Alle podcasts

Het Vliegtuig van Tom

Tom woont in Bremen.

Bremen is een stad in Duitsland.

Tom heeft een klein huis.

Het huis is geel.

Tom is blij met zijn huis.

Het is een mooie dag.

De zon is er.

Tom zit buiten.

Hij drinkt koffie.

De koffie is warm.

Tom kijkt naar de lucht.

De lucht is blauw.

Dan hoort Tom een geluid.

Het geluid is hard.

Tom staat op.

Hij kijkt naar boven.

Er is een klein vliegtuig.

Het vliegtuig is klein en rood.

Het vliegtuig vliegt laag.

Heel laag.

Tom zegt: "Wat is dat?" Tom kijkt goed.

Het vliegtuig valt.

Het valt naar beneden.

Tom loopt weg.

Snel.

Heel snel.

Het vliegtuig valt op een huis.

Het huis is naast Tom zijn huis.

Er is een groot geluid.

Tom staat stil.

Tom is bang.

Heel erg bang.

Tom loopt naar de straat.

Op de straat zijn mensen.

Een vrouw staat daar.

Zij heet Maria.

Maria is ook bang.

Tom zegt: "Gaat het?" Maria zegt: "Nee.

Ik ben bang." Tom zegt: "Ik ook." Tom en Maria kijken naar het huis.

Het huis is kapot.

Er is vuur.

Het vuur is groot en oranje.

Tom zegt: "Dat is erg." Maria knikt.

Zij zegt: "Ja.

Dat is erg." Er komen auto's.

De auto's zijn rood.

De mannen in de auto's werken hard.

Zij doen hun werk.

Tom en Maria kijken.

Zij staan stil op de straat.

Een man komt naar Tom.

De man heet Jan.

Jan zegt: "Gaat het met jou?" Tom zegt: "Ja.

Met mij gaat het goed." Jan zegt: "Mooi." Jan loopt weg.

Hij werkt hard.

Maria zegt: "Twee mensen zijn dood." Tom is stil.

Hij denkt aan de twee mensen.

Tom is heel erg stil.

Maria is ook stil.

Tom kijkt naar zijn huis.

Zijn huis is goed.

Zijn huis is heel.

Tom is blij met zijn huis.

Maar Tom denkt aan de twee mensen.

Dat is niet goed.

Maria zegt: "Kom.

Wij gaan naar binnen." Tom zegt: "Ja.

Goed idee." Tom en Maria gaan naar het huis van Tom.

Tom maakt thee.

De thee is warm.

Tom en Maria drinken thee.

Zij zijn stil.

Maar zij zijn samen.

Dat is fijn.

Tom kijkt uit het raam.

De straat is druk.

Er zijn veel mensen.

Er zijn veel rode auto's.

Tom drinkt zijn thee.

Hij denkt: dit is een rare dag.

Een heel rare dag.

Maria zegt: "Dank je wel, Tom." Tom zegt: "Graag." Tom en Maria drinken nog meer thee.

Buiten is het druk.

Binnen is het stil.

De thee is lekker.

Tom is blij dat Maria er is.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze