

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Noor is vandaag alleen.
Zij wacht bij de bushalte.
Het is koud.
Noor draagt een blauwe jas en een sjaal.
Zij kijkt naar de grond.
Zij is een beetje verdrietig.
Opeens ziet Noor iets op de bank.
Het is een sticker.
De sticker is klein.
Hij heeft drie kleuren: blauw, wit en roze.
Noor kijkt goed.
Zij kent die kleuren.
Het is de vlag van trans mensen.
Noor glimlacht.
Noor denkt: "Deze sticker is voor mij." Zij voelt zich warm.
De wind is koud, maar Noor is niet meer koud.
Zij zit op de bank.
Zij raakt de sticker aan.
De sticker is glad.
Hij zit goed vast.
Dan komt een oude man naast Noor zitten.
Hij heeft een groene pet op.
Hij kijkt naar de sticker.
Hij zegt: "Mooie sticker.
Mijn kleinzoon heeft dezelfde op zijn fiets." Noor kijkt naar de man.
Zij zegt: "Echt?
Is uw kleinzoon...?" De man knikt.
Hij lacht.
Hij zegt: "Ja, hij is trots.
En ik ben ook trots." Noor voelt iets in haar borst.
Zij zegt: "Mijn familie weet het nog niet." De man kijkt haar vriendelijk aan.
Hij zegt: "Dat is oké.
Je bent nog jong.
Je hebt tijd.
En je bent goed zoals je bent." Noor heeft tranen in haar ogen.
Zij zegt: "Dank u wel." De man zegt: "Geen dank.
De bus komt zo." Noor kijkt naar de lucht.
De lucht is grijs, maar de sticker is vrolijk.
Zij denkt aan de man.
Zij denkt aan zijn kleinzoon.
Zij denkt aan haar eigen toekomst.
De bus komt.
Noor stapt in.
Zij zit bij het raam.
Zij kijkt naar de bushalte.
De sticker is klein, maar voor Noor is hij groot.
Zij zegt zacht: "Ik ben niet alleen." De rit is kort.
Noor stapt uit bij haar huis.
Zij opent de deur.
Haar moeder is in de keuken.
Noor zegt: "Mam, ik wil iets vertellen." Haar moeder kijkt op en lacht.
Noor vertelt over de sticker.
Zij vertelt over de man.
Zij vertelt over haar gevoel.
Haar moeder luistert.
Haar moeder zegt: "Ik hou van jou, Noor.
Altijd." Noor huilt nu, maar het zijn blije tranen.
Zij omhelst haar moeder.
Zij voelt zich licht.
De sticker bij de bushalte was klein, maar hij deed veel.
Die avond zit Noor op haar kamer.
Zij tekent een sticker.
De sticker heeft blauw, wit en roze.
Zij plakt hem op haar dagboek.
Zij schrijft: "Ik ben trots." Noor voelt zich klaar voor de volgende stap.
Morgen gaat zij naar school.
Morgen vertelt zij het aan haar vrienden.
Zij is een beetje bang, maar ook sterk.
En de sticker?
Die zit nog steeds bij de bushalte.
Misschien ziet een ander kind hem ook.
En dan voelt dat kind zich net zo warm als Noor.
Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze