

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hallo Tom.
Hallo Julia.
TOM: Hoi Rick.
Lekker weer.
JULIA: Ja, de zon schijnt.
De zon is warm vandaag.
RICK: Ik heb koffie voor jullie.
Twee koffie, warm en lekker.
TOM: Dank je.
Lekker warm.
Ik drink graag koffie.
JULIA: Ja, koffie is goed.
Wat is er nieuw vandaag, Rick?
RICK: Ik lees een verhaal over een man.
Een man uit Duitsland.
TOM: Wie is die man?
Is hij beroemd?
RICK: Ja, hij is een politicus.
Een politicus uit Duitsland.
JULIA: Wat doet hij?
Wat is zijn werk?
RICK: Hij is een man en hij heeft een kind.
Hij is vader.
TOM: Dat is normaal, toch?
Veel mensen hebben een kind.
RICK: Ja, maar zijn kind is niet gewoon.
Het is bijzonder.
JULIA: Hoe dan?
Wat is er anders?
RICK: Een vrouw draagt het kind voor hem.
Zij is een draagmoeder.
TOM: Een draagmoeder.
Dat is een vrouw die een kind draagt voor een ander.
JULIA: Dat is bijzonder.
Ik vind het mooi.
RICK: Ja, sommige mensen vinden het raar.
Zij zeggen: dat is niet goed.
TOM: Waarom vinden zij het raar?
Een kind is toch leuk?
RICK: Zij zeggen dat het niet goed is.
Maar ik begrijp het niet.
JULIA: Maar het is zijn kind.
Hij is de vader.
Dat is belangrijk.
RICK: Ja, hij is de vader.
De vader van het kind.
TOM: En de moeder?
Waar is de moeder?
RICK: Die is er niet in het verhaal.
Alleen de vader en de draagmoeder.
JULIA: Dat is vreemd.
Geen moeder in het verhaal?
RICK: Ja, de politicus stapt op.
Hij stopt met zijn baan.
TOM: Wat is opstappen?
Ik ken dat woord niet.
RICK: Opstappen is stoppen met je werk.
Hij gaat weg.
JULIA: Omdat mensen boos zijn?
Zijn mensen boos op hem?
RICK: Ja, veel mensen zijn boos.
Zij vinden het niet goed.
TOM: Dat is jammer.
Een kind is toch iets goeds?
JULIA: Ja, een kind is goed.
Iedereen mag een kind hebben, toch?
RICK: Ja, een kind is goed.
Een kind is een geschenk.
TOM: Mensen moeten niet boos zijn.
Het is zijn kind.
JULIA: Iedereen mag een kind hebben.
Dat vind ik.
RICK: Ja, dat vind ik ook.
Het is zijn keuze.
TOM: Laten we verder lopen.
De zon is nog warm.
RICK: Goed idee.
De koffie is op.
Geen koffie meer.
JULIA: Kijk, een eend.
Een eend in het water.
TOM: Leuke eend.
Hij zwemt in de vijver.
RICK: Ik zie ook een hond.
Een hond met een bal.
JULIA: De hond rent achter de bal.
Hij is blij.
TOM: Wat een mooie dag.
De zon, de eend, de hond.
RICK: Ja, het is fijn buiten.
Ik hou van het park.
JULIA: Zullen we op een bank zitten?
Daar is een bank.
RICK: Ja, daar is een bank.
Laten we gaan zitten.
TOM: Ik ga zitten.
De bank is comfortabel.
JULIA: De zon is warm.
Ik voel de zon op mijn gezicht.
RICK: Ik drink nog wat water.
Water is goed voor mij.
TOM: Heb je water bij je?
Ik heb dorst.
RICK: Ja, in mijn tas.
Hier is een fles water.
JULIA: Geef mij ook wat.
Ik wil water drinken.
RICK: Hier is een fles.
Drink maar.
TOM: Het is een goed gesprek.
We praten over veel dingen.
JULIA: Ja, ik leer veel.
Over de politicus, over het kind.
RICK: Tot de volgende.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze