

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Er is een man. De man is Trump. Trump wil een auto kopen. De auto kost 25.000. Maar Trump wil niet 25.000 betalen.
Hij wil de auto voor 20.000 kopen. Trump gaat naar de auto verkooper. Hij zegt, ik wil je auto kopen, maar ik wil niet 25.000 betalen.
Ik wil de auto voor 20.000 kopen. De verkooper is Bose. Hij wil niet minder geld voor de auto.
Dus Trump zegt, ik kan je bedrijf kapot maken. Ik kan alle wegen naar je bedrijfslopen. De verkooper is bang. Hij wil niet dat zijn bedrijf kapot gaat.
Dus hij geeft Trump de auto voor 20.000. Trump is blij. Hij heeft een goede deal. Nu wil Trump iets anders kopen.
Hij wil grondstoffen uit Groenland. Maar wij willen dat niet. Wij vinden het zonde van het klimaat.
Maar Trump wil niet onderhandelen. Hij zegt, ik kan de navot kapot maken. Ik kan Europa aanvallen. Ik kan importheffingen doorvoeren.
Rutte, de baas van Nederland, wil een deal maken. Hij wil niet dat Trump de navot kapot maakt. Hij wil niet dat Trump Europa aanvalt.
Hij wil niet dat Trump importheffingen doorvoert. Dus Rutte maakt een deal met Trump over Groenland.
Wij zijn blij. Wij denken dat wij Trump hebben afgetroefd. Wij denken dat wij een goede deal hebben.
Maar dat is niet waar. Trump heeft wat hij wil. Hij heeft de grondstoffen. En wij zijn blij.
Dat is Trump's manier van zaken doen. Dat is Trump's art of the deal.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze