

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is maandagochtend in Den Haag.
De zon schijnt door het raam van de kleine keuken.
Meneer Jansen drinkt koffie.
Hij leest de krant.
Hij is rustig.
Dan hoort hij een geluid.
Het is zijn buurvrouw, Geertje.
Ze loopt snel door de gang.
Ze heeft een grote tas bij zich.
De tas is rood en geel.
Meneer Jansen kijkt op.
'Goedemorgen, Geertje,' zegt hij.
'Waar ga je naartoe?' Geertje lacht.
Ze is heel blij.
Haar ogen zijn groot en haar gezicht is rood.
'Ik ga naar het park,' zegt ze.
'Het is een speciale dag!' Meneer Jansen is nieuwsgierig.
'Wat is er speciaal?' vraagt hij.
Geertje doet haar tas open.
Ze laat een bord zien.
Het bord is groot en wit.
Er staat op: 'Geertje is de beste!' Er staan ook bloemen op het bord.
Het is mooi.
Meneer Jansen lacht.
'Dat is een mooi bord,' zegt hij.
'Maar waarom?' Geertje zegt: 'Ik win vandaag een prijs!
In het park is een wedstrijd.
De beste taart van de stad.
Ik heb een appeltaart gemaakt.
Hij is heel lekker.
Ik win zeker!' Meneer Jansen drinkt nog een slok koffie.
'Dat is leuk,' zegt hij.
'Veel succes.' Geertje loopt naar de deur.
Ze roept: 'Dank je!
Tot straks!' Ze is weg.
Meneer Jansen leest verder in de krant.
Hij denkt aan de taart.
Hij is benieuwd.
Twee uur later.
Meneer Jansen loopt naar het park.
Hij wil Geertje zien.
In het park zijn veel mensen.
Er is muziek.
Er staan tafels met taarten.
Meneer Jansen zoekt Geertje.
Hij ziet haar bij een tafel.
Ze zit op een stoel.
Haar gezicht is niet blij.
Het is wit.
Naast haar staat de appeltaart.
De taart is ... plat!
Hij is helemaal kapot.
Meneer Jansen loopt naar Geertje.
'Hé, Geertje,' zegt hij zacht.
'Wat is er gebeurd?' Geertje kijkt naar de taart.
Ze schudt haar hoofd.
'De hond,' zegt ze.
'De hond van de burgemeester.
Hij sprong op de tafel.
Hij at de taart op.' Meneer Jansen kijkt naar de taart.
Er is een beetje appel en deeg.
De hond ligt onder de tafel.
Hij slaapt.
Hij is dik en tevreden.
Geertje zucht.
'Ik was zo blij,' zegt ze.
'Ik had er zin in.
Nu is alles weg.' Meneer Jansen legt zijn hand op haar schouder.
'Het is jammer,' zegt hij.
'Maar je kunt een nieuwe taart maken.
Volgend jaar weer.' Geertje lacht een beetje.
'Ja,' zegt ze.
'Volgend jaar.
Maar de hond ... hij heeft geen manieren.' Meneer Jansen lacht ook.
'Nee,' zegt hij.
'Honden hebben geen manieren.
Maar ze zijn wel schattig.' Geertje kijkt naar de hond.
De hond opent één oog.
Hij kwispelt met zijn staart.
Geertje zegt: 'Oké.
Hij is schattig.
Maar volgende keer ... doe ik de taart in een doos.' Meneer Jansen knikt.
'Goed idee,' zegt hij.
Ze lopen samen naar huis.
De zon schijnt.
De vogels zingen.
Het is een mooie dag.
Geertje is niet meer boos.
Ze denkt aan de nieuwe taart.
Ze heeft er al zin in!
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze