Try the apps free
Login
Play me!
Alle podcasts

De Zwaai Terug

Het is een heldere woensdagmiddag in een klein stadje.

De zon staat hoog en de lucht is bijna zonder wolken.

Iedereen is buiten.

Ik loop over de Kerkstraat, een brede straat met oude bomen.

Ik draag een nette boodschappentas van bruin canvas.

Het is mijn vrije middag en ik wil brood en kaas kopen voor het avondeten.

Ik voel de warmte op mijn gezicht.

Een zacht briesje ruikt naar verse croissants, want de bakkerij op de hoek heeft de deur open.

Fietsen staan kriskras aan een rek.

Een paar kinderen spelen op het plein.

Het is een vredig tafereel.

Ik ben een beetje in gedachten.

Ik denk aan de e-mail die ik vanmorgen heb gestuurd en of ik de vergadering van volgende week goed heb voorbereid.

Ik zie de straat, maar ik kijk niet echt om me heen.

Dan hoor ik opeens een roep: "Hé!

Hallo!" Ik kijk op.

Aan de overkant staat een man.

Hij heeft witte haren, een blauwe trui en een grijs petje.

Hij zwaait uitbundig met zijn rechterarm.

Zijn gezicht is breed aan het lachen.

Hij kijkt in mijn richting.

Althans, dat denk ik.

Mijn eerste gedachte: "Dat is misschien een oude collega?

Of mijn buurman van vroeger?" Ik weet het niet zeker.

Maar ik wil niet onbeleefd zijn.

Dus ik steek mijn hand op en zwaai terug, groot en vrolijk.

Ik roep ook: "Hoi!" De man begint naar mij toe te lopen.

Hij steekt de straat over.

Hij loopt tussen twee auto's door.

Zijn gezicht is vrolijk.

Maar dan voel ik het al: hij kijkt niet naar mij.

Hij kijkt naar iemand achter mij.

Hij roept: "Carla!

Ik heb jou nodig!" Ik draai mijn hoofd om.

Daar staat een oude vrouw.

Ze heeft krullend grijs haar en draagt een felgroene jas.

Ze heeft een witte plastic zak in haar hand.

Ze lacht en roept terug: "Jan, ik sta hier al!

Je bent te laat!" Jan loopt vlak langs mij.

Hij geeft me niet eens een kijkje.

Hij loopt naar Carla, alsof ik niet besta.

Ik sta met mijn arm omhoog, mijn hand in de lucht.

Het is een pavlov-reactie geweest.

Mijn gezicht wordt gloeiend heet.

Ik schaam me enorm.

Ik moet snel iets doen.

Ik probeer van mijn zwaai een krab aan mijn hoofd te maken.

Dat was een slecht idee.

Mijn hand raakt mijn haren en mijn bril valt bijna af.

Ik kijk dom.

Iemand op een fiets rijdt voorbij en lacht.

Ik hoor een kind zeggen: "Mama, waarom zwaait die meneer naar niemand?" De moeder antwoordt: "Sst, hij is misschien nieuw." Jan en Carla praten nu samen.

Ze staan bij de bakkerij.

Carla kijkt naar mij en wijst.

Ze heeft medelijden.

Ze loopt naar mij toe.

Jan volgt haar.

Carla zegt: "Hé, jonge man.

Sorry, Jan zwaaide naar mij, maar jij stond in de weg.

We hebben je niet willen plagen.

Wat gebeurde er precies?" Ik sta daar, met mijn boodschappentas in mijn hand.

Ik haal mijn schouders op.

Ik zeg: "Sorry, mevrouw.

Ik zag u zwaaien.

Ik dacht: hij bedoelt mij.

Maar het was voor u.

Dat gebeurt mij vaker." Jan is bij ons.

Hij lacht.

Hij zegt: "Dat gebeurt mij ook altijd!

Mijn zicht is niet meer perfect.

Soms zwaai ik naar de verkeerde persoon.

Vorige week heb ik per ongeluk naar een politieagent gezwaaid.

Hij zwaaide terug!" Jan lacht nog harder.

Carla schudt haar hoofd.

Ze zegt: "Jij bent ook een echte.

Maar kom, het is niet erg.

We gaan een kop koffie drinken.

Jij mag ook meedoen, jongeman.

Het is onze fout." Ze wijst naar het cafeetje genaamd "De Koffiekan" aan de overkant.

Vanuit de deur ruik je de geur van gebrande koffie en chocolade.

Ik aarzel.

Ik heb boodschappen.

Maar ja, waarom niet?

Ik zeg: "Ik heet Tim, trouwens.

En ik woon hier pas." Jan zegt: "Ik ben Jan en dit is Carla.

We wonen in dezelfde straat.

Kom, ik trakteer op een appelgebak." We lopen naar het café.

Het is er gezellig.

De muren zijn warmgeel en er hangen oude foto's aan de muur.

We bestellen koffie verkeerd en een appelgebak voor ons allemaal.

De serveerster brengt een karaf water.

We praten eerst over het weer, dan over de buurt, daarna over grappige vergissingen.

Jan vertelt dat hij altijd de verkeerde naam zegt.

Carla vertelt dat ze ooit naar een vreemde zwaaide die de meest bekende acteur van Nederland was.

De acteur zwaaide terug en lachte.

Ze voelt zich nog steeds bijzonder.

Ik luister en lach.

De warmte van de koffie verspreidt zich door mijn handen.

De middagzon komt door het raam.

Buiten fietsen mensen voorbij.

Het leven is gewoon.

Een kleine vergissing heeft mij twee vrienden opgeleverd.

Zelfs de serveerster begroet me nu.

Als we na het tweede kopje koffie opstaan, zegt Jan: "Tim, we zien je morgen bij de bakker, toch?" Ik antwoord: "Ja, dat is goed.

Ik wil nog een brood." Carla knikt tevreden.

Ik loop naar buiten.

De straat is nu vol met mensen die van hun werk komen.

De zon is lager, de wolken roze van het avondlicht.

Ik voel me licht.

Ik denk: "Soms is een fout gewoon een uitnodiging.

Je moet alleen durven terug te zwaaien." Ik glimlach en ga op weg naar huis.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze