

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hé, kijk eens wat ik gevonden heb op internet.
EMMA: Wat dan?
Weer een grappige foto?
RICK: Ja, een haringverkoper in Amsterdam, uit 1930.
LARS: Oh, serieus?
Hoe zag dat eruit?
RICK: Een man met een kraampje, midden op straat.
EMMA: Net als nu nog, toch?
Die haringkramen zijn er nog steeds.
RICK: Ja, maar vroeger was het veel groter.
Overal stonden ze.
LARS: Overal?
Dus op elke hoek van de straat?
RICK: Bijna wel, ja.
In elke wijk had je wel een haringverkoper.
EMMA: Dat kan ik me wel voorstellen.
Het was goedkoop en makkelijk.
LARS: Ik vind haring eigenlijk niet zo lekker, eerlijk gezegd.
EMMA: Wat?
Lars, dat meen je niet.
Haring is typisch Nederlands!
LARS: Ik weet het, maar die smaak, dat is niks voor mij.
EMMA: Heb je het wel eens echt geprobeerd?
Met uitjes en zo?
LARS: Ja, één keer.
Op een feestje bij mijn werk.
Ik at de helft en stopte toen.
RICK: De helft is al een begin, Lars.
LARS: Ha, misschien.
Maar geef mij maar een broodje kroket.
RICK: Jij bent toch echt geen echte Nederlander, Lars.
LARS: Ha, misschien niet.
Een broodje kroket is ook lekker, toch?
EMMA: Dat is ook goed, maar haring is toch speciaal.
RICK: Weet je wanneer het echt druk is bij die kramen?
EMMA: Koningsdag?
Dan is heel Amsterdam één groot feest.
RICK: Ja, maar ook bij Vlaggetjesdag in Scheveningen.
LARS: Vlaggetjesdag?
Wat is dat precies?
RICK: Dan komt de eerste nieuwe haring binnen op de boot.
EMMA: En iedereen viert dat.
Het is een heel oud feest.
LARS: Hoe oud is dat feest dan?
RICK: Al honderden jaren.
Vissers vierden het vroeger ook al.
EMMA: En de eerste haring gaat altijd naar de koning of koningin.
LARS: Echt waar?
Dat wist ik echt niet.
Nederlanders en hun haring, hè.
RICK: Kijk, op de foto staat ook een kind naast de kraam.
EMMA: Aw, schattig.
Vroegen kinderen ook om haring?
RICK: Waarschijnlijk wel.
Het was goedkoop en lekker voedsel.
LARS: Goedkoop voedsel op straat, dat bestaat nu ook nog.
EMMA: Ja, maar nu kost een broodje haring bijna vier euro.
RICK: Dat klopt.
Vroeger was het echt eten voor gewone mensen.
EMMA: Mijn oma vertelde dat ze als kind altijd haring kocht met een paar centen.
LARS: Een paar centen?
Dat is bijna niks.
EMMA: Ja, precies.
Daarom at bijna iedereen het.
LARS: Net als patat.
Dat was ook voor iedereen.
EMMA: Patat is nog steeds voor iedereen, Lars.
Wat dacht je?
LARS: Ha, dat is waar.
Patat blijft altijd goed.
RICK: Maar haring heeft wel een speciale plek in de cultuur.
EMMA: Absoluut.
Mijn oma at elke week haring, dat zei ze altijd.
RICK: Zie je?
Het hoort gewoon bij Nederland.
Net als tulpen en molens.
LARS: Oké, dat begrijp ik.
Maar tulpen eet ik ook niet.
EMMA: Lars!
Dat is niet hetzelfde.
RICK: Ha, goede vergelijking toch eigenlijk niet, Lars.
LARS: Oké, oké.
Misschien moet ik het nog een keer proberen.
EMMA: Eindelijk!
Ik ga morgen met je mee naar een kraam.
LARS: Nee nee, ik zei misschien.
Niet morgen.
RICK: Lafaard!
Gewoon proberen, man.
LARS: Geef mij eerst nog een biertje, dan denk ik erover na.
EMMA: Dat is een goed plan.
Nog een rondje?
RICK: Ja, goed idee.
Op de haring en de haringverkopers.
LARS: En op de mensen die géén haring eten.
EMMA: Lars, jij bent hopeloos.
RICK: Maar wel gezellig.
Proost!
EMMA: Proost!
LARS: Proost!
En achteraf gezien is dit een prima terrasje.
RICK: Dat klopt.
Zo'n terrasje pakken op een dag als dit.
EMMA: Ja, dit is het leven.
Zon, bier en goede vrienden.
LARS: En gelukkig geen haring op tafel.
EMMA: Nog niet.
RICK: Ha!
Tot de volgende keer.
Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen vind je op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze