Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

De Drone in de Tuin

Het is ochtend in Leipzig.

De zon is warm.

Meneer Klein zit in de tuin.

Hij drinkt koffie.

Zijn kat, Minoes, ligt naast hem.

Minoes slaapt.

Alles is rustig.

Dan hoort meneer Klein een geluid.

Het geluid komt van boven.

Hij kijkt omhoog.

Daar is een drone.

De drone is grijs.

Hij vliegt laag.

Meneer Klein ziet een lampje.

Het lampje is rood.

De drone maakt een zoemend geluid.

Zoem, zoem, zoem.

Meneer Klein staat op.

Hij roept: "Hé, wat doe je?" De drone vliegt weg.

Meneer Klein loopt naar de straat.

Hij ziet zijn buurman, meneer De Vries.

Meneer De Vries heeft een hond.

De hond heet Max.

Max blaft naar de lucht.

Meneer Klein zegt: "Zie jij de drone?" Meneer De Vries zegt: "Ja, ik zie hem.

Hij is daar." De drone vliegt naar het park.

De twee mannen lopen achter de drone aan.

Max rent mee.

De drone gaat naar een grote boom.

Hij blijft hangen in de takken.

Het lampje knippert.

Knipper, knipper, knipper.

Meneer Klein zegt: "Wat is dat?" Meneer De Vries kijkt goed.

Hij ziet een klein pakje aan de drone.

Het pakje is wit.

Er zit een touw aan.

Meneer De Vries zegt: "Dat is niet goed." Meneer Klein zegt: "Nee, dat is niet normaal." De mannen bellen de hulpdienst.

Een vrouw komt.

Haar naam is Sara.

Sara heeft een helm op.

Ze kijkt naar de drone.

Ze zegt: "Blijf hier.

Ik ga kijken." Sara loopt naar de boom.

Ze pakt het pakje.

Ze opent het voorzichtig.

Er zit een brief in.

De brief is klein.

Sara leest de brief.

Ze lacht.

Sara zegt: "Het is geen gevaar.

Het is een grap." Meneer Klein zegt: "Een grap?" Sara zegt: "Ja, een kind heeft de drone gestuurd.

Het kind wil een brief naar de lucht sturen." Meneer Klein lacht ook.

Meneer De Vries lacht.

Max blaft niet meer.

Sara geeft de brief aan meneer Klein.

Hij leest de brief.

Er staat: "Hallo, ik ben Tim.

Ik ben zeven jaar.

Ik wil een vriend.

Kom je spelen?" Meneer Klein zegt: "Wat een leuk kind." Meneer De Vries zegt: "Ja, Tim is grappig." De drone hangt nog in de boom.

Meneer Klein zegt: "Hoe krijgen we de drone naar beneden?" Meneer De Vries zegt: "Ik heb een ladder." Hij loopt naar huis.

Hij komt terug met een ladder.

Hij zet de ladder tegen de boom.

Hij klimt omhoog.

Hij pakt de drone.

Hij komt naar beneden.

De drone is heel.

Meneer Klein zegt: "Dank je wel." Meneer De Vries zegt: "Graag gedaan." Ze geven de drone aan Sara.

Sara zegt: "Ik breng hem naar Tim." Ze stapt in haar auto.

Ze rijdt weg.

Meneer Klein en meneer De Vries kijken haar na.

Meneer Klein zegt: "Wat een ochtend." Meneer De Vries zegt: "Ja, maar het is goed." Ze lopen terug naar hun huizen.

Minoes slaapt nog.

Meneer Klein gaat weer zitten.

Hij drinkt zijn koffie.

De koffie is koud.

Hij lacht.

Hij zegt: "Koffie is koud, maar ik ben blij." De zon is warm.

De vogels zingen.

Meneer Klein kijkt naar de lucht.

Geen drone.

Alles is rustig.

Hij denkt aan Tim.

Hij zegt: "Ik hoop dat Tim een vriend vindt." Hij drinkt zijn koffie.

Hij is tevreden.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze