

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Meeeeen, spek en poffertjes.
Dit is Jan. Jan is in de koken.
De koken is klein maar leuk. Jan heeft honger.
Hij wil iets lekkers eten.
Wat eten Jan vandaag?
Jan ziet spek. Het spek is in de koelkast.
Het spek ruik lekker. Jan ziet ook poffertjes.
Poffertjes zijn kleine pannenkoeken.
Poffertjes zijn heel lekker.
Jan denkt, ik maak spek poffertjes.
Spek poffertjes?
Ja, spek poffertjes. Dit is een goed idee.
Jan pakt een pan. De pan is groot.
Jan ligt het spek in de pan.
Het spek bakt in de pan. Jan ruikt het spek.
Meeeeen, het ruikt zo lekker.
Jan gebruikt boter.
Geen olie, alleen boter.
Boter is belangrijk. Het spek is klaar.
Jan haalt het spek uit de pan.
De pan heeft nu spek olie.
Wat is spek olie?
Spek olie is olie van het spek.
De spek olie ruikt heel lekker.
Nu bakt Jan de poffertjes.
De poffertjes bakken in de spek olie.
Dit is het geheim.
De poffertjes zijn klein en rond.
Ze bakken in de pan.
Jan kijkt naar de poffertjes.
De poffertjes worden bruin.
Ze ruiken heel lekker.
Jan heeft veel honger nu.
Jan roept.
Lisa, kom hier.
Lisa is de vrouw van Jan.
Lisa komt naar de keuken.
Lisa ruikt de poffertjes.
Wat ruikt dat lekker?
Zeg Lisa.
Ze is blij.
Jan ligt de poffertjes op een bord.
Hij ligt het spek ook op het bord.
Het bord is vol.
Jan en Lisa zitten aan de tafel.
De tafel is in de keuken.
Ze eten samen.
Lisa eten poffertjes.
Hmm.
Zeg Lisa.
Dit is zo lekker.
Jan ligt.
Hij is blij.
Spek poffertjes zijn geweldig.
Lisa eten nog een poffertje.
En nog een.
En nog een.
Jan zegt.
Langzaam Lisa.
Lisa ligt.
Ze eet toch nog een poffertje.
Dit is het geheim van Jan.
Spek plus poffertjes is goed.
Booter is belangrijk.
Geen olie.
Wil jij ook spek poffertjes?
Het is niet moeilijk.
Probeer het maar.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze