

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Hallo en welkom bij Boekisodes, de podcast van Dutch Fluency.
Ik ben Rick, en ik ben blij dat je er weer bent.
Vandaag heb ik een heel speciaal boek voor je.
Een boek dat je waarschijnlijk niet snel zult vergeten.
Stel je eens voor.
Je bent een kind, misschien negen jaar oud.
Je hebt een beste vriend.
Maar je kunt hem nooit een high five geven.
Je kunt nooit samen voetballen.
Je kunt nooit bij elkaar spelen.
Het enige wat jullie scheidt, is een hoog hek van prikkeldraad.
Wat zou je doen?
Dit is de centrale vraag in het boek van vandaag: 'De Jongen in de Gestreepte Pyjama', geschreven door de Ierse auteur John Boyne in tweeduizend zes.
De originele titel is 'The Boy in the Striped Pyjamas'.
Het is een verhaal dat de wereld door de ogen van een kind bekijkt.
Een kind dat probeert te begrijpen wat er gebeurt in een van de donkerste periodes van onze geschiedenis.
Pak een kopje thee of koffie, ga er lekker voor zitten, en laat me je meenemen naar het verhaal van Bruno en zijn vriend.
Het verhaal begint in Berlijn, tijdens de Tweede Wereldoorlog.
We ontmoeten onze hoofdpersoon, Bruno.
Bruno is negen jaar oud.
Hij is een gelukkig en energiek jongetje.
Hij woont in een prachtig, groot huis met vijf verdiepingen.
Hij heeft drie beste vrienden met wie hij elke dag avonturen beleeft.
Zijn leven is perfect, vindt hij zelf.
Zijn vader is een belangrijke man, een hoge militair.
Zijn moeder is een elegante vrouw die zorgt voor het huishouden.
En hij heeft een oudere zus, Gretel, die hij een 'hopeloos geval' noemt.
Ze is twaalf en houdt zich alleen maar bezig met haar poppen en, later, met kaarten van Europa.
Op een dag komt Bruno thuis en ziet hij dat het dienstmeisje, Maria, al zijn spullen aan het inpakken is.
Zijn kleren, zijn speelgoed, zelfs de dingen die hij achterin zijn kast had verstopt.
Hij begrijpt er niets van.
Zijn moeder vertelt hem het nieuws: ze gaan verhuizen.
Zijn vader heeft een nieuwe, heel belangrijke baan gekregen van 'de Furie'.
Bruno weet niet precies wie de Furie is, maar hij weet dat het een heel belangrijke man is.
Hij vindt het een vreselijk idee.
Berlijn verlaten?
Zijn vrienden achterlaten?
Zijn prachtige huis verlaten?
Hij protesteert, maar het heeft geen zin.
De beslissing is al genomen.
De reis is lang, en het nieuwe huis is een enorme teleurstelling.
Het is klein, koud en staat op een eenzame, verlaten plek.
Er zijn geen andere huizen in de buurt.
Er zijn geen andere kinderen om mee te spelen.
Bruno haat het meteen.
Hij noemt de nieuwe plek 'Oudwis'.
Hij begrijpt de naam niet goed, net zoals hij zo veel dingen niet begrijpt.
Vanuit het raam van zijn nieuwe slaapkamer ziet hij iets vreemds.
In de verte staat een enorm hek, een hek van prikkeldraad dat zo ver doorloopt als hij kan kijken.
Achter dat hek staan lage, lelijke gebouwen.
En er lopen mensen.
Heel veel mensen.
Mannen en jongens.
Ze dragen allemaal dezelfde kleding: een gestreepte pyjama.
Bruno vindt het maar raar.
Waarom dragen die mensen de hele dag een pyjama?
Hij denkt dat het een soort boerderij is.
Hij vraagt het aan zijn vader, maar die geeft vage antwoorden.
Hij zegt dat die mensen 'geen echte mensen' zijn.
Bruno begrijpt dit niet.
Voor hem zien ze er gewoon uit als mensen.
De dagen in Oudwis zijn lang en saai.
Bruno mist zijn vrienden en zijn oude leven.
Zijn zus Gretel is geen gezelschap.
Zijn moeder lijkt steeds ongelukkiger te worden.
Zijn vader is altijd aan het werk en heeft geen tijd voor hem.
Bruno voelt zich ontzettend eenzaam.
Hij is een ontdekkingsreiziger in hart en nieren, en hij besluit dat hij, ondanks het verbod van zijn ouders, op onderzoek uit moet gaan.
Hij wil weten wat er achter dat mysterieuze hek is.
Hij besluit langs het hek te lopen.
Hij trekt zijn laarzen aan en begint aan zijn expeditie.
Hij loopt en hij loopt.
Het hek lijkt eindeloos.
De grond is modderig en er is niets te zien, behalve het hek en de palen.
Na bijna een uur lopen, ziet hij in de verte een stip.
Hij loopt verder en de stip wordt een vlek.
De vlek wordt een figuur.
En als hij dichterbij komt, ziet hij dat de figuur een jongen is.
De jongen zit met zijn benen gekruist op de grond, aan de andere kant van het hek.
Hij draagt dezelfde gestreepte pyjama als alle anderen die Bruno heeft gezien.
Hij is mager en ziet er verdrietig uit.
Bruno loopt naar hem toe.
Hij zegt hallo.
De jongen kijkt op, een beetje bang.
Dit is het begin van een bijzondere en geheime vriendschap.
De jongen heet Shmuel.
Bruno en Shmuel ontdekken dat ze precies even oud zijn.
Ze zijn zelfs op dezelfde dag jarig.
Dit voelt voor Bruno als een teken.
Ze zijn voor elkaar bestemd om vrienden te zijn.
Bijna elke middag gaat Bruno nu naar het hek.
Hij neemt eten mee voor Shmuel, die altijd honger heeft.
Appels, stukjes chocolade, brood.
Ze praten urenlang.
Bruno vertelt over zijn luxe leven in Berlijn, over zijn grote huis en zijn vrienden.
Shmuel vertelt over zijn leven.
Hij vertelt dat hij uit Polen komt, dat hij samen met zijn vader, moeder en broer in één kamer moest wonen in een getto, en dat ze op een dag met een trein naar deze plek zijn gebracht.
Bruno begrijpt de verhalen van Shmuel niet echt.
Hij denkt dat het een spel is.
Hij kan zich niet voorstellen dat iemand in een trein wordt gestopt en alles moet achterlaten.
Hij denkt dat Shmuel overdrijft.
Hij vraagt waarom alle mensen in het kamp gestreepte pyjama's dragen.
Shmuel weet het ook niet.
Hij zegt: "Dat is gewoon wat ze ons gaven toen we hier kwamen." Bruno's onschuld is totaal.
Hij ziet het hek als een grens tussen twee werelden, maar hij begrijpt de betekenis ervan niet.
Voor hem is het gewoon een onhandig obstakel dat hem en zijn vriend scheidt.
Hij is jaloers op Shmuel.
Hij denkt dat Shmuel de hele dag met andere jongens kan spelen in het kamp.
Hij heeft geen idee van de verschrikkelijke realiteit.
Shmuel probeert het soms uit te leggen, maar de woorden en de concepten zijn te groot en te gruwelijk voor Bruno om te bevatten.
Het contrast tussen hun levens is enorm, maar hun verbinding als twee eenzame jongens is sterker.
Terwijl de vriendschap tussen de jongens groeit, zien we ook de harde realiteit in Bruno's huis.
Er is een oude man, Pavel, die in de keuken werkt.
Hij schilt de aardappelen en helpt met serveren.
Hij is heel mager en stil.
Op een dag valt Bruno van een schommel die hij zelf heeft gemaakt van een oude band.
Hij heeft een diepe snee in zijn knie.
Pavel ziet het gebeuren, rent naar buiten, en draagt Bruno naar binnen.
Hij maakt de wond schoon en verbindt haar.
Hij vertelt Bruno dat hij vroeger een dokter was.
Bruno is verbaasd.
Een dokter die aardappelen schilt?
Het klopt niet in zijn hoofd.
Als Bruno's moeder thuiskomt, bedankt ze Pavel, maar ze zegt er snel bij: "Als de Commandant dit hoort, krijgen we allemaal problemen.
Ik zeg wel dat ik het heb gedaan." Dit kleine moment laat zien hoe gevaarlijk de situatie is.
Zelfs een daad van vriendelijkheid is riskant.
De dreiging wordt nog duidelijker door een ander personage: Luitenant Kotler.
Een jonge, blonde soldaat die vaak bij de familie over de vloer komt.
Hij is arrogant en wreed.
Bruno voelt meteen een hekel aan hem.
Kotler lacht Bruno uit als hij klein is voor zijn leeftijd.
Hij flirt met Bruno's zus Gretel.
En hij is extreem gemeen tegen Pavel.
Tijdens een diner morst Pavel per ongeluk een beetje wijn op de schoot van Kotler.
Wat er dan gebeurt, wordt niet expliciet beschreven, maar het is zo gewelddadig en verschrikkelijk dat Bruno er ziek van wordt.
We zien Pavel daarna niet meer.
Voor de luisteraar, en een beetje voor Bruno, wordt het duidelijk dat 'Oudwis' geen normale plek is.
Het is een plek van geweld en dood.
Een van de meest pijnlijke en belangrijkste scènes in het boek vindt plaats in de keuken van Bruno's huis.
Bruno is daar en tot zijn grote verrassing is Shmuel er ook.
Luitenant Kotler heeft hem meegenomen om zilveren glazen te poetsen.
Zijn handen zijn klein, dus hij kan het goed.
Shmuel ziet er doodsbang uit.
Hij is nog magerder dan normaal.
Bruno is blij hem te zien, hier, in zijn huis.
Hij geeft Shmuel een stukje kip.
Shmuel aarzelt, hij is bang, maar zijn honger is te groot.
Hij eet het snel op.
Op dat precieze moment komt Luitenant Kotler binnen.
Hij ziet dat Shmuel eet.
Hij wordt woedend.
Hij schreeuwt tegen Shmuel.
Dan kijkt hij naar Bruno en vraagt: "Ken jij deze jongen?
Ben jij bevriend met hem?" Bruno staat voor een vreselijke keuze.
Hij is doodsbang voor Kotler.
Zijn hart bonkt in zijn keel.
En hij doet het ondenkbare.
Hij liegt.
Hij verraadt zijn enige vriend.
Hij zegt: "Nee.
Ik heb hem nog nooit van mijn leven gezien.
Hij was hier gewoon toen ik binnenkwam." Kotler sleept Shmuel mee.
Bruno voelt zich verschrikkelijk.
Hij schaamt zich diep.
Dagenlang gaat hij naar het hek, maar Shmuel is er niet.
Bruno is bang dat hij hem nooit meer zal zien.
Maar dan, na een week, zit Shmuel er weer.
Zijn gezicht is geel en blauw van de blauwe plekken.
Hij is duidelijk geslagen.
Bruno barst in tranen uit en zegt steeds opnieuw dat het hem spijt.
Hij vraagt om vergeving.
Shmuel is stil.
Dan tilt hij de onderkant van het hek een klein beetje op.
Bruno knielt en Shmuel steekt zijn hand eronderdoor.
Voor de eerste en enige keer raken de twee vrienden elkaar aan.
Hun vingers raken elkaar.
Shmuel vergeeft Bruno.
Hun vriendschap is sterker dan het verraad, sterker dan de angst.
Het is een ongelooflijk krachtig moment van vergeving en verbinding.
Na ongeveer een jaar in Oudwis, vertelt Bruno's moeder dat ze het niet meer aankan.
Ze wil terug naar Berlijn.
En ze wil de kinderen meenemen.
De Commandant, Bruno's vader, zal achterblijven.
Bruno heeft gemengde gevoelens.
Hij wil graag terug naar zijn oude leven, maar de gedachte om Shmuel te moeten verlaten is onverdraaglijk.
Hij gaat naar het hek om het slechte nieuws te vertellen.
Shmuel heeft ook slecht nieuws.
Zijn vader is vermist.
Hij is op een dag meegenomen op een 'mars' en is niet meer teruggekomen.
Shmuel is bang en alleen.
Dan krijgt Bruno een idee.
Een laatste, groot avontuur.
Hij wil zijn fout goedmaken.
Hij wil zijn vriend helpen.
Hij zegt tegen Shmuel: "Ik kan je helpen je vader te zoeken." Ze maken een plan voor de volgende dag, de dag voor Bruno's vertrek.
Shmuel zal een gestreepte pyjama meenemen voor Bruno.
Bruno zal zijn eigen kleren uittrekken en de pyjama aandoen.
Dan kan hij onder het hek door kruipen, want er is een los stuk waar een klein jongetje net onderdoor past.
Voor één keer zullen ze aan dezelfde kant van het hek zijn.
Ze zullen samen op onderzoek uitgaan.
Bruno vindt het een briljant plan.
Het is de ultieme daad van vriendschap.
Hij zal eindelijk zien hoe het is in het kamp en hij kan zijn vriend helpen.
Hij heeft geen idee van het gevaar.
De volgende dag regent het.
Bruno twijfelt even, maar hij wil zijn vriend niet teleurstellen.
Hij gaat naar het hek.
Shmuel staat al te wachten met de gestreepte kleren.
Bruno kleedt zich om.
Zijn eigen kleren laat hij achter op de modderige grond.
Hij is nu ook een jongen in een gestreepte pyjama.
Hij is minder mager dan de meeste andere jongens, maar verder valt hij niet op.
Hij kruipt onder het hek door.
Hij staat op.
Hij is nu in de wereld van Shmuel.
En de twee vrienden staan voor het eerst naast elkaar, zonder hek tussen hen in.
Maar de realiteit van het kamp is een schok voor Bruno.
Het is geen plek waar kinderen spelen.
Het is een vreselijke, naargeestige plek.
De mensen zijn allemaal extreem mager en zien er ziek uit.
Ze hebben kale hoofden en lege ogen.
Soldaten schreeuwen overal.
Het stinkt.
Het is koud en grijs.
Bruno is bang.
Hij zegt tegen Shmuel: "Ik denk niet dat ik dit leuk vind." Hij wil naar huis.
Maar net als ze willen omdraaien, gebeurt er iets.
Soldaten met geweren omsingelen een grote groep mensen, inclusief Bruno en Shmuel.
Ze worden gedwongen om te marcheren.
Niemand weet waar ze naartoe gaan.
Iedereen is bang.
De menigte wordt een lang, donker gebouw in geduwd.
Het is er warm en vol.
Bruno is doodsbang.
Hij kan Shmuel bijna niet meer zien in de duisternis.
Hij roept zijn naam.
Hij voelt een hand in de zijne.
Het is Shmuel.
Bruno houdt zijn hand stevig vast.
Hij zegt: "Jij bent mijn beste vriend, Shmuel.
Mijn beste vriend voor het leven." In de chaos en de angst, voelt Bruno zich een beetje beter.
Hij is niet alleen.
Zijn vriend is bij hem.
Dan wordt de zware metalen deur met een klap gesloten.
Het wordt pikdonker.
Er klinkt geschreeuw.
En dan… stilte.
Bruno en Shmuel, hand in hand, verdwijnen samen met alle anderen.
Het boek eindigt niet meteen daar.
We zien de nasleep.
Bruno's familie merkt dat hij weg is.
Ze zoeken overal.
Zijn moeder en zus gaan uiteindelijk terug naar Berlijn, hopend dat hij daar is opgedoken.
Zijn vader, de Commandant, blijft in Oudwis.
Maanden later vindt een soldaat de stapel kleren van Bruno bij het hek.
De Commandant gaat erheen.
Hij ziet de kleren en het losse stuk onder het hek.
Langzaam, stukje bij beetje, begrijpt hij wat er is gebeurd.
Hij begrijpt de ondenkbare, afschuwelijke waarheid.
Zijn eigen zoon is een slachtoffer geworden van het systeem dat hij zelf leidde.
Het verhaal eindigt met het beeld van de gebroken vader, die precies heeft gekregen wat hij, op een vreselijke manier, verdiende.
Het laatste zinnetje van het boek is simpel en krachtig: "Natuurlijk gebeurde dit allemaal heel lang geleden en kan zoiets nu niet meer gebeuren.
Niet in onze tijd." Wat probeert dit boek ons te vertellen?
Het gaat over de onschuld van kinderen.
Bruno is geen slecht persoon.
Hij is gewoon een kind dat de wereld van volwassenen niet begrijpt.
Zijn naïviteit is een spiegel.
Het laat ons de absurditeit en de onmenselijkheid van de Holocaust zien op een manier die een historisch verslag nooit zou kunnen.
Omdat Bruno niet begrijpt waarom mensen worden gehaat om wie ze zijn, voelen wij als lezer die onrechtvaardigheid nog sterker.
Hij stelt de vragen die een kind zou stellen: waarom?
Waarom is er een hek?
Waarom mogen we geen vrienden zijn?
Het zijn simpele vragen met verschrikkelijk complexe antwoorden.
Het thema vriendschap is natuurlijk cruciaal.
De band tussen Bruno en Shmuel is het hart van het verhaal.
Het is een vriendschap die grenzen, hekken en ideologieën overstijgt.
Het laat zien dat onze connectie als mensen, onze gedeelde menselijkheid, veel fundamenteler is dan de verschillen die ons worden aangeleerd.
Hun vriendschap is een klein lichtpuntje in een overweldigende duisternis.
Zelfs in de laatste, meest angstaanjagende momenten, vinden ze troost bij elkaar.
Ze zijn niet alleen.
Het einde van 'De Jongen in de Gestreepte Pyjama' is hartverscheurend.
Het is een schok.
Er is geen happy end.
Er is geen redding op het laatste moment.
En dat is precies waarom het boek zo krachtig is.
Het dwingt ons om te kijken naar de gevolgen van haat en onverschilligheid.
Het verhaal van Bruno is fictie, maar het vertegenwoordigt de miljoenen echte verhalen, de miljoenen levens die verloren zijn gegaan.
De dood van Bruno, de zoon van de Commandant, is een bittere ironie.
Het laat zien dat zo'n systeem van vernietiging uiteindelijk iedereen vernietigt, zelfs degenen die denken dat ze veilig zijn.
Dit boek is geen makkelijke leeservaring.
Het blijft lang bij je.
Maar het is een belangrijk verhaal.
Het herinnert ons eraan hoe belangrijk het is om vragen te stellen, om kritisch te zijn, en om empathie te hebben voor anderen, zelfs als ze aan de 'andere kant' van een hek lijken te staan.
Het verhaal van Bruno en Shmuel is een triest sprookje, een fabel, zoals de auteur het zelf noemt.
Het is een verhaal dat ons waarschuwt.
Het laat ons zien waar onwetendheid en haat toe kunnen leiden, en het viert de kleine, moedige daden van vriendschap die zelfs in de donkerste tijden mogelijk zijn.
Het is een boek dat, denk ik, iedereen gelezen zou moeten hebben.
Bedankt voor het luisteren naar deze aflevering van Boekisodes.
Je kunt een transcript van dit verhaal en een woordenlijst vinden op dutchfluency.com/transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze