

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Hallo, lieve luisteraar.
En welkom terug bij Boekisodes, de podcast van Dutch Fluency, waar we elke dag een
beroemd boek ontdekken in eenvoudig Nederlands.
Ik ben je gastheer, Rick, en ik ben heel blij dat je er weer bent, heb jij ooit als kind
een tekening gemaakt, waar volwassenen iets heel anders in zagen, dan jij?
Misschien tekende je een slang die een olifant had opgegeten, maar zagen alle grote mensen
alleen een hoed.
Dat is precies hoe ons verhaal vandaag begint.
Het is het verhaal van een piloot die stopte met tekenen, omdat volwassenen zijn kunst niet
begrepen.
Hij besloot om een serieus beroep te kiezen en leerde vliegtuigen besturen, maar diep van
binnen bleef hij een beetje een kind, altijd op zoek naar iemand die de wereld zag, zoals
hij.
Vandaag duiken we in een boek dat over de hele wereld geliefd is.
Het is de kleine prins van de Franse schrijver en piloot Antoine de Saint-Exupéry, geschreven
in het jaar negentienhonderddrieënveertig.
Het is een verhaal dat simpel lijkt, maar een diepe wijsheid bevat.
Het is een sprookje voor volwassenen, een herinnering aan de tijd dat we de wereld met andere
ogen zagen.
Dus ga er lekker voor zitten en laat je meenemen op een magische reis naar de sterren en terug.
Ons verhaal begint, op een van de meest eenzame plekken op aarde, de Sahara woestijn.
De verteller, onze piloot, is hier neergestort met zijn vliegtuig.
Hij is alleen duizenden kilometers van de bewoonde wereld met maar genoeg water voor een paar
dagen.
Hij moet zijn vliegtuig repareren, anders zal hij sterven in de hitte.
Terwijl hij aan zijn motor werkt, hoort hij plotseling een klein zacht stemmetje.
Het stemmetje zegt, alsjeblieft, teken een schaap voor mij.
De piloot is geschokt, hij kijkt op en ziet een klein, bijzonder jongetje staan.
Hij heeft gouden haren en draagt koninklijke kleren.
Hij ziet er helemaal niet verdwaald of bang uit.
Hij kijkt de piloot serieus aan, waar komt dit kind vandaan, midden in de woestijn.
De piloot is zo verbaasd dat hij de vraag van de jongen beantwoordt.
Hij probeert een schaap te tekenen, maar het lukt niet goed.
Uiteindelijk tekent hij een doos.
Hij zegt, het schaap dat je wilt zit in deze doos.
Tot zijn grote verrassing is de kleine jongen die we vanaf nu de kleine prins zullen noemen
heel tevreden.
Dat is precies wat ik wilde, zegt hij.
Dit is het begin van een bijzondere vriendschap.
De piloot leert langzaam meer over de kleine prins.
Hij komt niet van de aarde.
Hij komt van een heel kleine planeet, een asteroïde die bijna net zo groot is als een huis.
De piloot noemt het Asteroïde B-zeshonderdtwaalf.
Op deze planeet heeft de kleine prins drie vulkanen, twee actieve en één dode die hij elke week schoonmaakt.
Hij heeft ook een heel speciale bloem, een roos.
Deze roos is niet zomaar een roos, ze kan praten.
Ze is mooi en ruikt heerlijk, maar ze is ook heel ijdel en veeleisend.
Ze klaagt altijd en wil alle aandacht van de prins.
De kleine prins houdt veel van zijn roos en doet alles voor haar.
Maar haar gedrag maakt hem ook verdrietig en in de war.
Hij begrijpt haar niet, daarom besluit hij op een dag om zijn planeet te verlaten en op reis te gaan.
Om de wereld te ontdekken en misschien te begrijpen wat liefde echt is.
De reis van de kleine prins brengt hem langs verschillende kleine planeten.
Die elk bewoond worden door één enkele volwassene.
Deze ontmoetingen zijn korte maar krachtige lessen over de vreemde wereld van grote mensen.
Terwijl de piloot probeert zijn vliegtuig te repareren, vertelt de kleine prins hem over deze planeten.
De eerste planeet die hij bezoekt is van een koning.
Deze koning zit op een grote troon die bijna de hele planeet vult.
Hij is blij een onderdaan te hebben want een koning moet over iemand regeren.
Hij geeft de kleine prins allerlei bevelen.
Hij beveelt de zon om onder te gaan maar alleen op het moment dat de zon sowieso onder zou gaan.
Hij gelooft dat zijn macht absoluut is maar hij geeft alleen bevelen die redelijk zijn en die de natuur toch al zou volgen.
De kleine prins vindt het een beetje saai.
Hij vraagt de koning om hem een zonsondergang te bevelen omdat hij daar zo van houdt.
De koning zegt dat hij moet wachten tot half acht.
De prins verveelt zich en wil vertrekken.
De koning die hem niet wil laten gaan benoemt hem snel tot minister en ambassadeur.
Maar de prins vertrekt toch.
Hij denkt grote mensen zijn heel vreemd.
De tweede planeet wordt bewoond door een ijdele man.
Een ijdel persoon wil constant bewonderd worden.
De man draagt een grote hoed.
Zodra hij de prins ziet denkt hij dat er een bewonderaar is aangekomen.
Hij vraagt de prins om in zijn handen te klappen.
Als de prins klapt, tilt de man zijn hoed op als groet.
De prins vindt het eerst wel een leuk spelletje maar het wordt snel saai.
De ijdele man vraagt bewonder je mij echt heel erg?
De prins vraagt wat bewonderen betekent.
De man legt uit dat het betekent dat je vindt dat hij de mooiste, de slimste en de rijkste op de planeet is.
De prins merkt op dat de man alleen op zijn planeet is dus dat is niet zo moeilijk.
Hij vertrekt en denkt weer bij zichzelf dat grote mensen echt heel raar zijn.
Maar op de derde planeet ontmoet hij een dronkaard.
De man zit aan een tafel vol met lege en volle flessen.
Wat doe je hier?
Vraagt de kleine prins?
Ik drink.
Antwoordt de man somber.
Waarom drink je?
Vraagt de prins.
Om te vergeten, zegt de man.
Om wat te vergeten, vraagt de prins die medelijden begint te krijgen.
Om te vergeten dat ik me schaam bekent de dronkaard.
Waarvoor schaam je je?
Vraagt de prins?
Ik schaam me voor het drinken, eindigt de man.
Hij zwijgt en de kleine prins vertrekt.
Compleet in de war.
Deze ontmoeting laat de absurditeit van een vicieuze cirkel zien.
Een probleem dat zichzelf in stand houdt.
De prins voelt zich verdrietig door deze ontmoeting.
De vierde planeet is van een zakenman.
Hier, deze man is extreem druk.
Hij kijkt niet eens op als de kleine prins aankomt.
Hij is constant aan het tellen.
3 plus 2 is 5.
5 plus 7 is 12.
Hij telt de sterren.
Hij gelooft dat hij de sterren bezit, omdat hij de eerste is die eraan heeft gedacht om ze te bezitten.
Hij schrijft het aantal sterren op een stukje papier en stopt dat in de bank.
Wat doe je met de sterren, vraagt de prins?
Ik bezit ze.
Dat maakt me rijk, zegt de zakenman.
En wat doe je met je rijkdom?
Ik koop er meer sterren mee.
De kleine prins begrijpt er niets van.
Hij legt uit dat hij zijn vulkanen en zijn bloem bezit.
En dat hij nuttig is voor hen.
Hij maakt de vulkanen schoon en geeft de bloem water.
Maar jij bent niet nuttig voor de sterren, zegt hij.
De zakenman heeft geen antwoord.
De prins vindt dit de vreemdste volwassene tot nu toe.
De vijfde planeet is de kleinste van allemaal.
Er is net genoeg ruimte voor een lantaarnpaal en een lantaarnopsteker.
Deze man heeft een zware taak.
Zijn planeet draait zo snel in één minuut
dat hij de lantaarn elke minuut moet aansteken en weer moet doven.
En voor de dag uit voor de nacht.
Hij is doodmoe, maar hij volgt de orders.
De kleine prins vindt deze man in tegenstelling tot de anderen niet belachelijk.
Hij denkt zijn werk heeft de minste zin.
Als hij de lantaarn aansteekt, is het alsof er een nieuwe ster
of een bloem geboren wordt.
Hij is de enige die niet alleen aan zichzelf denkt.
De prins zou wel vrienden met hem willen worden, maar de planeet is te klein voor twee personen.
Hij vertrekt met een zekere spijt.
De zesde planeet is veel groter.
Hier woont een oude heer die dikke boeken schrijft.
Hij is een geograaf.
Een geograaf is iemand die weet waar alle zeeën, rivieren, steden en bergen zijn.
De geograaf is heel blij om een ontdekkingsreiziger te zien.
Hij vraagt de prins om zijn planeet te beschrijven.
De prins vertelt over zijn vulkanen en zijn bloem.
Maar de geograaf is niet geïnteresseerd in de bloem.
Wij noteren geen vergankelijke dingen, zegt hij.
Vergankelijk betekent dat het niet voor altijd blijft.
Bloemen gaan dood.
Dit is een schok voor de kleine prins.
Voor het eerst realiseert hij zich dat zijn mooie, speciale roos op een dag zal verdwijnen.
Hij voelt spijt dat hij haar alleen heeft gelaten.
De geograaf heeft geen tijd om zelf te reizen.
Hij zit alleen maar achter zijn bureau.
Hij raadt de kleine prins aan om de planeet aarde te bezoeken.
Die heeft een goede reputatie, zegt hij.
En zo komt de kleine prins op onze wereld terecht.
De aankomst op aarde is een vreemde ervaring voor de kleine prins.
Hij landt in de woestijn.
Dus hij ziet geen mensen.
Het eerste wezen dat hij ontmoet is een slang.
De slang spreekt in raadsels.
Hij vertelt de prins dat hij machtiger is
dan de vinger van een koning.
Wie hij aanraakt stuurt hij terug naar de aarde waar hij vandaan kwam.
De slang biedt aan om de prins te helpen
als hij ooit te veel heimwee krijgt naar zijn eigen planeet.
De prins begrijpt niet alles,
maar voelt dat de slang iets belangrijk zegt.
Hij reist verder en komt bij een eenzame bloem in de woestijn.
Hij vraagt haar waar de mensen zijn.
De bloem heeft er in haar hele leven maar een paar gezien
en denkt dat ze geen wortels hebben
en met de wind meewaaien.
De prins klimt op een hoge berg en roept.
Hallo, hij hoort alleen zijn eigen stem terug de echo.
Wie ben je? roept hij.
Wie ben je? Wie ben je?
Antwoordt de echo.
Hij voelt zich nog eenzamer.
Hij denkt wat een rare planeet.
De mensen hebben geen fantasie.
Ze herhalen alleen wat je zegt.
Dan komt het moment dat zijn hart breekt.
Na een lange wandeling vindt hij een weg.
En die weg leidt naar een tuin vol met rozen.
Duizenden rozen.
Ze lijken allemaal precies op zijn roos.
Hij dacht dat zijn roos uniek was in het hele universum.
Zij had hem dat ook verteld.
Nu ziet hij dat er duizenden van haar soort zijn.
Hij voelt zich bedrogen en heel ongelukkig.
Hij legt zijn hoofd in het gras en huilt.
Zijn hele wereld, zijn geloof in de uniciteit van zijn liefde,
is ingestort.
Hij dacht dat hij rijk was met een unieke bloem.
Maar nu voelt hij zich arm met een gewone roos.
Het is op dit dieptepunt dat de kleine prins
een van de belangrijkste ontmoetingen van zijn leven heeft.
Terwijl hij huilt, verschijnt er een vos.
De vos wil met hem spelen, maar zegt dat hij dat niet kan.
Ik ben niet tam, zegt de vos.
De kleine prins weet niet wat dat betekent.
De vos legt het geduldig uit.
Tam maken betekent banden scheppen.
Voor mij ben jij nu nog maar een klein jongetje.
Net als honderdduizend andere kleine jongetjes.
En ik heb jou niet nodig en jij hebt mij ook niet nodig.
Voor jou ben ik nog maar een vos.
Net als honderdduizend andere vossen.
Maar als je mij tam maakt, dan zullen we elkaar nodig hebben.
Dan zul je voor mij uniek zijn in de wereld.
En ik zal voor jou uniek zijn in de wereld.
De kleine prins begint het te begrijpen.
Hij denkt aan zijn roos.
Er is een bloem.
Ik denk dat zij mij tam heeft gemaakt, zegt hij.
De vos leert hem hoe het proces van tam maken werkt.
Het vraagt geduld.
Je moet elke dag een beetje dichterbij komen zitten.
Je moet rituelen creëren.
Als je bijvoorbeeld elke middag om vier uur komt, zegt de vos.
Dan begin ik om drie uur al gelukkig te worden.
Door dit proces wordt de relatie speciaal en waardevol.
Uiteindelijk maakt de kleine prins de vos tam.
Als de tijd komt om afscheid te nemen, is de vos verdrietig en zal hij huilen.
Maar dan heb je er toch niets aan gewonnen?
Vraagt de prins?
Jawel, zegt de vos.
Ik heb de kleur van het graan gewonnen.
De vos zal nu altijd aan het gouden haar van de kleine prins denken als hij de gouden graanvelden
ziet.
Voordat de prins vertrekt, onthult de vos een geheim.
Hij zegt, hier is mijn geheim.
Het is heel eenvoudig.
Alleen met het hart kun je goed zien.
Het belangrijkste is onzichtbaar voor de ogen.
Hij voegt eraan toe.
De tijd die je aan je roos hebt besteed, maakt je roos zo belangrijk.
En tenslotte, je wordt voor altijd verantwoordelijk voor wat je tam hebt gemaakt.
Jij bent verantwoordelijk voor je roos.
Met deze nieuwe wijsheid bezoekt de kleine prins de rozentuin opnieuw.
Nu ziet hij de rozen met andere ogen.
Jullie zijn mooi, maar jullie zijn leeg, zegt hij tegen hen.
Niemand is voor jullie gestorven.
Mijn roos, ik heb haar water gegeven.
Ik heb haar beschermd tegen de wind.
Ik heb naar haar geluisterd als ze klaagde of opschepte.
Zij is mijn roos.
Hij begrijpt nu dat zijn roos uniek is, niet omdat ze de enige is, maar omdat het zijn roos is.
De roos, waar hij zijn tijd en liefde aan heeft gegeven.
Dit is het verhaal dat de kleine prins aan de piloot vertelt.
Ondertussen is het de 8e dag in de woestijn.
Het water van de piloot is op.
Ze gaan samen op zoek naar een waterbron.
Ze lopen urenlang door het zand.
De kleine prins wordt moe.
De piloot tilt hem op en loopt verder met de slapende prins in zijn armen.
De piloot kijkt naar het bleke voorhoofd en het gouden haar en denkt, wat ik hier zie, is slechts de buitenkant.
Het belangrijkste is onzichtbaar.
Hij realiseert zich dat de schoonheid van de prins niet in zijn uiterlijk zit,
maar in zijn trouw aan zijn bloem.
Midden in de nacht vinden ze een bron, een oude stenen put, die daar niet hoort te zijn,
als een wonder in de woestijn.
Ze drinken het water, dat zoet smaakt, niet als gewoon water, maar als een geschenk.
Nu we de belangrijkste gebeurtenissen hebben besproken, laten we even stilstaan bij de diepere betekenis van dit verhaal.
Wat probeert Antoine de Saint-Exupéry ons te vertellen?
De thema's zijn vriendschap, de verschillen tussen de kinderwereld en de wereld van volwassenen
en de kracht van verwondering. Het meest centrale thema is het contrast tussen kinderen en grote mensen.
De volwassenen die de prins ontmoet op zijn reis zijn allemaal opgesloten in hun eigen kleine wereld.
Ze zijn geobsedeerd door macht, ijdelheid, schaamte, bezit of regels.
Ze hebben geen tijd voor de belangrijke dingen, zoals een zonsondergang bewonderen of een vriendschap sluiten.
Ze zijn serieus, ze houden van cijfers.
Als je hen vertelt over een nieuw huis, vragen ze wat het gekost heeft, niet of de tuin mooi is.
De kleine prins, die de kinderlijke blik vertegenwoordigt, stelt simpele, directe vragen,
die hun hele wereldbeeld op losse schroeven zetten.
Het boek is een pleidooi om die kinderlijke nieuwsgierigheid en verwondering niet te verliezen als we opgroeien.
Een ander belangrijk thema is natuurlijk liefde en vriendschap prachtig uitgelegd door de vos.
Liefde is niet iets wat je zomaar vindt, het is iets wat je creëert door tijd, aandacht en geduld.
Het proces van tam maken is een metafoor voor het opbouwen van elke betekenisvolle relatie.
Iemand wordt speciaal voor jou, omdat je een geschiedenis met die persoon deelt.
Je hebt samen gelachen, misschien gehuild, je hebt tijd geïnvesteerd.
Dit maakt die persoon uniek, zelfs als er duizenden andere mensen zijn die op hem of haar lijken.
De les, je wordt voor altijd verantwoordelijk voor wat je tam hebt gemaakt,
is een krachtige herinnering aan de plicht die bij liefde en vriendschap hoort.
En dat brengt ons bij het beroemdste citaat van het boek, alleen met het hart kun je goed zien.
Het belangrijkste is onzichtbaar voor de ogen.
Dit vat de hele filosofie van het boek samen.
In onze moderne wereld zijn we vaak gefocust op wat we kunnen zien, meten en tellen, geld, succes, uiterlijk.
Maar de dingen die het leven echt de moeite waard maken zoals liefde, vriendschap, trouw, schoonheid en herinneringen zijn immaterieel.
Je kunt ze niet zien met je ogen, alleen voelen met je hart.
De piloot leert deze les van de prins.
Eerst zag hij alleen een vreemd kind, maar aan het eind ziet hij de loyaliteit en liefde die de prins in zich draagt.
Het verhaal nadert zijn einde.
De piloot heeft zijn vliegtuig eindelijk gerepareerd.
Het is precies een jaar geleden dat de kleine prins op aarde aankwam.
Hij is teruggekeerd naar de plek waar hij landde.
De piloot vindt hem daar.
Zittend op een oude stenen muur pratend met de gele slang.
De prins heeft met de slang afgesproken om hem te helpen terugkeren naar zijn planeet.
Zijn lichaam is te zwaar om mee te nemen op de reis naar de sterren.
De slang zal hem bijten en het zal lijken alsof hij sterft,
maar het is de enige manier om thuis te komen.
Bij zijn roos, voor wie hij verantwoordelijk is.
De piloot is er kapot van.
Hij wil niet dat de prins vertrekt, maar de prins troost hem.
Hij zegt het zal lijken alsof ik pijn heb, het zal een beetje lijken alsof ik sterf.
Maar dat is niet waar.
Hij legt uit dat zijn lichaam slechts een schil is, een omhulsel.
Het belangrijkste deel zijn ziel, zal verder reizen.
Hij geeft de piloot een cadeau.
Jij zult sterren hebben die kunnen lachen, zegt hij.
Als je 's nachts naar de hemel kijkt, omdat ik op één van die sterren woon,
omdat ik op één van hen lach, zal het voor jou zijn alsof alle sterren lachen.
Voor anderen zijn de sterren alleen maar lichtjes,
maar voor de piloot zullen ze een speciale betekenis hebben,
een herinnering aan zijn kleine vriend.
Die nacht, op het afgesproken uur, loopt de prins naar de afgesproken plek.
De slang is er.
Er is een gele flits bij zijn enkel, en de prins valt zachtjes in het zand,
zonder geluid.
De volgende dag is zijn lichaam verdwenen.
De piloot is teruggekeerd naar zijn eigen wereld,
maar hij is een veranderd man.
Hij kijkt nu elke nacht naar de sterren en vraagt zich af
of het schaap dat hij tekende de roos heeft opgegeten of niet.
Hij hoort het lachen van de sterren en voelt het verdriet van hun stilte.
Hij eindigt het boek met een verzoek aan ons, de lezers.
Als we ooit in de woestijn reizen en een kleine jongen met gouden haar ontmoeten,
die niet antwoordt op onze vragen, dan moeten we hem schrijven en vertellen
dat de kleine prins is teruggekomen.
Wat een einde hè?
Het is verdrietig, maar ook hoopvol.
De kleine prins is een boek dat je bijblijft.
Het is een verhaal dat je anders naar de sterren,
naar rozen en naar vossen laat kijken.
Het herinnert ons eraan om de wereld niet alleen met onze ogen te bekijken,
maar vooral met ons hart.
Het is een uitnodiging om de kleine prins in onszelf weer te vinden.
Hé, dat was het voor deze aflevering van Boekisodes.
Ja, ik hoop dat je hebt genoten van deze reis met de kleine prins.
Voor een volledige transcriptie van deze aflevering en een woordenlijst,
kun je terecht op Dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze