Alle podcasts

De Stille Berg

Het was een koude ochtend in een klein dorpje in de provincie Sichuan.

De zon probeerde door de dikke wolken te breken, maar het lukte niet.

Meneer Li, een oude boer van 67 jaar, stond op het punt om naar de markt te gaan.

Hij had zijn mand met groenten al klaargezet.

Zijn vrouw, mevrouw Wang, riep vanuit de keuken: 'Li, vergeet je jas niet!

Het wordt koud vandaag.' Maar voordat hij kon antwoorden, hoorde hij een vreemd geluid.

Het was een laag, rommelend geluid dat van de berg kwam.

Het leek op donder, maar de lucht was helder.

Meneer Li keek naar de berghelling.

Wat hij zag, maakte hem bang.

Een grote massa aarde en stenen begon naar beneden te komen.

Het bewoog langzaam, maar het was enorm.

'Wang!

Kom snel!' riep hij.

Maar het was te laat.

De aarde stroomde als een rivier door het dorp.

Het nam alles mee: huizen, bomen, auto's.

Meneer Li en zijn vrouw renden naar hoger gelegen grond.

Ze hoorden het geluid van brekend hout en schreeuwende mensen.

Het duurde maar een paar minuten, maar het voelde als uren.

Toen het stil werd, was het dorp veranderd in een veld van modder en puin.

De dagen daarna waren zwaar.

Hulpverleners kwamen uit de hele regio.

Ze zochten naar overlevenden.

Meneer Li hielp waar hij kon.

Hij droeg water en voedsel naar de reddingswerkers.

Hij zag hoe ze met hun handen in de modder groeven.

Soms vonden ze iemand.

Soms niet.

De officiële cijfers waren schokkend: acht mensen waren dood, 34 werden nog vermist.

De burgemeester van het dorp, een jonge vrouw van 32, probeerde de mensen te troosten.

'We zullen samen verder gaan,' zei ze.

'We moeten sterk zijn.' Maar meneer Li voelde zich niet sterk.

Hij dacht aan zijn buurman, meneer Zhang, die een kleine winkel had.

Meneer Zhang was altijd vriendelijk.

Hij gaf de kinderen gratis snoep.

Nu was zijn winkel weg.

En meneer Zhang was ook weg.

Zijn vrouw en kinderen waren veilig, maar hij was aan het werk toen de ramp gebeurde.

Ze hadden hem nog niet gevonden.

Op de derde dag na de ramp begon het te regenen.

De modder werd nog dieper.

De reddingswerkers moesten stoppen met zoeken.

Het was te gevaarlijk.

Meneer Li stond in de regen en keek naar de berg.

Hij dacht aan de tijd dat hij jong was.

De berg was toen groen en vol met bomen.

Maar de laatste jaren hadden mensen veel bomen gekapt.

Ze hadden huizen gebouwd en wegen aangelegd.

De berg was zwak geworden.

'Hadden we maar beter voor de berg gezorgd,' zei hij tegen zichzelf.

'Dan was dit misschien niet gebeurd.' Zijn dochter, Ling, kwam naast hem staan.

Ze was 34 en woonde in de stad.

Ze was meteen gekomen toen ze het nieuws hoorde.

'Papa, je kunt jezelf niet de schuld geven,' zei ze.

'Dit was een natuurramp.

Niemand had het kunnen voorspellen.' Maar meneer Li schudde zijn hoofd.

'We wisten dat het gevaarlijk was.

We hadden eerder actie moeten ondernemen.' De weken daarna veranderden het dorp.

Mensen begonnen met het opruimen van de modder.

Ze bouwden tijdelijke huizen van hout en plastic.

De overheid stuurde geld en materialen.

Maar het verdriet bleef.

Meneer Li ging elke dag naar de plek waar zijn huis had gestaan.

Hij vond een paar foto's en een oude theepot.

Die bewaarde hij zorgvuldig.

Op een dag, een maand na de ramp, vonden ze het lichaam van meneer Zhang.

Het was een trieste dag, maar ook een dag van afsluiting.

Zijn vrouw en kinderen konden eindelijk afscheid nemen.

De begrafenis was klein, maar veel mensen kwamen.

Ze stonden in de regen en luisterden naar de woorden van de priester.

Meneer Li huilde.

Hij had niet veel gehuild sinds de ramp, maar nu kon hij het niet tegenhouden.

Ling legde haar hand op zijn schouder.

'Het komt goed, papa,' zei ze.

'We zullen dit dorp weer opbouwen.

En we zullen het beter doen dan voorheen.' Meneer Li knikte.

Hij wist dat ze gelijk had.

Het zou lang duren, maar ze zouden het redden.

Samen.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze