Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Het Grote Personeelstekort in de Kinderopvang

Het is een rustige dinsdagochtend in een klein kinderdagverblijf in Den Haag.

De zon schijnt door de ramen en de kinderen spelen in de zandbak.

Juf Anouk, een vriendelijke vrouw van 50,

kijkt bezorgd naar de lege plekken in het rooster.

Er zijn te weinig collega's vandaag.

Weer.

Buiten klinkt het geluid van vrolijke kinderstemmen.

Binnen ruikt het naar vers gezette koffie en een beetje naar desinfecterende zeep.

Anouk zucht.

Ze pakt een map met cijfers van tafel.

De map is dik en de hoeken zijn omgekruld.

Ze slaat hem open en kijkt naar de grafieken.

De lijnen gaan allemaal omhoog.

Het tekort aan personeel in de kinderopvang kan de komende jaren verdrievoudigen.

Drie keer zoveel.

Dat betekent nog meer lege plekken in het rooster.

nog meer stress.

nog minder tijd voor de kinderen.

Naast haar staat Mark, een jonge stagiair.

Hij ziet de spanning op haar gezicht.

Gaat het, Juf Anouk, vraagt hij.

Anouk zucht diep.

Het is elke dag hetzelfde, Mark.

We hebben te weinig mensen.

En het wordt alleen maar erger.

Mark fronst.

Erger, hoe dan?

Anouk pakt een map met cijfers.

Kijk, dit is een rapport van de overheid.

Het tekort aan personeel in de kinderopvang kan de komende jaren verdrievoudigen.

Mark leest de woorden langzaam.

Verdrievoudigen?

Dat betekent drie keer zo veel tekort.

Anouk knikt.

Ja, drie keer zoveel.

Nu missen we al mensen.

Maar straks is het nog veel erger.

Mark slikt.

Maar waarom?

Waarom willen mensen niet in de kinderopvang werken?

Anouk loopt naar de tafel en schenkt twee kopjes thee in.

De geur van kruidenthee vult de kleine keuken.

Het werk is zwaar, Mark.

Je verdient niet veel.

En er is veel verantwoordelijkheid.

Mensen kiezen liever voor een baan, waar ze meer geld krijgen en minder stress.

Mark denkt aan zijn vrienden.

Sommigen werken in de supermarkt.

Anderen in een call center.

Maar dit werk is toch belangrijk?

We zorgen voor kinderen.

Voor de toekomst.

Anouk glimlacht zwak.

Dat vind ik ook.

Maar niet iedereen ziet dat zo.

De politiek praat erover.

Maar er gebeurt weinig.

Mark kijkt naar buiten.

De kinderen lachen en rennen.

Hij ziet een meisje met een rode jurk.

Ze zwaait naar hem.

Hij zwaait terug.

Dan denkt hij aan zijn eerste dag hier.

Hij was zenuwachtig.

Anouk had hem gerustgesteld.

Je leert het snel, zei ze.

Kinderen voelen of je van ze houdt.

of je van ze houdt.

Bedankt voor het luisteren.

Reageer onder deze aflevering.

Of stuur me een DM op Instagram.

Dan stuur ik je een speciale kortingskode voor de interactieve versie van deze aflevering.

Veel plezier verder met het verhaal.

van ze houdt.

Die woorden waren waar.

Hij houdt van dit werk.

Maar hij verdient weinig.

Hij kan bijna niet rondkomen.

Hij zucht.

Die middag komt er een moeder.

Lisa, haar zoontje ophalen.

Ze ziet dat Anouk moe is.

Gaat het wel, Juf Anouk, vraagt Lisa?

Anouk vertelt over het tekort.

Lisa schrikt.

Dus als er nog minder personeel komt, moeten de klassen dan groter worden.

Of moeten kinderen naar huis?

Anouk knikt.

Dat zijn de zorgen.

We willen het niet.

Maar als er geen oplossing komt, dan moet het misschien.

Lisa kijkt naar haar zoontje.

Die vrolijk met een blokje speelt.

Dat is niet goed voor de kinderen, zegt ze zacht.

Ze hebben aandacht nodig.

Liefde.

Tijd.

Anouk knikt.

Precies.

En die tijd hebben we nu al te weinig.

Lisa bijt op haar lip.

Wat kunnen wij als ouders doen?

Anouk haalt haar schouders op.

Blijf praten.

Met de gemeente.

Met de politiek.

Laat je stem horen.

Lisa knikt langzaam.

Dat zal ik doen.

De volgende dag leest Mark een bericht op zijn telefoon.

Het staat op een forum.

Mensen praten over het tekort.

Sommigen zijn boos.

De regering doet niets.

Schrijft iemand.

Een ander zegt.

Ik zou best willen werken in de kinderopvang.

Maar ik kan niet rondkomen van het salaris.

Mark zucht.

Hij begrijpt het.

Hij verdient zelf ook weinig als stagiair.

Hij leest nog een bericht.

Ik werk in de kinderopvang.

En ik ben trots op mijn werk.

Maar ik kan mijn huur niet betalen.

Mark slikt.

Hij herkent de woorden.

Hij loopt naar Anouk.

Wat kunnen we doen?

Vraagt hij.

Anouk kijkt hem aan.

We kunnen blijven praten.

Met ouders, met de gemeente, met de politiek.

En we kunnen laten zien hoe mooi dit werk is.

Mark knikt langzaam.

Dus we geven niet op.

Anouk glimlacht.

Nee, we geven niet op.

Voor de kinderen.

Die avond gaat Mark naar huis.

Hij voelt zich moe, maar ook een beetje hoopvol.

Hij denkt aan de lachende gezichten van de kinderen.

Aan de kleine handjes die naar hem zwaaien.

Hij weet dat het moeilijk is.

Maar hij weet ook dat het belangrijk is.

En misschien, heel misschien, kan hij iets veranderen.

Zelfs als het klein begint, hij glimlacht.

Morgen gaat hij weer naar het kinderdagverblijf.

Met nieuwe moed.

Tot de volgende keer, ga naar Dutchfluency.com slash transcripts

voor de interactieve speler.

Tik op een woord als je vastloopt.

Bedankt voor het luisteren naar Dutch Fluency.

Op Dutchfluency.com vind je de transcript en oefeningen.

Spreek Nederlands, zelfs als je stottert.

Tot de volgende keer.

Transcript en quiz · gratis

De quiz is gratis. Log in voor flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze