Alle podcasts

Samen wandelen in het park

RICK: Kijk.

Het is mooi weer.

TOM: Ja, ik drink koffie.

De koffie is warm.

JULIA: De zon schijnt.

Dat is fijn.

Ik drink ook koffie.

RICK: Hoor je het nieuws?

TOM: Welk nieuws?

Is het nieuws van vandaag?

RICK: Ja, van vandaag.

Ze zeven mannen.

JULIA: Zeven?

Wat doen ze?

Zeven mannen, dat is veel.

RICK: Ze mishandelen een man.

De man is alleen.

TOM: Die man is een fan.

Een fan van voetbal?

RICK: Ja, van Algerije.

Hij is fan van het team.

JULIA: Is de man boos?

RICK: Nee, hij is niet boos.

Hij is bang.

TOM: Bang?

Dat is niet leuk.

JULIA: De politie is er.

De politie is snel.

RICK: De politie pakt de mannen.

De mannen zijn niet blij.

TOM: Dat is goed.

De politie helpt de man.

JULIA: Vechten is niet goed.

Vechten is slecht.

RICK: Nee, vechten is slecht.

Vechten doet pijn.

TOM: De fans zijn blij met voetbal.

Zij lachen en zingen.

JULIA: Maar de mannen zijn niet blij.

Zij zijn boos.

RICK: Zij zijn boos op de man.

Waarom?

TOM: Waarom zijn zij boos?

Is hij een andere fan?

RICK: Ik weet het niet.

Misschien is hij anders.

JULIA: Het is raar.

Heel raar.

TOM: Ja, heel raar.

Vechten om voetbal is dom.

RICK: De man zit in het ziekenhuis.

Het ziekenhuis is groot.

JULIA: Is hij ziek?

Heeft hij pijn?

RICK: Ja, hij is een beetje ziek.

Hij heeft een pleister.

TOM: De politie is bij het huis.

Bij het huis van de man.

JULIA: De mannen gaan naar de cel.

De cel is klein.

RICK: Dat is goed nieuws.

De cel is voor slechte mannen.

TOM: Ja, de cel is voor slechte mannen.

Zij leren een les.

JULIA: Ik drink mijn koffie.

De koffie is nog warm.

RICK: Ik ook.

Het is warm.

De zon is fijn.

TOM: De koffie is lekker.

Ik drink elke dag koffie.

JULIA: Wij lopen in het park.

Het park is mooi.

RICK: Het park is groot.

Er zijn veel bomen.

TOM: Ja, het is een mooi park.

Ik zie bloemen.

JULIA: Kijk.

Een hond.

De hond is wit.

RICK: De hond is klein.

Hij rent snel.

TOM: Het kind speelt met de hond.

Het kind lacht.

JULIA: Het kind is blij.

De hond is ook blij.

RICK: De hond is ook blij.

Hij kwispelt met zijn staart.

TOM: Mooi.

Ik hou van honden.

Honden zijn lief.

JULIA: Ik ook.

Ze zijn leuk.

Ze spelen graag.

RICK: Wij hebben een fijne dag.

Zonder problemen.

TOM: Ja, de dag is goed.

De zon en de koffie.

JULIA: Zonder vechten is het beter.

Vechten is niet fijn.

RICK: Ja.

Vechten is niet fijn.

Het is beter om te praten.

TOM: De man is nu bij de dokter.

De dokter helpt hem.

JULIA: Hij is niet alleen.

Zijn vrienden zijn er.

RICK: Zijn vrienden zijn er.

Zij praten met hem.

TOM: Dat is goed.

Vrienden zijn belangrijk.

JULIA: Ik ga naar huis.

Het is tijd voor eten.

RICK: Ik ga ook.

Ik moet werken.

TOM: Tot de volgende keer.

Het was een fijne dag.

RICK: Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze