

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Nou, de groene pannekoek.
Dit is Jan.
Jan is in de keuken.
Jan heeft een pan.
De pan is groot.
Jan maakt pannekoeken.
Pannekoeken zijn lekker.
Jan houdt van pannekoeken.
Maar vandaag maakt Jan speciale pannekoeken.
Heel speciale pannekoeken.
Jan heeft melk.
Jan heeft eieren.
Jan heeft ook spinatie.
Spinatie is groen.
Heel groen.
Jan kijk naar de spinatie.
De spinatie is op het bord.
Het bord is op de tafel.
Jan stopt de spinatie in de blender.
Jan stopt de melk in de blender.
De blender maakt veel lawai.
Het is heel luid.
Nu is de melk groen.
De melk is heel groen.
Jan kijk naar de groene melk.
Jan maakt het beslag.
Het beslag is groen.
Heel erg groen.
De pan is warm.
Jan doet boter in de pan.
De boter smelt.
Jan giet het groene beslag in de pan.
De pannekoek is groen.
De pannekoek is heel erg groen.
Jan kijk naar de pannekoek.
De pannekoek wordt bruin.
Nee, de pannekoek wordt zwaart.
Heel snel zwaart.
Jan kijkt.
Jan wacht.
De pannekoek is klaar.
De pannekoek ligt op het bord.
Het bord is op de tafel.
De pannekoek is groen en bruin.
Jan ruikt aan de pannekoek.
Het ruikt anders.
Niet slecht, maar anders.
Jan ete de pannekoek.
Jan koud.
Jan denkt.
Het is oké.
Ja, het is oké.
Je proeft de spinatie.
Een beetje.
Niet veel, maar een beetje.
Jan kijk naar zijn bord.
Het bord is leeg.
Jan heeft de pannekoek opgegeten.
Morgen maakt Jan weer pannekoeken.
Gewone pannekoeken.
Zonder spinatie.
Of toch met spinatie.
Jan denkt na.
Jan kijk naar de spinatie.
De spinatie is nog op tafel.
Nou ja, misschien morgen weer groene pannekoeken.
Het is anders.
Maar anders is ook goed.
De keuken ruikt naar pannekoeken.
Groene pannekoeken.
Jan is blij.
Een beetje blij.
Nieuwe woorden.
De pannekoek.
De pancake.
De spinatie.
De spinach.
De blender.
De blender.
Hebbeslag.
De better.
Groen.
Green.
Smelt.
Melt.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze