Alle podcasts

De Raket en de Rode Pen

Op een natte dinsdagavond stond ik, Rick, in lokaal 3 van de bibliotheek aan de rand van Den Haag.

Buiten tikte regen tegen de ramen.

Binnen rook het naar natte jassen, thee met munt en het krijt dat ik nog steeds gebruik, hoewel iedereen zegt dat een digitaal bord veel handiger is.

Misschien hebben ze gelijk, maar krijt liegt nooit.

Als je iets verkeerd schrijft, zie je meteen je eigen stofwolk.

Mijn cursisten druppelden binnen.

Olena hing haar blauwe sjaal over een stoel.

Farid zette een plastic bakje met dadels op tafel.

Yara kwam te laat, zoals vaak, maar met zo’n brede glimlach dat niemand boos kon blijven.

We zouden die avond oefenen met passieve zinnen en voorwaardelijke zinnen.

Dat klinkt saai, maar in mijn lessen probeer ik zelfs grammatica een beetje menselijk te houden.

Ik had een nieuwsbericht meegenomen.

Daarin stond dat Oekraïne een nieuwe raket voor luchtverdediging had getest.

Volgens een hoge functionaris was de proef behoorlijk succesvol geweest.

De raket zou op termijn een deel van het werk van de Patriot-installatie kunnen overnemen.

Ik schreef drie woorden op het bord: proef, doelwit, vervangen. “Vandaag,” zei ik, “gaan we niet discussiëren alsof we generaals zijn.

We gaan kijken hoe taal werkt als het nieuws zwaar is.” Olena keek naar de woorden.

Ze werkte vroeger in Charkiv als docent natuurkunde.

Sinds ze in Nederland was, sprak ze zacht, maar als het over techniek ging, werd haar stem stevig. “Mag ik iets zeggen?” vroeg ze. “Natuurlijk,” zei ik. “Het woord ‘behoorlijk’ is interessant.

Het klinkt voorzichtig.

Alsof iemand zegt: het ging goed, maar we willen nog niet juichen.” Farid lachte. “In mijn familie betekent ‘behoorlijk goed’ dat mijn tante nog drie fouten heeft gezien.” “Precies,” zei ik. “Taal is soms een jas met veel zakken.

Je denkt dat er alleen sleutels in zitten, maar ineens vind je een rekening, een snoepje en een mening.” We lazen het bericht samen.

De nieuwe raket was getest tegen een doel dat een aanval moest voorstellen.

Er werd gemeten hoe snel de raket reageerde, hoe precies zij vloog en of de motor sterk genoeg was.

De Patriot-installatie is bekend, maar ook duur en moeilijk snel te leveren.

Als een land zelf een goedkoper middel kan maken, zou dat veel veranderen.

Niet meteen morgen, maar wel in de toekomst.

Yara stak haar hand op. “Dus het gaat niet alleen om techniek.

Het gaat ook om tijd.” “Ja,” zei ik. “En om keuzes.

Als iets te duur is, wordt het vaak alleen gebruikt op momenten waarop men zeker weet dat het nodig is.

Maar als er veel kleinere middelen beschikbaar zouden zijn, konden mensen sneller reageren.” Ik merkte dat mijn stem ernstiger werd.

Daarom pakte ik een rood potlood uit mijn tas en hield het omhoog. “Dit,” zei ik, “is mijn Haagse raket tegen slechte zinnen.” Farid deed alsof hij onder de tafel dook.

Yara riep: “Pas op, de komma komt eraan!” Zelfs Olena glimlachte.

Daarna gaf ik hun een opdracht.

Ze moesten drie zinnen maken.

Eén in de verleden tijd, één in de passieve vorm en één met ‘als’.

Olena schreef: “De raket werd getest in moeilijke omstandigheden.” Farid schreef: “Als het middel goedkoper wordt, kan het vaker worden gebruikt.” Yara schreef: “Gisteren heeft de wereld weer gezien dat kleine landen soms sneller leren dan grote vergaderzalen.” Die laatste zin liet ik even hangen.

Er zat humor in, maar ook kritiek.

Ik dacht aan al die vergaderingen waarin mensen nette pakken dragen, water uit glazen flessen drinken en besluiten uitstellen omdat de agenda vol is.

Ondertussen bouwen anderen in koude hallen aan iets dat vandaag al nodig is.

Zou het niet vreemd zijn, dacht ik, als de wereld soms meer waarde hechtte aan een dure presentatie dan aan een werkend idee? “Yara,” zei ik, “je zin is sterk.

Maar maak hem iets rustiger.

Niet omdat hij verkeerd is, maar omdat kracht vaak beter werkt zonder trommel.” Ze fronste. “Hoe dan?” Ik schreef: “Gisteren bleek opnieuw dat kleine teams soms sneller reageren dan grote vergaderingen.” “Dat is minder boos,” zei ze. “Ja,” zei ik. “Maar misschien blijft hij daardoor langer in iemands hoofd.” In de pauze schonk ik thee in dunne bekertjes.

Olena bleef bij het raam staan.

De straatlantaarns maakten gele vlekken op de natte stoep.

Een tram piepte in de bocht, alsof hij klaagde over zijn eigen dienstregeling. “Mijn broer stuurt soms berichten,” zei Olena. “Niet veel.

Alleen: ik leef nog, of: vandaag was rustig.

Als ik dan lees dat er een nieuwe raket is getest, voel ik hoop.

Maar ook angst, want hoop kan hard vallen.” Ik wist niet meteen wat ik moest zeggen.

Leraren denken graag dat woorden altijd helpen.

Dat is niet waar.

Soms moet je eerst zwijgen, anders gebruik je taal als behang over een scheur in de muur.

Na de pauze vroeg ik iedereen een korte alinea te schrijven vanuit iemand die aan de raket had gewerkt.

Geen heldentaal, zei ik.

Gewoon een mens met koude handen, een lege maag en een taak.

Farid las voor: “Ik heb de schroeven twee keer gecontroleerd.

Niet omdat ik niemand vertrouw, maar omdat mijn neef onder de route woont waar de aanval kan komen.

Toen de proef lukte, dacht ik niet aan roem.

Ik dacht aan slaap.” Het lokaal werd stil.

Buiten reed een scooter voorbij met te veel lawaai.

Normaal zou iemand daar een grap over maken, maar nu niet.

Aan het einde van de les veegde ik het bord schoon.

Het woord ‘vervangen’ bleef het langst zichtbaar, als een bleke schaduw.

Ik dacht aan de Patriot-installatie, aan nieuwe raketten, aan landen die moeten kiezen tussen wachten en zelf maken.

Ik dacht ook aan mijn cursisten, die elke week woorden zoeken voor een leven dat opnieuw is begonnen.

Toen Olena haar jas aantrok, zei ze: “Rick, vandaag was grammatica niet saai.” “Dat komt,” zei ik, “omdat grammatica soms precies weet waar het pijn doet.” Ze lachte zacht.

Ik deed het licht uit en hoorde de regen nog steeds tegen het glas.

Buiten rook de avond naar zee en nat asfalt.

Ik voelde me klein, maar niet nutteloos.

Als een zin goed wordt gebouwd, kan zij iemand even dragen.

Misschien geldt dat, op een andere schaal, ook voor een raket die een stad moet beschermen.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze