

Nou, de groene pannekoek. Dit is Jan. Jan is in de keuken. Jan heeft een pan. De pan is groot. Jan maakt pannekoeken. Pannekoeken zijn lekker. Jan houdt van pannekoeken.
Well, the green pancake. This is Jan. Jan is in the kitchen. Jan has a pan. The pan is big. Jan is making pancakes. Pancakes are tasty. Jan loves pancakes.
Maar vandaag maakt Jan speciale pannekoeken. Heel speciale pannekoeken. Jan heeft melk. Jan heeft eieren. Jan heeft ook spinatie.
Spinatie is groen. Heel groen. Jan kijk naar de spinatie. De spinatie is op het bord. Het bord is op de tafel. Jan stopt de spinatie in de blender. Jan stopt de melk in de blender.
De blender maakt veel lawai. Het is heel luid. Nu is de melk groen. De melk is heel groen. Jan kijk naar de groene melk. Jan maakt het beslag.
Het beslag is groen. Heel erg groen. De pan is warm. Jan doet boter in de pan. De boter smelt. Jan giet het groene beslag in de pan.