

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hallo Tom.
Hallo Julia.
TOM: Hoi Rick.
Fijn je te zien.
JULIA: Hey!
Heb je koffie voor ons?
RICK: Ja, hier is de koffie.
Twee zwart, een met melk.
TOM: Dank je wel.
De mijne is zwart.
JULIA: Super!
Is de koffie lekker warm?
RICK: Ja, de koffie is heel warm.
Wees voorzichtig.
TOM: Goed zo.
Het is een beetje koud buiten.
JULIA: Ik vind het lekker weer hoor.
RICK: Ik ook.
Perfect voor een wandeling.
TOM: Zeker.
Het park is erg mooi nu.
JULIA: Kijk naar de bomen.
Ze zijn zo groen.
RICK: Ja, heel mooi.
Het is rustig hier.
TOM: Ja, heel rustig.
Ik hoor alleen vogels.
JULIA: Wat kijk je op je telefoon, Rick?
RICK: Oh, sorry.
Ik lees het nieuws.
TOM: Is het interessant nieuws?
Goed nieuws?
RICK: Mwah.
Het is eigenlijk slecht nieuws.
JULIA: Oh nee.
Wat is er aan de hand?
RICK: Het gaat over een man in Nederland.
TOM: Een man?
Wat voor man?
RICK: Ja, een hele slechte man.
Een crimineel.
JULIA: Een crimineel?
Wat doet hij dan?
TOM: Vertel.
Wat is het verhaal?
RICK: De man woont in een speciaal huis.
JULIA: Een speciaal huis?
Wat bedoel je?
RICK: Een huis voor gevaarlijke, zieke mensen.
TOM: Ah, een tbs-kliniek.
Ik begrijp het.
RICK: Ja, precies.
Een tbs-kliniek.
JULIA: Oké.
En wat doet hij daar?
RICK: Hij doet iets heel ergs daar.
TOM: Weer?
Doet hij weer iets slechts?
RICK: Ja, hij doet weer iets heel slechts.
JULIA: Niet te geloven.
Wat gebeurt er?
RICK: Hij maakt een andere man heel erg pijn.
TOM: Hoe doet hij dat dan?
RICK: Hij gooit hete olie over hem heen.
JULIA: Hete olie?
Nee!
Wat vreselijk.
TOM: Dat is echt verschrikkelijk.
JULIA: Dat is heel gevaarlijk en gemeen.
RICK: Ja.
De andere man is nu heel ziek.
TOM: Ligt hij nu in het ziekenhuis?
RICK: Ja, hij is nu in het ziekenhuis.
JULIA: Wat erg voor die man.
Arme man.
TOM: En de dader?
De slechte man?
RICK: Hij krijgt nu extra veel straf.
JULIA: Dat is goed.
Hij is een groot gevaar.
TOM: Zeker.
Hij zit al in zo'n kliniek.
TOM: En hij doet dit gewoon weer daar.
RICK: Ja, dat is het enge aan het verhaal.
JULIA: Is er geen bewaking in dat huis?
TOM: Ja, dat vraag ik mij ook af.
RICK: Er is wel bewaking, natuurlijk.
RICK: Maar het is niet genoeg, denk ik.
JULIA: Ik vind dat een heel eng idee.
TOM: Ik ook.
Die mensen zijn daar samen.
RICK: Ja, het zijn patiënten.
Ze leven daar.
JULIA: Maar het zijn gevaarlijke patiënten.
TOM: Precies.
Wat een bizar verhaal.
RICK: Ja, ik lees de details nu online.
JULIA: Bah.
Ik wil dit niet meer horen.
TOM: Nee, ik ook niet.
Laten we stoppen.
RICK: Ja, sorry.
Jullie hebben helemaal gelijk.
JULIA: Het is te mooi weer voor dit nieuws.
TOM: Precies.
We wandelen lekker in het park.
RICK: Goed punt.
We praten over iets anders.
JULIA: Kijk daar!
Een leuke hond!
TOM: Oh, die is groot en bruin.
RICK: Hij speelt met een gele bal.
JULIA: Hij ziet er heel lief uit.
TOM: Ja, dat is een goede hond.
RICK: Haha, inderdaad geen slechte hond.
JULIA: Nee, gelukkig niet.
Een blije hond.
TOM: Heb je nog meer koffie voor mij, Rick?
RICK: Nee, de bekers zijn leeg.
JULIA: Dan drink ik mijn laatste slok op.
TOM: Zullen we naar de grote vijver lopen?
RICK: Ja, goed plan.
Daar zijn de eendjes.
JULIA: Leuk!
Ik hou van eendjes kijken.
TOM: Ik ook.
Ze zijn altijd zo grappig.
RICK: Kom, we gaan die kant op dan.
Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze