Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Benzine wordt duur

RICK: Kijk, het nieuws is groot.

EMMA: Wat is er?

LARS: De benzine is duur morgen.

RICK: Ja, een recordhoogte!

EMMA: Hoe duur is het?

LARS: Ik weet het niet precies.

RICK: De benzine is heel duur.

Gisteren was het nog goedkoper.

Gisteren was het normaal, maar nu is het hoog.

EMMA: Is het een probleem?

LARS: Ja, voor mijn auto.

Ik rijd elke dag naar mijn werk.

Mijn werk is ver, dus ik heb de auto nodig.

RICK: Ik heb ook een auto.

Ik rijd naar de stad.

De stad is niet zo ver, maar ik gebruik de auto toch.

EMMA: En ik ga met de fiets.

De fiets is goed voor mij.

Ik fiets elke dag naar de winkel en naar mijn vrienden.

LARS: Dat is goed en goedkoop.

De fiets kost geen benzine.

Jij betaalt niets voor de fiets, alleen voor de koffie.

RICK: De benzine is duur voor iedereen.

Mijn vriend Jan zegt ook dat het duur is.

Jan heeft een grote auto, en hij is niet blij.

EMMA: Ik drink koffie, geen benzine.

Koffie is lekker.

Benzine is niet lekker, denk ik.

LARS: Grappig, Emma!

Koffie is beter dan benzine.

Koffie is warm en lekker, benzine is niet voor mensen.

RICK: De prijs is een probleem.

Ik moet naar mijn familie.

Mijn familie woont ver, dus ik moet rijden.

EMMA: Heb je een plan?

LARS: Ik ga minder rijden.

Ik ga met de trein.

De trein is goed en niet zo duur.

RICK: Dat is een goed plan.

De trein is ook goed.

Ik kan ook met de trein gaan, maar ik hou van mijn auto.

EMMA: Ik werk thuis.

Ik werk op de computer.

Thuis is fijn, ik heb geen auto nodig.

LARS: Dat is goed voor het milieu.

Minder auto's is goed.

Minder auto's is beter voor de lucht.

RICK: En voor je portemonnee!

Je betaalt minder.

Je betaalt geen benzine en geen parkeergeld.

EMMA: Ja, dat is waar.

Ik heb meer geld voor koffie.

En voor thee en taart.

LARS: De benzine is duur, maar ik lach.

RICK: Waarom lach je?

LARS: Ik heb geen auto.

Ik heb een fiets.

Mijn fiets is oud, maar hij werkt goed.

EMMA: Jij bent slim, Lars.

Jij hebt geen probleem.

Jij hebt geen benzine nodig.

RICK: Ik drink nog een koffie.

Koffie is warm.

De koffie hier is altijd goed.

EMMA: En ik een thee.

Thee is ook lekker.

Thee is rustig voor mij.

LARS: Ik wil een appeltaart.

Appeltaart is mijn favoriet.

Mijn moeder maakt ook appeltaart, maar deze is ook goed.

RICK: Dat is lekker.

Ik eet ook graag appeltaart.

Appeltaart met koffie is perfect.

EMMA: De benzine is niet lekker.

Het is geen eten.

Het is voor auto's, niet voor ons.

RICK: Nee, dat is geen eten.

Benzine is voor auto's.

Wij eten taart en drinken koffie.

LARS: Ik betaal voor de taart.

Jullie zijn mijn vrienden.

Vrienden zijn belangrijk, dus ik betaal graag.

RICK: Jij bent een goede vriend.

Dank je, Lars.

Jij bent altijd aardig.

EMMA: De prijs is hoog, maar wij zijn blij.

Wij hebben koffie en taart.

Wij hebben ook elkaar.

LARS: Ja, samen hier is goed.

Wij praten en lachen.

Dat is fijn, elke dag weer.

RICK: De benzine kan omhoog gaan.

Maar wij zitten hier.

Wij zitten hier en het is warm.

EMMA: Ja, wij zitten hier en drinken.

Wij drinken koffie en thee, en wij zijn tevreden.

LARS: Dat is het beste deel.

Vrienden zijn belangrijk.

Vrienden en taart, dat is het leven.

RICK: Tot de volgende.

Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze