

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Het is een zonnige dag in een klein dorp in Nederland.
De lucht is blauw en de zon is warm.
Ik ben Tim.
Ik woon in een huis met een grote tuin.
In de tuin zijn bloemen, rood en geel.
Mijn buurman is meneer Boon.
Hij heeft een boerderij.
Op de boerderij zijn koeien, kippen en schapen.
De koeien zijn groot en wit met zwarte vlekken.
Ik loop naar de winkel.
Ik wil brood kopen.
De winkel is aan het einde van de straat.
Het is een klein wit gebouw met een rode deur.
De deur is rood, mooi rood.
Als ik naar de winkel loop, hoor ik een geluid.
Het is een dier: 'Moeh!
Moeh!' Het geluid is luid.
Ik kijk om.
Daar staat een koe.
De koe is groot en wit met zwarte vlekken.
De vlekken zijn zwart als de nacht.
De koe staat naast een hek.
Het hek is open.
De koe is vrij.
Ik denk: 'De koe is ontsnapt.
Dit is niet normaal.' Ik loop verder.
De koe loopt achter mij aan.
Ik hoor de hoeven op de straat: 'Klop, klop, klop.' Het geluid is hard op de stenen.
Ik kijk weer om.
De koe is dichtbij.
Zijn ogen zijn groot en bruin.
De ogen zijn zacht.
Hij kijkt naar mij.
Ik denk: 'Wat wil de koe?' De koe loopt naast mij.
Het is raar.
De straat is stil.
Er zijn geen auto's.
Alleen ik en de koe.
De zon schijnt op ons.
Ik ruik gras en aarde.
Het is een rustige dag.
Ik kom bij de winkel.
De deur is open.
Ik ga naar binnen.
De winkel is klein.
Er is een man achter de toonbank.
Hij heet meneer Jansen.
Hij zegt: 'Hallo Tim.
Wat wil je vandaag?' Ik zeg: 'Ik wil brood, alstublieft.' Dan hoor ik een geluid achter mij: 'Moeh!' Het geluid is luid in de kleine winkel.
De man kijkt verbaasd.
Zijn ogen zijn groot.
Hij zegt: 'Is dat een koe in mijn winkel?' Ik kijk om.
De koe staat in de winkel.
Hij loopt langzaam naar de toonbank.
Zijn hoeven maken geluid op de vloer: 'Klop, klop.' De man zegt: 'Dit is niet goed.
Koeien horen niet in de winkel.' Ik zeg: 'Sorry, de koe is van meneer Boon.
Het hek was open.' De man lacht.
Hij zegt: 'Oké, maar je moet de koe terugbrengen.' Ik koop het brood.
Het brood is warm.
De koe wacht bij de deur.
Zijn ogen kijken naar mij.
We lopen terug.
De koe loopt naast mij.
Het is een beetje grappig.
Mensen op straat kijken naar ons.
Een kind zegt: 'Mama, kijk!
Een koe op straat!' De moeder lacht.
Ze zegt: 'Ja, wat grappig.' We komen bij de boerderij.
Meneer Boon staat bij het hek.
Hij zegt: 'Tim!
De koe is weg.
Ik zoek hem.' Ik zeg: 'Hier is de koe.
Hij liep met mij naar de winkel.' Meneer Boon lacht hard.
Hij zegt: 'Die koe is een grapjas.
Hij volgt altijd mensen.' Ik geef de koe terug.
De koe kijkt naar mij.
Hij zegt: 'Moeh.' Ik denk: 'Dag koe.' Het was een rare dag.
Maar ik lach.
Het is een leuk verhaal voor later.
Ik denk: 'De koe was lief.
Het was een bijzondere wandeling.' Tot de volgende.
Alle transcripten op dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze