Find my level
Login
Play me!
Alle podcasts

De Huisarts en het Geld

Dit is Rick.

Rick is een man.

Hij woont in Den Haag.

Den Haag is een stad.

Rick is een huisarts.

Hij helpt zieke mensen.

Elke dag werkt hij hard.

Hij kijkt naar mensen.

Hij geeft medicijnen.

De mensen zijn blij.

Maar vandaag is Rick niet blij.

Hij loopt naar een groot huis.

Het huis is wit.

De deur is groot.

Daar zitten andere mensen.

Die mensen zeggen wat Rick krijgt.

Rick krijgt niet veel geld.

Hij vindt dat niet goed.

Hij zegt: 'Ik krijg te weinig geld.' De andere mensen kijken naar Rick.

Een vrouw zegt: 'Wij geven u geld.' Rick zegt: 'Het is niet genoeg.' De vrouw is stil.

Rick loopt weg.

De gang is lang.

De vloer is grijs.

Hij hoort zijn stappen.

De stappen klinken hard.

Hij gaat naar huis.

Thuis drinkt hij water.

Het water is koud.

Hij denkt aan zijn werk.

Hij helpt veel mensen.

Maar hij krijgt weinig geld.

Dat is niet eerlijk.

Zijn vriend Tim komt langs.

Tim heeft een jas aan.

De jas is blauw.

De jas is mooi.

Tim zegt: 'Hoe gaat het?' Rick zegt: 'Niet goed.

Ik krijg te weinig geld.' Tim zegt: 'Wat ga je doen?' Rick zegt: 'Ik ga naar een groot huis.

Daar zeggen mensen wat ik krijg.' Tim zegt: 'Dat is moeilijk.' Rick eet een boterham.

De boterham is met kaas.

De kaas is geel.

Hij drinkt koffie.

De koffie is warm.

De koffie ruikt goed.

Hij denkt na.

Hij wil meer geld.

Hij werkt hard.

Hij helpt zieke mensen.

De volgende dag gaat Rick weer naar het grote huis.

De zon schijnt.

De lucht is blauw.

Hij ziet een boom.

De boom is groen.

De bladeren zijn groen.

In het huis zitten veel mensen.

Een man zegt: 'Wij geven u meer geld.' Rick is blij.

Hij zegt: 'Dank u wel.' De man zegt: 'U werkt goed.' Rick loopt naar buiten.

De zon schijnt.

Hij ziet een hond.

De hond is bruin.

De hond speelt met een bal.

De bal is rood.

De hond blaft.

Rick lacht.

Hij gaat naar zijn werk.

Daar helpt hij een zieke vrouw.

De vrouw is oud.

Zij heeft grijs haar.

De vrouw zegt: 'Dank u, Rick.' Rick is blij.

Hij drinkt koffie.

Hij eet een koek.

De koek is zoet.

De koek is lekker.

Het is een goede dag.

Rick denkt: 'Vandaag is beter.

Ik heb meer geld.

Mijn werk is goed.' Hij kijkt naar de klok.

De klok tikt.

De klok tikt zacht.

Hij gaat naar huis.

Thuis zit hij op de bank.

De bank is zacht.

De bank is groen.

Hij drinkt water.

Het water is koud.

Hij is moe, maar blij.

Hij denkt: 'Het is goed.

Ik help mensen.

Nu krijg ik meer geld.

Dat is eerlijk.' Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze