Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Jan en de Kippen

Jan woont in Brabant.

Jan heeft veel kippen.

De kippen zijn geel en wit.

Jan is blij met zijn kippen.

Elke dag gaat Jan naar de kippen.

Hij geeft ze water.

Hij geeft ze eten.

De kippen maken veel geluid.

Tok tok tok!

Jan lacht.

Hij is een goede boer.

De kippen zijn geel en wit.

Jan houdt van de kippen.

De kippen leven in een grote ruimte.

De ruimte is rood.

Jan bouwt de ruimte zelf.

Hij werkt hard.

De kippen zijn gezond.

Jan is trots.

De ruimte ruikt naar hooi en aarde.

Het is een fijne geur.

Maar vandaag is Jan niet blij.

Jan heeft een brief.

Nee, geen brief.

Jan heeft een bericht.

Het bericht komt van het bureau.

Het bureau is in de stad.

Het bureau zegt, wacht.

Jan moet wachten.

Jan wacht op een ja of een nee.

Jan zegt, ik wacht al lang.

Hij kijkt naar de kippen.

De kippen kijken terug.

Tok tok tok!

Jan lacht een beetje.

Hij hoort de kippen en de wind.

De lucht is blauw.

De zon is warm.

Zijn buurman Piet komt langs.

Piet is ook een boer.

Piet heeft ook kippen.

Piet zegt: "Hoi Jan, alles goed?"

Jan zegt, nee, ik wacht nog.

Piet zegt, ik ook.

Jan zegt, jij ook?

Piet zegt, ja, ik ook wacht.

Jan en Piet staan bij de kippen.

De kippen lopen rond.

De kippen pikken op de grond.

Tok tok tok!

Jan en Piet kijken naar de kippen.

Het is een mooie dag.

De zon is warm.

De lucht is blauw.

De kippen zijn geel en wit.

Ze lopen snel.

Piet zegt: "Het bureau is traag."

Jan zegt: "Ja, heel traag."

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode

voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

Traag, Piet zegt.

Maar de kippen zijn snel.

Jan lacht.

Piet lacht ook.

De kippen lopen snel rond.

Tok tok tok!

Jan gaat naar huis.

Hij drinkt thee.

De thee is warm.

Hij zit aan tafel.

Hij denkt aan de kippen.

Hij denkt aan het bericht.

Hij wacht.

Hij kijkt naar buiten.

De lucht is nog blauw.

Hij hoort de kippen in zijn hoofd.

Tok tok tok!

Zijn vrouw Roos komt binnen.

Roos zegt: "Jan, eet je brood?"

Jan zegt, ja, ik eet.

Roos zegt: "Goed zo."

Jan eet zijn brood.

Het brood is lekker.

Jan is een beetje blij.

Roos geeft Jan een kopje thee.

De thee is warm.

Jan voelt de warmte.

Roos zegt: "Het bureau geeft snel een antwoord."

Jan zegt, ik hoop het.

Roos zegt: "De kippen zijn gezond."

Dat is goed.

Jan knikt.

Ja, de kippen zijn gezond.

Dat is heel goed.

De volgende dag gaat Jan weer naar de kippen.

De kippen lopen rond.

De kippen maken geluid.

Tok tok tok!

Jan geeft ze water.

Hij geeft ze eten.

De kippen zijn blij.

Jan is ook blij.

De kippen zijn geel en wit.

Ze pikken op de grond.

Jan kijkt naar de lucht.

De lucht is blauw.

De zon is warm.

Jan wacht nog op het antwoord.

Maar de kippen wachten niet.

De kippen eten en lopen.

Tok tok tok!

Jan lacht.

Hij houdt van zijn kippen.

De kippen zijn zijn leven.

Hij denkt, de kippen zijn gezond.

Dat is het belangrijkste.

Hij voelt zich rustig.

Het bureau geeft later een antwoord.

Jan wacht.

Piet wacht ook.

Maar nu is de zon warm.

De kippen zijn gezond.

En dat is goed.

Tot de volgende keer.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.

Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederlands, zelfs als je blijkbaar tot hier.

Tot de volgende keer.

Transcript en quiz · gratis

De quiz is gratis. Log in voor flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze