Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

De Domtoren is duidelijk

Ik ben Tom.

Ik woon in Utrecht.

Utrecht is een stad met een grote toren.

De toren heet de Domtoren.

De Domtoren is heel hoog.

Je kunt de toren zien vanuit heel de stad.

Mijn vriendin heet Sara.

Zij woont ook in Utrecht.

Op zaterdag zeggen wij: "Laten wij een wandeling maken." Het is mooi weer.

De zon schijnt.

Wij lopen door de stad.

Wij kijken naar de huizen.

De huizen zijn oud en mooi.

Er zijn veel grachten.

Een gracht is water in de stad.

Er varen boten op het water.

Wij lopen langs een winkel.

De winkel verkoopt kaas.

Ik ruik de kaas.

Mmm, dat ruikt lekker.

Sara zegt: "Ik heb honger." Ik zeg: "Wij gaan zo eten.

Maar eerst wil ik iets zien." Sara vraagt: "Wat wil je zien?" Ik zeg: "Wacht maar.

Het is een verrassing." Wij lopen verder.

Wij komen bij een plein.

Op het plein is een markt.

Er staan kraampjes.

Een kraampje verkoopt bloemen.

Een ander kraampje verkoopt brood.

Er zijn veel mensen.

Het is druk.

Sara zegt: "De Domtoren is duidelijk.

Maar de rest?" Zij lacht.

Zij maakt een grap.

De stad is groot.

Er is veel te zien.

Maar ik wil iets speciaals vinden.

Ik kijk op mijn telefoon.

Ik zoek een adres.

Wij lopen naar een klein straatje.

Het straatje is stil.

Er zijn niet veel mensen.

Wij stoppen voor een klein huis.

Het huis heeft een rode deur.

Ik zeg: "Hier is het." Sara kijkt naar het huis.

Zij zegt: "Wat is hier?" Ik open de deur.

Binnen is het donker.

Er is een trap.

Wij lopen de trap op.

Boven is een grote kamer.

De kamer is vol met lampen.

Overal hangen lampen.

Kleine lampen, grote lampen, rode lampen, blauwe lampen.

Sara zegt: "Oh, wat mooi!" De lampen branden.

Het licht is warm.

Er hangt een geur van hout en kaarsen.

Een man zit in een hoek.

Hij maakt een lamp.

Hij zegt: "Welkom.

Kijk rustig rond." Sara kijkt naar een lamp van glas.

De lamp heeft alle kleuren.

Zij zegt: "Deze lamp is prachtig.

Ik wil deze lamp." Ik kijk naar de prijs.

De prijs is hoog.

Ik zeg: "De lamp is duur." Sara zegt: "Ja, maar hij is zo mooi.

En het is een herinnering aan vandaag." Ik denk na.

Ik wil Sara blij maken.

Ik zeg: "Oké, wij kopen de lamp." Sara lacht.

Zij is blij.

De man pakt de lamp in.

Hij geeft de lamp aan Sara.

Sara zegt: "Dank je wel." Wij lopen naar buiten.

De zon gaat onder.

De lucht is oranje en roze.

Wij lopen naar huis.

Sara houdt de lamp vast.

Zij zegt: "Dit was een goede dag.

Eerst de markt, toen de lampenwinkel.

Maar jij wist de weg.

Hoe wist jij dat?" Ik zeg: "Ik heb op internet gelezen.

Veel mensen zeggen: De Domtoren is duidelijk.

Maar de rest van Utrecht is een verrassing." Sara lacht.

Zij zegt: "Jij bent ook een verrassing." Thuis zetten wij de lamp op tafel.

Wij doen het licht uit.

De lamp geeft een mooi licht.

Wij zitten samen in het donker.

Wij kijken naar de kleuren.

Ik voel mij blij.

Sara zegt: "Dit is mijn favoriete dag." Ik zeg: "Ja, de mijne ook." Wij drinken thee.

Wij praten over de stad.

Wij praten over de mensen.

Wij praten over de lamp.

De lamp is niet alleen een lamp.

De lamp is een herinnering.

Een herinnering aan een mooie dag in Utrecht.

En de Domtoren?

Die is duidelijk.

Maar de kleine straatjes, die zijn het mooist.

Tot de volgende.

Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze