Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Brand in Congo

RICK: Hé, luister eens even.

Ik las net iets ergs.

EMMA: Wat dan?

Je kijkt zo serieus.

RICK: In Congo was een brand.

Twee scholen zijn weg.

LARS: O nee.

Dat is verschrikkelijk nieuws.

RICK: Ja.

Zeker vierentwintig kinderen zijn dood.

EMMA: Wat?

Echt waar?

Dat is zo erg.

RICK: Ja.

Het staat online.

Ik schrok ervan.

LARS: Hoe komt dat dan?

Weet je dat?

RICK: Ik weet het niet precies.

De school brandde snel.

EMMA: Waren de kinderen in de school?

RICK: Ja, ze waren binnen.

Het was lesdag.

LARS: Konden ze niet wegkomen?

RICK: Sommigen wel, maar niet allemaal.

Het ging te snel.

EMMA: Wat een ramp.

Die arme ouders.

LARS: Ja.

Ouders verliezen hun kind.

Dat is het ergste.

RICK: En het zijn twee scholen.

Niet één.

EMMA: Twee?

Dus nog meer kinderen?

RICK: Ja.

Misschien wel.

Het nieuws is nog nieuw.

LARS: Ik word hier stil van.

Echt waar.

EMMA: Ik ook.

Ik denk aan mijn nichtje.

LARS: Hoe oud is zij?

EMMA: Ze is acht.

Ze zit ook op school.

RICK: Dat maakt het dichtbij, hè?

EMMA: Ja.

Ik denk dan meteen aan haar.

LARS: Wij klagen hier over kleine dingen.

RICK: Ja, dat klopt.

Wij zitten hier in een café.

EMMA: En zij hebben geen school meer.

Geen lokaal.

LARS: En geen kind.

Voor sommige ouders.

RICK: Het is oneerlijk.

Waarom gebeurt dit?

EMMA: Ik weet het niet.

Soms is er geen antwoord.

LARS: Nee.

Soms is het gewoon verdrietig.

RICK: Wat kunnen wij doen?

Serieus.

EMMA: Geld sturen?

Aan een hulporganisatie?

LARS: Ja.

Dat helpt misschien.

Een beetje.

RICK: Dat is beter dan niks.

Toch?

EMMA: Ja, zeker.

Elke euro helpt.

LARS: En praten erover.

Dat is ook iets.

RICK: Ja.

Mensen moeten het weten.

EMMA: Ik deel het bericht op mijn telefoon.

LARS: Goed idee.

Ik doe het ook.

RICK: Mooi.

Samen weten meer mensen het.

EMMA: Het voelt zo weinig.

Maar het is iets.

LARS: Ja.

Je kunt niet alles oplossen.

RICK: Nee.

Maar je kunt iets doen.

EMMA: Ik ga straks naar huis.

Ik zoek een organisatie.

LARS: Laat het me weten.

Dan doe ik mee.

RICK: Ik ook.

Stuur me de link.

EMMA: Doe ik.

Fijn dat jullie meedenken.

LARS: Natuurlijk.

Daar zijn vrienden voor.

RICK: Precies.

Soms is een café ook een plek voor dit.

EMMA: Ja.

Even praten.

Even samen zijn.

LARS: En dan weer verder.

Maar niet vergeten.

RICK: Nee.

Niet vergeten.

Die kinderen niet.

EMMA: Eens.

Ik denk er nog lang aan.

LARS: Ik ook.

Het raakt me echt.

RICK: Oké.

Laten we nog even rustig zitten.

EMMA: Ja.

Even geen grapjes.

LARS: Nee.

Even stil.

RICK: Wacht, Emma.

Je nichtje is acht, toch?

EMMA: Ja, waarom?

RICK: Mijn neefje is ook acht.

Hij zit in groep vijf.

EMMA: Mijn nichtje zit in groep vier.

Ze leert rekenen.

LARS: Rekenen?

Dat is leuk.

Mijn dochter houdt van rekenen.

EMMA: Echt?

Mijn nichtje vindt het moeilijk.

LARS: Mijn dochter ook.

Ze zegt: 'Ik snap het niet.' RICK: Kinderen zeggen dat vaak.

Dat is normaal.

EMMA: Ja.

En dan helpen we ze.

Dat is fijn.

LARS: Maar die ouders in Congo kunnen niet helpen.

Hun school is weg.

RICK: Nee.

Dat is zo verdrietig.

EMMA: Ik kan niet stoppen met denken aan die kinderen.

LARS: Ik ook niet.

Het blijft in mijn hoofd.

RICK: Weet je, ik zag een foto van de school.

Alles is zwart.

EMMA: O nee.

Niet doen.

Dat is te erg.

LARS: Ja, Rick.

Waarom zeg je dat?

RICK: Sorry.

Ik dacht eraan.

Het is echt gebeurd.

EMMA: Laten we iets positiefs doen.

Geld inzamelen.

LARS: Ja.

Ik ken een organisatie.

'Help de Kinderen'.

RICK: Nooit van gehoord.

Is het betrouwbaar?

LARS: Ja.

Mijn broer werkt daar.

Hij is vrijwilliger.

EMMA: Mooi.

Dan kunnen we daar geld sturen.

RICK: Hoeveel?

Ik heb niet veel.

EMMA: Alles is goed.

Vijf euro, tien euro.

LARS: Ik geef twintig euro.

Van mijn spaargeld.

RICK: Ik ook.

Ik doe mee.

EMMA: Ik vraag mijn ouders.

Zij helpen misschien.

LARS: Goed idee.

Samen staan we sterk.

RICK: En we kunnen ook spullen sturen.

Boeken, pennen.

EMMA: Ja.

Maar eerst geld.

Dat is sneller.

LARS: Klopt.

Geld is het snelst.

RICK: Oké.

Ik ga naar huis en ik stort het.

EMMA: Ik ook.

Vandaag nog.

LARS: Ik bel mijn broer.

Dan weet ik waar het heen gaat.

RICK: Perfect.

Laat het ons weten.

EMMA: Ja, stuur een bericht in de groep.

LARS: Doe ik.

Ik maak een groepsapp.

RICK: Goed.

Dan kunnen we praten en plannen.

EMMA: En delen.

Mensen moeten het weten.

LARS: Ja.

Deel het op sociale media.

RICK: Ik heb geen sociale media.

Alleen WhatsApp.

EMMA: Dat is ook goed.

Stuur het naar vrienden.

LARS: Ja.

Elke keer dat iemand het leest, is het goed.

RICK: Oké.

Ik voel me iets beter.

Jullie ook?

EMMA: Ja.

Een beetje.

We doen iets.

LARS: Dat is belangrijk.

Iets doen is beter dan niets.

RICK: Precies.

Nou, ik ga.

Tot straks.

EMMA: Tot straks.

Ik stuur de link.

LARS: Ik wacht erop.

Doei.

RICK: Doei.

En vergeet niet: die kinderen niet vergeten.

EMMA: Nee.

Nooit.

LARS: Nooit.

Tot de volgende.

Alle transcripten en meer op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze