Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het was een gewone dinsdagochtend in Almelo toen Joost van der Berg zijn koffie inschonk en de post openmaakte.
De zon scheen door het raam van zijn kantoor, dat uitkeek over het kanaal.
Het water lag er rustig bij, zoals altijd.
Joost had zijn bedrijf, een groothandel in bouwmaterialen, al twintig jaar aan dit kanaal.
Elke week kwamen er schepen langs die zijn goederen ophaalden of brachten.
Dat was goedkoop, betrouwbaar en snel.
Tot die ochtend.
In de envelop zat een brief van de gemeente.
Joost las hem twee keer, want hij kon het niet geloven.
Vanwege noodzakelijke reparaties aan de sluis zou het kanaal de komende achttien maanden volledig gesloten worden voor scheepvaart.
Achttien maanden.
Joost zette zijn koffie neer en staarde naar buiten.
"Ik schrok me een hoedje", zou hij later tegen zijn vrouw zeggen.
"Ik dacht eerst dat het een grap was." Maar het was geen grap.
De sluis was al jaren in slechte staat en de veiligheid kon niet langer worden gegarandeerd.
Dat begreep Joost wel, maar het hielp hem niet verder.
Zijn hele logistieke systeem was gebouwd rond het transport over water.
Zonder die schepen moest hij alles over de weg laten vervoeren, en dat was twee keer zo duur.
Hij pakte zijn telefoon en belde zijn buurman en collega-ondernemer, Frans Timmerman, die een metaalbedrijf had aan dezelfde kant van het kanaal.
"Heb jij die brief ook gekregen?" vroeg Joost.
"Ja", zei Frans kortaf.
"Ik zit er net naar te kijken.
Dit is een ramp voor ons allebei." De twee mannen spraken af om die middag samen naar een informatiebijeenkomst te gaan die de gemeente had georganiseerd voor alle betrokken bedrijven.
In de zaal zaten zo'n dertig ondernemers, allemaal met dezelfde bezorgde blik.
Een ambtenaar legde uit dat de werkzaamheden echt niet langer uitgesteld konden worden.
De sluis was gevaarlijk geworden en een ongeluk zou veel erger zijn dan een tijdelijke sluiting.
Na afloop stonden Joost en Frans buiten in de frisse lucht.
Frans stak zijn handen in zijn zakken en keek naar de lucht.
"Ze hebben wel gelijk", zei hij langzaam.
"Maar dat maakt het niet makkelijker." "Nee", zei Joost.
"Maar ik ga niet bij de pakken neerzitten.
Ik ga uitzoeken of er subsidie beschikbaar is voor bedrijven die tijdelijk moeten overstappen op wegtransport.
En misschien kunnen we samen een vrachtwagen delen, zodat de kosten lager worden." Frans keek hem aan en knikte langzaam.
"Dat is eigenlijk een goed idee.
Jij hebt altijd al beter kunnen plannen dan ik." De weken daarna waren druk en soms frustrerend.
Joost belde met vervoersbedrijven, vroeg offertes aan en stuurde brieven naar de provincie om financiële steun te vragen.
Het was niet zeker of hij die steun zou krijgen, maar hij probeerde het toch.
Ondertussen moest hij zijn klanten uitleggen waarom de levertijden langer zouden worden.
De meesten reageerden begripvol, al waren er ook een paar die dreigden naar een andere leverancier te gaan.
Op een avond zat Joost aan de keukentafel met zijn vrouw Eline.
Ze dronken thee en buiten was het al donker.
"Denk je dat het goed komt?" vroeg ze.
"Ik weet het niet zeker", zei hij eerlijk.
"Maar ik denk dat we het redden als we slim zijn.
En als de sluis straks weer open is, staat ons bedrijf er misschien zelfs sterker voor, omdat we hebben geleerd om flexibeler te werken." Eline glimlachte.
"Dat klinkt als iets wat jij altijd zegt als je eigenlijk ook een beetje bang bent." Joost lachte.
"Misschien wel.
Maar ik meen het ook." Het kanaal lag die avond stil en donker achter het raam.
Ergens in de verte klonk het geluid van een auto op de weg.
Voorlopig zou dat het nieuwe ritme zijn van zijn bedrijf.
Niet het zachte geluid van een schip dat aanmeerde, maar het geronk van een vrachtwagen die vertrok.
Anders, maar niet onmogelijk.
Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze