

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hoi Emma, hoi Sophie.
EMMA: Hoi Rick.
Hoe gaat het?
RICK: Goed.
Ik heb zin in koffie.
SOPHIE: Ik ook.
Lekker warm.
RICK: We gaan naar het café.
EMMA: Ja, dat is goed.
SOPHIE: Neem je de auto?
RICK: Nee, ik loop.
Het is mooi weer.
EMMA: Ik loop ook.
Mijn huis is dichtbij.
SOPHIE: Ik kom met de fiets.
RICK: Mooi.
We zien elkaar daar.
EMMA: Het café is op de hoek.
RICK: Ja, daar is het.
SOPHIE: Ik heb honger.
Ik neem een broodje.
RICK: Ik neem een koekje.
EMMA: Ik drink thee.
Geen koffie.
RICK: Geen koffie?
Dat is raar.
EMMA: Ik drink thee.
Dat is goed voor mij.
SOPHIE: En ik drink chocolademelk.
RICK: Jij bent een kind, Sophie.
SOPHIE: Nee, ik ben een vrouw.
EMMA: Sophie heeft gelijk.
Dat is lekker.
RICK: Oké, jij hebt gelijk.
SOPHIE: De koffie is hier goed.
RICK: Ja, dat vind ik ook.
EMMA: De prijs is goed.
RICK: Kijk, daar is een tafel.
SOPHIE: Ja, we gaan zitten.
EMMA: Ik zit naast het raam.
RICK: Ik zit naast Emma.
SOPHIE: En ik zit naast Rick.
EMMA: Dat is goed.
Wij zijn samen.
RICK: De ober komt nu.
OBER: Hallo, wat wil je drinken?
RICK: Ik wil een koffie.
EMMA: Ik wil een thee.
SOPHIE: En ik wil een chocolademelk.
OBER: En iets te eten?
RICK: Ja, een koekje.
EMMA: Een broodje voor mij.
SOPHIE: Geen eten voor mij.
OBER: Dat is goed.
Het komt snel.
RICK: Dank je wel.
SOPHIE: Dit is een fijn café.
EMMA: Ja, het is hier rustig.
RICK: Dat is goed voor een praatje.
SOPHIE: Vertel eens, hoe is je werk?
RICK: Mijn werk is goed.
Ik leer veel.
EMMA: Wat doe je precies?
RICK: Ik geef les.
Ik ben leraar.
SOPHIE: Dat is mooi.
Ik werk op een school.
EMMA: Wat doe jij daar?
SOPHIE: Ik help kinderen met lezen.
RICK: Dat is belangrijk.
Goed werk.
EMMA: Ik werk in een ziekenhuis.
RICK: Dat is ook belangrijk.
Jij helpt mensen.
EMMA: Ja, ik ben verpleegster.
SOPHIE: Dat is zwaar, denk ik.
EMMA: Soms wel, maar ik vind het mooi.
RICK: Wij hebben alle drie een goed beroep.
SOPHIE: Ja, en we zijn goede vrienden.
EMMA: Dat is het belangrijkst.
RICK: Kijk, de ober komt terug.
OBER: Hier is jullie eten en drinken.
RICK: Dank je wel.
SOPHIE: Het ziet er lekker uit.
EMMA: Ja, het broodje is groot.
RICK: Proost, vrienden.
SOPHIE: Proost, op ons.
EMMA: Proost, op een fijne dag.
RICK: De koffie is warm en lekker.
SOPHIE: Mijn chocolademelk is zoet.
EMMA: Mijn thee is rustgevend.
RICK: Zullen we nog een keer komen?
SOPHIE: Ja, dat doen we graag.
EMMA: Volgende week op dinsdag.
RICK: Dat is goed.
Ik heb dan vrij.
SOPHIE: Ik ook.
Ik zie jullie dan.
EMMA: Ik heb nu een afspraak.
RICK: Oké, wij gaan ook.
SOPHIE: Tot de volgende keer.
RICK: Ja, tot dan.
Ik betaal nu.
EMMA: Nee, ik betaal.
Jij betaalt de vorige keer.
SOPHIE: Ik betaal voor de thee.
RICK: Oké, jij betaalt nu.
EMMA: Dank je wel, Sophie.
SOPHIE: Geen probleem.
We zijn vrienden.
RICK: Fijn dat we dit doen.
EMMA: Ja, dit is een goed moment.
SOPHIE: Het is altijd leuk met jullie.
RICK: Dat is waar.
Tot volgende week.
EMMA: Fijne dag nog.
SOPHIE: Doe de groeten aan je huis.
RICK: Dat doe ik.
Tot de volgende.
Alle transcripten op Dutch Fluency.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze