, is het thema van absolute acceptatie.

Hoe bedoel je dat precies?

Nou ja, we denken vaak dat we met moderne technologie alles naar onze hand kunnen zetten.

Maar de natuur stelt een hele harde, fysieke grens.

Ja, de natuur is natuurlijk niet gewoon een baas op kantoor met wie je gezellig kunt onderhandelen over je uren.

Nee, helemaal niet.

Het is meer een betonnen muur.

Je kunt er tegen aanslaan, je kunt goud willen vinden in zo'n gat, of je wilt dat het lekker warm is op de fiets, maar de natuur beslist.

Die muur beweegt gewoon niet, precies.

En de mensen in deze verhalen verzetten zich ook niet tegen die muur.

Ze accepteren gewoon hun kwetsbaarheid.

Tom en Lisa in Laos weigeren hun leven te riskeren voor goud.

Ze vinden vreugde in iets heel klein en veilig, zoals het houden van olifantjes of wat lekker eten.

Ze vinden comfort in de beperking eigenlijk.

En haven we werker Tom doet exact hetzelfde toch?

Zeker.

Hij weet dat de kou toch wel komt.

Hij past zich gedracht daar gewoon op aan, met zijn dikke jas.

Ze respecteren hun omgeving.

De passen zich aan de plek aan, ja.

En over plekken gesproken, als jij als luisteraar in het Nederlands praat over een plek, dan bot je vaak ook tegen een soort blinde muur aan.

Een onzichtbare grens.

Ah, ik voel al aankomen waar je het over gaat hebben.

Ja, ik heb het over dat ene kleine woordje dat cursisten echt tot waanzin drijft.

Het woordje er.

Ja, berucht.

Echt waar.

Voor veel mensen die de taal leren, voelt het alsof wij Nederlanders dat woordje ergens keurig in een zin willen gooien.

Ik snap die frustratie volkomen.

Dus luisteraar, als je dat voelt, haal dan even diep adem.

Het is volkomen logisch dat dit lastig is.

In de meeste andere talen bestaat dit hele concept simpelweg niet op deze manier.

Je doet dus eigenlijk helemaal niets verkeerd als je het in het begin vergeet.

Klopt.

Mensen begrijpen je echt nog wel hoor, maar als je wilt snappen waarom we het doen, laten we het dan even heel praktisch bekijken.

We gebruiken het woordje er niet om jou te pesten.

Gelukkig maar.

Nee, in dit specifieke geval gebruiken we het eigenlijk als een anker voor een locatie.

Een anker, ligt dat eraan?

Nou, stel we weten al over welke plek we praten, bijvoorbeeld Laos of de haveninstallaties.

We willen dan niet klinken als een soort robot door die naam elke keer te herhalen.

Kijk naar hoe je het normaal zou zeggen.

Je zegt bijvoorbeeld het is warm in Laos.

Oké, helder.

Maar als we al over Laos praten in ons gesprek, dan maak je er een veel natuurlijkere zin van door te zeggen het is er warm.

A, dus in plaats van weer in Laos te zeggen, vervangt dat kleine woordje er eigenlijk de hele locatie.

Het is er warm.

Exact.

Dat klinkt inderdaad veel vloeiender en minder mechanisch.

Je plant als het ware een klein vlaggetje in de zin dat zegt, hey, we zijn nog steeds op dezelfde plek.

Dat is een hele fijne truc om te onthouden.

Een mentale actie voor jou de luisteraar om dit meteen even tastbaar te maken.

Kijk nu eens even rond in de kamer of de ruimte waar je bent en zeg hardop tegen jezelf, ik ben er.

Ja, perfect.

Je hoeft de straatnaam of de stad niet te noemen, je bent er.

Dat is alles.

Goed.

Van die fysieke grenzen in de natuur maken we nu een overstap naar de grenzen van onze eigen invloed.

Hoeveel controle hebben we eigenlijk?

Een hele goede vraag.

We hebben twee verhalen die spelen op totaal verschillende schalen.

We beginnen heel klein, lokaal.

In de stad Leiden staat een bloemenwinkel, de Groene Kat.

Eigenaresse Noor, medewerker Milan en een twaalfjarig meisje Sara luisteren samen naar de radio.

Gezellig?

Ja, maar het nieuws is best schokkend.

Ze horen dat het op Antarctica momenteel twintig graden warmer is dan normaal.

Poeh, dat is echt immense, abstract nieuws.

Dat is nauwelijks te bevatten voor een brein in een kleine bloemenwinkel.

Precies.

En wat doen ze dan?

Raken ze compleet in paniek?

Nee, ze besluiten om wat zij noemen kleine groene stappen te zetten.

Mooi.

Sara neemt bijvoorbeeld een klein muntplantje mee voor op haar raam thuis,

zodat ze geen plasticpotjes uit de supermarkt meer hoeft te gebruiken.

Milan gaat informatiekaartjes schrijven.

Noor gaat planten verkopen die minder water drinken.

Heel praktisch allemaal.

Ja, maar hou dat kleine lokale beeld even vast.

Want nu schakelen we naar een kantoor op een hoge verdieping in Rotterdam.

Donald, een man met ontzettend veel invloed, is aan de telefoon met een zakenpartner.

Volodie meer.

Volodie meer heeft olie nodig.

En daar zit vast een adertje onder het gas.

Het probleem is dat de olie duur is.

En afkomstig van een bedrijf dat in een sector als na zeer kontrover zil wordt gezien.

Donald twijfelt eigenlijk geen moment.

Hij gebruikt zijn positie stelt direct nieuwe strengen regels in

en met een enkel telefoontje, snijdhijde toelevering van dat bedrijf volledig af.

Wow.

Hij verandert de roete van grote schepen en daarmee ook de strom van miljoenen euro's.

En hier blijven natuurlijk strikneutraal over we kijken puur naar de acties.

Ja, en dan zie je dus macro-invloed, versus micro-invloed.

Maar hier moet ik toch even kritisch zijn hoor.

Voelt dat niet een beetje vreemd.

Sarah zet een muntplantje in de vensterbank in Leiden.

En ze hoopt daarmee de aarde te helpen.

Terwijl er in Rotterdam mannen in strakke pakken met een handtekening,

de complete infrastructuur van fossiele brandstoffen omgooien,

hebben die kleine acties in Leiden dan eigenlijk wel zin.

Dat is echt een hele rake vraag.

En het raakt de kern van hoe wij als mensen met crisissituaties omgaan.

Kijk als we puur naar de wis kunnen kijken, dan is het antwoord, nee.

Het munplandje van Sarah koolt Antarctica echt niet af.

Nee, dat dacht ik al.

Maar psychologisch gezien is het crucial.

Waar we hier naar kijken, is de menselijke wijgering om zich voorkomen machteloos te voelen.

Ah, op die manier.

Donald gebruikt systemmacht.

Hij repareert een probleem in zijn keten met harde regels.

Sarah en Noor gebruiken persoonlijke daadkracht.

Zij proberen hun directe omgeving vorm te geven, om zich minder klein te voelen.

En het mooie is in het reageren op de paniek van de gebroken wereld.

Sarah handelt niet omdat ze denkt dat ze de klimaatcrisis in haar eentje stopt.

Waarom dan wel?

Ze handelt om zichzelf eraan te herinneren dat ze geen slachtoffer is.

Ze geeft betekenis aan haar leven.

Actie als een soort tegengift voor machteloosheid dus.

Ze willen controle.

En ze hebben een heel duidelijke reden voor hun gedrag.

En dat praten over waarom we dingen doen, brengt ons bij een enorm pijnpunt in het leren van de Nederlandse taal.

Oh ja, ik weet wel wat je gaat zeggen.

Ja, als jij de taal leert en je wilt uitleggen waarom je iets doet,

dan gaat de zinsvolgorde bijna altijd kapot.

Het voelt soms als een loterij waar je werk terechtkomt, toch?

Ja, dat is echt de ultieme taalknobbel.

Ik zie dit zo ontzettend vaak gebeuren bij cursisten.

Je hebt een perfecte zin in je hoofd, maar zodra je een reden gaat geven,

begint de hele zin te schuiven.

Heel frustrerend.

Ja, voel je er alsjeblieft niet ongemakkelijk over.

Iedereen haalt de voegwoorden door elkaar, geen stress.

Kijk, veel mensen gebruiken graag het woord 'omdat'.

Maar 'omdat' werkt eigenlijk als een soort magneet.

Een magneet.

Ja, het trekt de werkwoorden helemaal naar het einde van de zin.

En dat is gewoon ontzettend ingewikkeld als je snel wilt spreken in een gesprek.

Daarom is het veel beter, zeker in het begin om te focussen op een ander woord.

Namelijk, 'want'.

Ah, 'want'.

Waarom is dat woordje veiliger om te gebruiken?

Omdat 'want' niet werkt als een magneet, maar als een brug.

Het verbindt twee normale zinnen, zonder dat er ook maar iets in de structuur verandert.

Klinkt goed.

Heb je een voorbeeld?

Zeker.

Luister naar de basis.

Je hebt twee simpele losse gedachten.

Ik koop de plant en hij ruikt lekker.

Oké, dat klinkt een beetje staccato.

Kloopt.

Maar als we en nu als brug gebruiken, zeg je simpelweg.

Ik koop de plant, want hij ruikt lekker.

Oh wow.

Dus het werkwoord 'ruikt' blijft gewoon rustig op zijn plek staan.

Ik koop de plant, want hij ruikt lekker.

Je bouwt letterlijk een bruggetje tussen twee makkelijke zinnen.

Precies.

Persoon, werkwoord, rest.

Zowel voor als na de brug.

En geloof me, dat geeft enorm veel rust in je hoofd als je in een echt spontaan gesprek zit.

Een geweldige tip: probeer dit vandaag zelf eens toe te passen. Luister!

Als je straks een glas water of een kop koffie in schenkt of je pakteel te eten,

frame die actie dan in je hoofd met die brug.

Zeg bijvoorbeeld hard op.

Ik drink water, want ik heb doorsd.

Het helpt echt om die structuur te gaan voelen.

Zeker weten.

Goed.

Die drang naar controle waar we het net over hadden,

brengt ons echt naartloos bij wat er gebeurt als we de controle volledig uithanden moeten geven.

Oeh, spannend.

En het betekent vertrouwen op anderen.

We hebben je twee verhalen over wat we doen als afspraken geschonden worden.

We gaan eerst even naar Eindhoven.

Wat gebeurt daar?

Bram is daar de trotse testrijder van een nieuwe, hypermoderne, zelfrijdende auto.

Klinkt gaaf.

Ja, de auto is prachtig groot, glimmend.

En verkoper De Vries heeft plechtig beloofd dat deze auto zo slim is.

Hij ziet alles, hij stopt voor alles.

Je hoeft werkelijk niets te doen.

Maar dat klinkt als een mooie onwaarheid.

Is het ook?

In de praktijk gaat het vreselijk mis.

Een fietser steekt plotseling over en die slimme auto remt helemaal niet.

Wat een noodgeval.

Ja, Bram moet echt razend snel zelf een noodstop maken om een dodelijk ongeluk te voorkomen.

Het zweet staat in zijn handen.

Hij is witheet van woede, stapt uit, laat de auto en de leugens van die verkoper achter zich.

En neemt resoluut de bus naar huis.

En precies diezelfde weigering om slechte behandeling te accepteren zien we in het volgende verhaal.

In dat kantor in Utrecht.

Ja, klopt.

Sander en zijn Italiaanse collega Julia staan er op het punt om naar New York te vliegen.

Echt een belangrijke, dure zakerijs om een herjansen te ontmoeten.

Maar voor dat ze vertrekken, studeianse ineens een bizarre text bericht.

Wat staat daarin dan?

Het staat vol met schreeuwerigen, gemeenen beledigingen over Julia's basien in Italia.

Ongelooflijk.

Ja, Julia lees dat bericht en ze wijgen het gewoon om in het vliegtuig te stappen.

Ze annuleert de hele zaaklijke reis te plekken.

In plaats van naar New York te vliegen, lopen zij en Sander gezellig de stad in en eten ze samen een warme pizza.

Geweldig?

Ja, toch?

Ik probeer hier een beetje een beeld bij te vormen.

Vaak zeggen we, vertrouwen is als een mooi glas dat valt en breekt.

Je kunt het niet meer lijmen, maar dat dekte de lading misschien niet helemaal.

Nee, zo'n gebroken glas is misschien iets te dramatisch.

En ook een beetje passief.

Het is beter om vertrouwen te zien als een soort onzichtbare software-update op je telefoon.

Oké, vertel.

Het draait stilletjes op de achtergrond.

Je let er eigenlijk niet op.

Maar op het moment dat de softwarecrash de auto weigert te remmen of de zakenpartner begint ineens te schelden,

stopt het hele systeem met werken.

Alles blokkeert gewoon.

En het fascinerende vind ik hoe Bram en Julia hier op reageren.

Verkoper dacht waarschijnlijk, ach, ik verkoop gewoon een glad, commercieel praatje.

En meneer Janse dacht, ik kan wel even makkelijk mijn frustraties afreageren via een appje.

Ja, beiden gingen er stiekem vanuit dat de ander wel zo mee zou buigen.

Precies.

En daar maken ze een enorme misrekening.

Wat deze verhalen zo krachtig maakt, is dat Bram en Julia weigeren slachtoffer te zijn.

Zodra het systeem crasht, proberen ze het niet van hulp te repareren met de persoon die de storing veroorzaakte.

Nee, ze trekken een harde grens.

Precies.

En kijk naar hun alternatieven, de veilige bus en een warme pizza.

Dat zijn hele simpele, eerlijke dingen.

Ze kiezen voor betrouwbaarheid boven de schone schijn van een dure hi-tech-auto of een vlucht naar New York.

Ze beschermen gewoon hun eigen integriteit.

Mooi gezicht.

En om in het Nederlands te vertellen over dit soort grenzen, of over een warme pizza en een slimmeauto,

dan moeten we dingen om schrijven.

We hebben bijvoerlijke naamwoorden nodig.

En dan komt die ene grote vraag.

Nou, de vraag die elke kersist haat.

Moet er nou wel, of geen ei aan het einde van het woord.

Een slim auto of een slimme auto.

Het is frustrerend, want je denkt vaak veel sneller dan je die regel kunt herinneren.

Zelfs Nederlanders twijfelieersomst over als ze heel snel praten hoor,

dus je bent echt niet de enige die je even over moet nadenken.

Als we het simpel proberen te houden, de basisstructuur zit hem in de combinatie met het woordje un.

Oké, ga door.

Als je un gebruikt en het woord is mannelijk of vrouwelijk, wat de meeste woorden zijn,

dan plak je gewoon een e achter het beschrijvende woord.

Dus je zegt bijvoorbeeld dat is een domme man of Bram zoekt een slimme auto.

Maar wacht even, hier moet ik toch even ingrijpen.

O jee!

Als ik praat over het huis, dan zeg ik een groot huis, zonder e.

We kunnen onze luisteraar toch niet vertellen dat ze er gewoon blind overal een e achter moeten plakken.

Ha ha, dat is heel scherp van je en je hebt helemaal gelijk.

De het woorden voor pesten deze simpel regel een beetje.

Bij een groot huis verval die ei inderdaad.

Gelukkig, ik dacht al.

Maar laten we even kijken naar de wiskunde van de taal.

Ongeveer 75 procent van alle Nederlandse woorden zijn deur woorden.

Dus mannelijk of vrouwelijk.

Oh, dus best veel.

Ja, in de dagelijksen praktijk.

Als je snel in gesprek bent en je weet gewoon niet zeker of het een deur of het woord is,

zet die eer dan gewoon achter.

De kans is groot dat je het goed hebt.

Oké, dus eigenlijk zeg je, laat de perfectie los en ga voor de statistiek 75 procent kans op succes.

Dat klinkt ineens heel haalbaar.

Actie voor jou luisteraar.

Kijk eens naar een object voor je.

Bijvoorbeeld je telefoon of je koffiekopje.

En dan denk ik één woord met een E eraan vast om het te omschrijven.

Een oude telefoon.

Een hete koffie.

Probeer het maar eens.

Goeie oefening?

Goed, dan zijn we nu aanbeland bij de laatste verhalen van deze sessie.

En we raken hier misschien wel het diepste thema.

Het onder ogen zien van ongemakkelijke harde realiteiten.

We beginnen in Moskou.

Oké.

Boris wordt steeds zwakker.

En de lucht in zijn straat is niet helder, maar dik, grijs en bedompt.

Vol met rook.

Het prikt in zijn keel.

Op kantoor praat ie er zachtjes over met zijn collega Elena.

Omdat het nieuws er waarschijnlijk iets anders over zegt.

Ja, de TV ontkent de situatie.

Maar Elena en Boris weten wel beter.

Die geur komt van de zware gevechten en de oorlog in het zuiden.

Het is een werkelijkheid die officieel genegeerd wordt,

maar nu letterlijk te ruiken is.

En nogmaals we benoemen dit puur zoals het in de tekst staat.

Helder.

Dan een heel ander soort rook.

In het Brabantse Reusel schrikt Sander wakker van een sterke brandgeur.

Hij kijkt naar buiten en ziet de verschrikkelijke waarheid.

Het huis van zijn buurman, de vriendelijke meneer De Vries,

staat volledig in lichte laaie.

Het brandt af.

Oh, wat vreselijk.

Ja, en meneer De Vries overleeft het helaas niet.

De straat staat vol met buren, ze kunnen helemaal niets meer veranderen aan de situatie.

Het enige wat ze doen is troostzoeken bij elkaar.

Ze staan samen stil en drinken een kopje koffie om de schok te dragen.

Dat is een hele zware realiteit om te accepteren.

En tot slot, een plek waar je dit thema misschien niet direct verwacht.

Een verzorgingshuis in Nijmegen.

Je zou denken dat dit een plek is vol met strenge medische regels om levens te redden

en ongezond gedrag te stoppen.

Maar bewoner Bram, die vroeger op straat leefde,

mag van de leiding gewoon buiten zijn sigaretje roken.

En meneer Smith mag een klein glas bier drinken in de gezamenlijke ruimte,

met vaste afspraken.

Dat is interessant.

Ja, toch moet ik hier even pauzeren hoor.

Regels in een verzorgingshuis om alcohol toe te staan, is dat niet heel gek.

Normaal gebruik je regels toch juist om gevaar te stoppen.

Net zoals de brandweer vuur stopt of een landoorlog zou moeten stoppen.

Ik snap waarom je dat zegt.

Het klinkt misschien paradoxaal als je gelooft dat je met regels de menselijke natuur kunt uitschakelen.

Maar als we deze drie verhalen met elkaar verbinden, zien we een heel sterk thema.

Namelijk eerlijkheid over de realiteit.

Hoe zie je dat in dat verzorgingshuis dan?

Nou, in dat verzorgingshuis kiest men eigenlijk voor radicale eerlijkheid.

Bram heeft waarschijnlijk al heel zijn leven gerookt.

Als ze het hem daar streng verbieden, dan gaat het gewoon stiekem doen.

Buiten in de kou waar die misschien valt?

Precies.

Door het gedrag beter samen te reguleren in het zicht, met duidelijke afspraken,

er kennen ze de realiteit in plaats van te doen als of die niet bestaat.

Je kunt de werkelijkheid beter in de ogen kijken dan doen als of ze niet bestaat.

Exact.

En dat is ook exact wat we in Mosco zien.

Boren zijn en Lena kunnen niet meer doen als of alles goed gaat.

Want de rook van de oorlog is fysiek binnengedrongen.

De rook eist als het ware de waarheid op.

De stilte wordt verbroken.

En in rijen dan?

We moeten staan.

Ze moeten de harde verdrietige realiteit samen onder ogen zien.

Ze kunnen niet zomaar wegkijken.

De realiteit van het gebeurde is uit het verleden dat je niet meer kunt veranderen.

En als jij als luisteraar praat over dingen die gebeurd zijn, zoals zo'n brand of vroeger,

dan moeten we de verleden tijd gebruiken.

Oh ja, de verleden tijd.

Maar laten we eerlijk zijn de onregelmatige werkwoorden in het Nederlands voelen voor veel cursisten

als een dikke muur waar je hoofd tegenaan botst.

Ja, dat klopt echt.

Het voelt vaak als compleet onlogisch stampwerk.

En mijn advies is dan ook stop met het uit het hoofd leren van eindeloze lijsten.

Dat is een hele geruststelling.

Ja, het is het beste om er maar een paar tegelijk te leren en de rest gewoon even te vergeten.

Als je er vandaag nou één uitkiest, focus je dan puur op de verleden tijd van het werkwoord zijn.

Oké, het werkwoord zijn. Hoe gaat dat in zijn werk?

Dat verandert in was of waren voor meervoud.

Heb je daar een mooi voorbeeld bij?

Zeker. De basis voor nu is bijvoorbeeld hij is stil.

Oké.

Maar we zagen in de les hoe het er gisteren aan toeging bij de buren.

Dan gebruik je het patroon en zeg je hij was stil.

Of als het over meerdere buren gaat, zij waren stil.

Hij was stil en zij waren stil.

Daarmee praat je dus meteen over de tijd.

Actie voor jou, luisteraar. Zeg nu eens hardop waar je gisteren rond deze tijd was.

Begin je zin gewoon simpelweg met ik was.

Ik was op mijn werk. Of ik was thuis. Probeer het maar.

Een hele krachtige oefening.

Nou, wat een reis hebben we weer gemaakt vandaag zeg.

Absoluut.

We zijn gereist van donkere grotten in Laos, via kleine groene stappen in Leiden,

en leugens in een autogarage in Eindhoven.

Naar de troost van buuren en het onderoog gezien van moeilijke realiteiten in Moscow en Braband.

Het zat vol met echte menselijke emoties.

Zeker. En we hebben de woorden er, de voegwoord brug,

want de -e bij bijvoeglijke naamwoorden,

en het verleden met was en waren aan ons arsenaal toegevoegd.

En dat is precies waarom we dit doen.

Taal is niet alleen maar een trucje om een kop koffie te bestellen in een café.

Het is het gereedschap om dit soort menselijke verhalen te begrijpen en om ze samen te delen.

En daarmee sluit ik graag af met een kleine, provocerende gedachte voor jou, de luisteraar,

om vandaag nog even over na te denken.

Welk van deze mensen uit de verhalen zou jij vandaag eigenlijk graag willen zijn.

Mooie vraag.

En misschien nog wel belangrijk nu je weet hoe je gebeurtenissen uit het verleden kunt beschrijven met was,

hoe je redenen geeft met 'want',

en hoe je je eigen grenzen kunt uitspreken,

hoe verandert deze nieuwe taal de manier waarop je je eigen verhaal vertelt?

Denk daar maar eens over na. Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze