

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is een zonnige ochtend in Den Haag. De zon schijnt en de lucht is blauw.
Een man, Karel, staat bij de bushalte.
Hij heeft een grote koffer en een rugzak.
De koffer is zwaar. Karel gaat naar het vliegveld.
Hij kijkt op zijn telefoon en ziet de tijd.
Het is 8 uur, zijn vliegtuig gaat om 11 uur.
Hij heeft genoeg tijd, denkt hij.
Hij hoort vogels en auto's.
De bus komt.
De bus is groot en geel.
Karel stapt in.
Hij geeft de buschauffeur een kaartje.
Het kaartje is klein en wit.
De bus rijdt door de stad.
Karel kijkt uit het raam.
Hij ziet huizen, bomen en andere bussen.
De huizen zijn hoog en de bomen zijn groen.
Hij is rustig.
Na een tijdje zegt de buschauffeur.
Meneer, dit is de laatste halte.
Karel kijkt verbaasd.
Zijn ogen zijn groot.
Maar ik moet naar het vliegveld, zegt hij.
De buschauffeur lacht.
Deze bus gaat niet naar het vliegveld, meneer.
Deze bus gaat naar het station.
Karel voelt zich dom.
Hij heeft de verkeerde bus genomen.
Hij denkt: 'O nee, wat nu?'
Hij stapt uit en kijkt rond.
Het is een groot station.
Mensen lopen snel.
Hij hoort stemmen en voetstappen.
Karel ziet een bord met 'Bus 12 naar Vliegveld'.
Het bord is blauw en wit.
Hij rent erheen.
Zijn koffer maakt een geluid.
Klik, klik, klik.
De bus staat er.
Hij stapt in.
Gelukkig, denkt hij.
Maar de bus staat stil.
De chauffeur zegt.
De bus vertrekt over 10 minuten.
Karel wacht.
Hij kijkt op zijn telefoon.
Het is 8.45 uur.
Hij is nog steeds op tijd.
Hij voelt de zon op zijn gezicht.
Na 10 minuten rijdt de bus weg.
Karel is blij.
Even tussendoor.
Bedankt voor het luisteren.
Reageer onder deze aflevering.
Of stuur me een DM op Instagram.
Dan stuur ik je een speciale kortingscode voor de interactieve versie van deze aflevering.
Veel plezier verder met het verhaal.
Hij ziet de stad.
Maar na 5 minuten stopt de bus.
De chauffeur zegt.
Er is een ongeluk op de weg.
We moeten wachten.
Karel zucht.
Hij kijkt naar de klok.
Het is 9.15 uur.
Hij begint zich zorgen te maken.
Zijn hart klopt snel.
Na 20 minuten rijdt de bus weer.
Maar langzaam.
Het verkeer is druk.
Hij ziet veel auto's.
Om 10.30 uur komt de bus aan bij het vliegveld.
Het vliegveld is groot en wit.
Karel rent naar de incheckbalie.
Hij heeft nog 30 minuten.
Hij is moe en bezweet.
Zijn shirt is nat.
Hij geeft zijn paspoort.
Het paspoort is blauw.
De vrouw zegt.
Uw vlucht is geannuleerd.
Karel is boos en verdrietig.
Wat nu denkt hij.
De vrouw zegt.
U kunt een nieuwe vlucht nemen om 15 uur.
Karel zucht.
Hij heeft honger en dorst.
Hij loopt naar een café en koopt een broodje en koffie.
Het café is klein en warm.
Hij ruikt koffie en brood.
Hij zit en denkt, wat een dag.
Ik wilde gewoon op vakantie, maar alles gaat fout.
Na een tijdje eet hij zijn broodje.
Het broodje is zacht en lekker.
Hij drinkt zijn koffie.
De koffie is warm.
Hij voelt zich iets beter.
Om 14.30 uur gaat hij naar de gate.
De gate is nummer 7.
Hij stapt in het vliegtuig en zit op zijn plaats.
Het vliegtuig is groot en grijs.
Hij is moe, maar ook blij.
Eindelijk denkt hij.
Het vliegtuig vertrekt.
Karel kijkt uit het raam en ziet de wolken.
De wolken zijn wit en zacht.
Hij glimlacht.
De reis was moeilijk, maar nu is hij op weg.
Hij denkt, morgen is alles beter.
Hij sluit zijn ogen en rust.
Tot de volgende.
Alle transcripten op Dutchfluency.com slash transcripts.
Bedankt voor het luisteren naar Dutchfluency.
Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.
Spreek Nederlandse zelfs als je stottert.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze