
Ter Apel: waarom niemand zich verantwoordelijk voelt

Audio1x
Snelheid
Oefenen
Woordenschat
Tim: Hoi, jij daar.
Ja, jij die net je koffie pakt of je telefoon pakt.
Vandaag gaan we het hebben over een plek waar niemand de baas lijkt te zijn.
En dat is geen sprookje, maar een echt dorp in Nederland.
Ter Apel.
Pieter: Ter Apel?
Een dorp?
In mijn tijd was dat een klein gehucht in de veenkoloniën, vlak bij de Duitse grens.
Daar woonden turfstekers en boeren.
En nu?
Een plek waar niemand de baas is?
Dat klinkt als een onbestuurde wildernis, mijn goede heer.
Tim: Precies, Pieter.
En het is nog erger.
Al jaren is er een asielaanmeldcentrum.
Mensen komen daar om asiel aan te vragen.
Maar een kleine groep veroorzaakt overlast.
En niemand lijkt het te kunnen stoppen.
Pieter: Asielzoekers?
In mijn tijd hadden we ook vreemdelingen, maar die werden opgevangen door kerken en gilden.
En als er een vechtpartij was, dan kwam de schout.
Die loste het op.
Maar hier?
Iedereen wijst naar elkaar, zegt u?
Tim: Ja.
Het COA, dat is de organisatie die de opvang regelt, zegt: 'Het is de burgemeester en de politie.' De politie zegt: 'Het is het COA.' En de minister in Den Haag?
Die wist vorige week niet eens welke regels er al golden.
Pieter: Ha!
Een minister die niet weet wat hij heeft getekend?
Dat is als een koopman die zijn eigen grootboek niet kent.
Dat zou in mijn tijd een schande zijn geweest.
Maar vertel, wat is er nu precies gebeurd?
Tim: Afgelopen week kondigde de minister nieuwe maatregelen aan.
Hij zei: 'Het terrein wordt een veiligheidsrisicogebied, we zetten extra camera's neer en we gaan preventief fouilleren.' Maar toen bleek dat het terrein al anderhalf jaar veiligheidsrisicogebied is.
Pieter: Dus hij verkoopt oude wijn in nieuwe zakken?
Dat is misleiding, of op zijn minst slordigheid.
En dat preventief fouilleren, wat houdt dat precies in?
Dat je mensen doorzoekt zonder dat ze iets hebben gedaan?
Tim: Precies.
En dat was al mogelijk, juist omdat het gebied al een veiligheidsrisicogebied was.
Alleen werd het niet gedaan.
Nu zegt de minister: 'We gaan het nu wel doen.' Maar hoogleraar Vols noemt het 'oude wijn in nieuwe zakken'.
Pieter: Een hoogleraar?
In mijn tijd hadden we geen hoogleraren in het openbare-orderecht.
Maar ik begrijp zijn punt.
Het is een lapmiddel, een pleister op een houten been.
Maar waarom lukt het dan niet om de orde te handhaven?
Tim: Dat is de kern, Pieter.
Niemand voelt zich verantwoordelijk.
Het COA zegt: 'Het is aan de gemeente.' De gemeente zegt: 'Het is aan het COA.' En de minister?
Die weet niet wat er speelt.
En dus blijft het grasveld in Ter Apel een probleem.
Pieter: Dat klinkt als een gilde dat ruzie heeft over wie de markt moet schoonmaken, terwijl de stad onder het vuil bedolven raakt.
Maar wie zijn die overlastgevers dan?
U sprak over 'veiligelanders'.
Wat zijn dat voor mensen?
Tim: Veiligelanders zijn asielzoekers uit landen die als veilig worden beschouwd, zoals Marokko of Algerije.
Hun kans op asiel is klein.
Toch komen ze hier en sommigen veroorzaken overlast.
Maar niet allemaal, hoor.
Het is een kleine groep.
Pieter: Ah, dus het is een kleine groep die de sfeer verpest voor de rest.
Dat is van alle tijden.
In de haven hadden we ook altijd een paar kerels die dronken en vochten.
Maar die werden opgesloten.
Waarom gebeurt dat hier niet?
Tim: Goede vraag.
Volgens de hoogleraar gaat het om serieuze misdrijven: intimidatie, bedreiging, diefstal, drugshandel.
Daar staan jaren gevangenisstraf op.
Maar iedereen trekt zijn handen ervan af.
Ze durven niet in te grijpen.
Pieter: Niet durven?
In mijn tijd was een agent niet bang.
Die had een sabel en een fluitje.
Maar misschien is het hier anders.
Ik hoor dat de agenten moderne middelen hebben, maar dat ze zich niet bevoegd voelen.
Klopt dat?
Tim: Ja, en dat is het probleem.
Er zijn wel bevoegdheden, maar niemand gebruikt ze.
En de minister wist niet eens dat ze bestonden.
Dat is zorgelijk, zegt de hoogleraar.
Het toont de onmacht van de politiek.
Pieter: Onmacht of onkunde?
Dat is de vraag in de krant.
Maar ik denk dat het allebei is.
Een minister die niet weet wat er al is besloten, is onkundig.
En een systeem waarin niemand de verantwoordelijkheid neemt, dat is onmacht.
Tim: En dan is er nog iets.
Het Rode Kruis en Vluchtelingenwerk zijn gestopt met hulp op het buitenterrein, omdat het te onveilig is.
Dus de mensen die daar verblijven, hebben geen water of eten van hen.
Dat maakt het nog erger.
Pieter: Dat is tragisch.
Als de hulpverleners weggaan, blijven alleen de sterken over.
En de zwakken?
Die zijn nog meer kwetsbaar.
In mijn tijd hadden we armenzorg, maar die was van de kerk.
Hier lijkt niemand zich verantwoordelijk te voelen.
Tim: Precies.
En dat is nu net wat we willen begrijpen.
Waarom lukt het niet?
Laten we eens kijken naar een paar woorden die vaak vallen.
'Overlastgevers' bijvoorbeeld.
Dat zijn mensen die overlast veroorzaken.
Simpel, toch?
Pieter: Ja, en 'beteugelen' is ook zo'n woord.
Dat betekent onder controle krijgen.
Alsof je een paard beteugelt met een teugel.
Maar hier lijkt het paard de ruiter te zijn.
Niemand heeft de teugels in handen.
Tim: Mooi beeld, Pieter.
En nog een woord: 'vingerwijzen'.
Dat is wanneer iedereen naar een ander wijst en zegt: 'Hij is de schuldige.' In Ter Apel wijst iedereen naar elkaar.
Het COA, de gemeente, de minister.
Iedereen.
Pieter: En een 'lapmiddel'?
Dat is een tijdelijke oplossing, zoals een lap op een gat in je broek.
Maar als het gat blijft groeien, heb je niets aan die lap.
De minister komt met lapmiddelen, maar het echte probleem blijft.
Tim: En nu het leerpunt.
Hoor je vaak 'lijken te zijn' of 'lijken te weten'.
Bijvoorbeeld: 'De minister lijkt niet te weten welke regels er zijn.' Of: 'De problemen lijken onoplosbaar te zijn.' Het betekent: het lijkt zo, maar misschien is het niet zo.
Pieter: Een goede constructie, ja.
In mijn tijd zouden we zeggen: 'Het schijnt dat de minister het niet weet.' Maar 'lijken te' is eleganter.
Het geeft twijfel aan.
En twijfel is hier op zijn plaats, denk ik.
Tim: Zeker.
En jij als luisteraar, als jij dit hoort, denk dan eens na: wie is er in jouw omgeving verantwoordelijk voor een probleem?
En wie doet alsof het niet zo is?
Soms moeten we zelf de eerste stap zetten.
Pieter: Maar Tim, we zijn nog maar net begonnen.
Ik wil meer weten over die minister en die verwarring.
En wat zegt dat over de hele politiek in uw tijd?
Dat moet ik begrijpen voordat ik een oordeel vel.
Tim: En dat is precies wat we in het volgende deel gaan doen.
We duiken dieper in de vraag of het onkunde of onmacht is.
En we kijken naar wat er in 2250 anders zou zijn.
Dus blijf luisteren, want dit wordt nog interessanter.
Pieter: Tim, ik begrijp het nu beter.
Maar zeg mij eens: in uw tijd, in 2250, hebben zij dit probleem opgelost?
Of is het nog altijd hetzelfde liedje?
Tim: Goede vraag, Pieter.
In 2250 hebben we geen asielcentra meer zoals Ter Apel.
We hebben andere systemen, maar het probleem van verantwoordelijkheid is nog steeds actueel.
Mensen wijzen nog steeds naar elkaar.
Pieter: Dat verbaast mij niet.
In mijn tijd was het niet anders.
De gilden en de stad bestuurden, maar als er een probleem was met de armen, zeiden de rijken: dat is voor de kerk.
En de kerk zei: dat is voor de stad.
Tim: Precies.
En wat ik interessant vind aan dit nieuws, is dat de minister niet eens wist dat het gebied al anderhalf jaar als veiligheidsrisicogebied gold.
Dat is toch opmerkelijk?
Pieter: Opmerkelijk?
Het is bijna ongelooflijk.
Een minister die de regels niet kent, dat zou in mijn tijd een groot schandaal zijn.
Maar misschien is het ook een teken van de tijd.
De wereld is zo groot en complex.
Tim: Ja, en dat brengt mij bij een ander woord uit het nieuws: 'onmacht'.
Dat betekent dat je iets niet kunt doen, ook al wil je het wel.
Het is anders dan 'onkunde', dat betekent dat je het niet weet of niet kunt omdat je het niet geleerd hebt.
Pieter: Ah, dus de vraag is: kan de minister het niet, of weet hij het niet?
Dat is een belangrijk onderscheid.
In het nieuws zeggen ze dat het misschien onmacht is.
Maar de hoogleraar zegt dat niemand zich verantwoordelijk voelt.
Tim: Ja, en dat is het kernprobleem.
Het COA zegt: het is de burgemeester.
De burgemeester zegt: het is de politie.
En de politie zegt: het is het COA.
Iedereen kijkt naar de ander.
Pieter: Dat is als een schip zonder kapitein.
Iedereen wil het roer wel vasthouden, maar niemand wil de verantwoordelijkheid voor de koers.
Uiteindelijk drijft het schip op de rotsen.
Tim: Mooi beeld, Pieter.
En dat brengt mij bij het leerpunt.
We hadden het over 'lijken te'.
Nu wil ik iets anders laten zien: 'blijken te zijn'.
Dat gebruik je als je achteraf ontdekt dat iets zo is.
Pieter: Geef mij een voorbeeld, Tim.
Ik leer graag van de jonge generatie.
Tim: Stel: de minister zegt: 'Dit is een nieuwe maatregel.' Maar later blijkt: de maatregel bestond al.
Dan zeg je: 'De maatregel bleek al te bestaan.' Of: 'Hij bleek niet te weten dat het al zo was.'
Pieter: Dus 'blijken te' is voor als je iets ontdekt, en 'lijken te' is voor als je iets vermoedt.
Dat is een subtiel maar belangrijk verschil.
In het nieuws zeggen ze: 'De minister leek niet te weten.' Later bleek dat hij het wel wist, maar het verkeerd had verwoord.
Tim: Precies.
En dat is precies wat er gebeurde.
De woordvoerder zei dat de minister het wel wist, maar dat het onhandig stond in de brief.
Dus het was geen onkunde, maar misschien wel onmacht om het goed te communiceren.
Pieter: Communicatie is ook een kunst.
In mijn tijd hadden we de kranten en de preken.
Als de burgemeester iets wilde zeggen, deed hij dat op het marktplein.
Maar zelfs toen was er verwarring.
Tim: Ja, maar nu is er meer media en meer snelheid.
Mensen verwachten dat de minister alles weet.
Maar niemand kan alles weten.
Toch is het belangrijk dat hij de basis kent.
Pieter: Dat is waar.
En wat zegt dit over de politiek in uw tijd?
In mijn tijd hadden we koningen en keizers, maar zij hadden ook adviseurs.
Soms wisten zij niet wat er speelde.
Tim: In 2250 hebben we geen ministers meer zoals nu.
We hebben een systeem waarbij iedereen kan meestemmen over belangrijke beslissingen.
Maar zelfs dan zijn er problemen met verantwoordelijkheid.
Pieter: Dus het probleem is niet de tijd, maar de mens.
Wij mensen wijzen graag naar anderen.
Dat is van alle tijden.
Maar dan vraag ik mij af: hoe lossen jullie dit op in 2250?
Tim: We hebben een soort digitale raad waar elke partij verplicht is om samen te werken.
En als ze niet samenwerken, worden ze vervangen door AI-bemiddelaars.
Maar dat is misschien te futuristisch voor nu.
Pieter: AI, zegt u?
Dat klinkt alsof de machine de mens moet opvoeden.
Maar misschien is dat wel nodig.
Als wij mensen niet vooruit kunnen, moet de machine ons maar dwingen.
Tim: Haha, dat is een interessante kijk.
Maar laten we teruggaan naar het nieuws.
Wat is jouw conclusie, Pieter?
Is het onkunde of onmacht?
Pieter: Ik denk dat het een mengeling is.
De minister toont onkunde door niet te weten wat er al was.
Maar het systeem toont onmacht omdat niemand de leiding neemt.
Dat is een gevaarlijke combinatie.
Tim: En dat is precies wat de hoogleraar zegt: 'Niemand voelt zich verantwoordelijk.' Dat is het echte probleem.
Niet de regels, niet de mensen, maar de verantwoordelijkheid.
Pieter: In mijn tijd hadden we een gezegde: 'Een goed bestuurder is als een goede herder.
Hij kent zijn schapen en hij zorgt dat ze veilig zijn.' Maar hier zijn de herders aan het ruziën over wie de kudde mag bewaken.
Tim: Dat is een mooi beeld.
En het is tijd om af te ronden.
We hebben gezien dat 'lijken te' en 'blijken te' belangrijk zijn.
En we hebben geleerd dat verantwoordelijkheid essentieel is.
Pieter: Ik hoop dat de luisteraar hier iets van meeneemt.
Niet alleen de woorden, maar ook de les: neem verantwoordelijkheid, ook als het moeilijk is.
En blijf kritisch vragen stellen.
Tim: En als je hierover verder wilt praten, ga dan naar nieuwsdoordetijd.com.
Daar kun je reageren en jouw mening delen.
En wie weet, misschien zie ik jou daar wel.
Pieter: Tot ziens, en denk eraan: de tijd verandert, maar de mens blijft.
En soms is dat het grootste nieuws van allemaal.
OefenenLees
Tekst
Audio