

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Kijk.
Het is mooi weer.
TOM: Ja, ik drink koffie.
De koffie is warm.
JULIA: De zon schijnt.
Dat is fijn.
Ik drink ook koffie.
RICK: Hoor je het nieuws?
TOM: Welk nieuws?
Is het nieuws van vandaag?
RICK: Ja, van vandaag.
Ze zeven mannen.
JULIA: Zeven?
Wat doen ze?
Zeven mannen, dat is veel.
RICK: Ze mishandelen een man.
De man is alleen.
TOM: Die man is een fan.
Een fan van voetbal?
RICK: Ja, van Algerije.
Hij is fan van het team.
JULIA: Is de man boos?
RICK: Nee, hij is niet boos.
Hij is bang.
TOM: Bang?
Dat is niet leuk.
JULIA: De politie is er.
De politie is snel.
RICK: De politie pakt de mannen.
De mannen zijn niet blij.
TOM: Dat is goed.
De politie helpt de man.
JULIA: Vechten is niet goed.
Vechten is slecht.
RICK: Nee, vechten is slecht.
Vechten doet pijn.
TOM: De fans zijn blij met voetbal.
Zij lachen en zingen.
JULIA: Maar de mannen zijn niet blij.
Zij zijn boos.
RICK: Zij zijn boos op de man.
Waarom?
TOM: Waarom zijn zij boos?
Is hij een andere fan?
RICK: Ik weet het niet.
Misschien is hij anders.
JULIA: Het is raar.
Heel raar.
TOM: Ja, heel raar.
Vechten om voetbal is dom.
RICK: De man zit in het ziekenhuis.
Het ziekenhuis is groot.
JULIA: Is hij ziek?
Heeft hij pijn?
RICK: Ja, hij is een beetje ziek.
Hij heeft een pleister.
TOM: De politie is bij het huis.
Bij het huis van de man.
JULIA: De mannen gaan naar de cel.
De cel is klein.
RICK: Dat is goed nieuws.
De cel is voor slechte mannen.
TOM: Ja, de cel is voor slechte mannen.
Zij leren een les.
JULIA: Ik drink mijn koffie.
De koffie is nog warm.
RICK: Ik ook.
Het is warm.
De zon is fijn.
TOM: De koffie is lekker.
Ik drink elke dag koffie.
JULIA: Wij lopen in het park.
Het park is mooi.
RICK: Het park is groot.
Er zijn veel bomen.
TOM: Ja, het is een mooi park.
Ik zie bloemen.
JULIA: Kijk.
Een hond.
De hond is wit.
RICK: De hond is klein.
Hij rent snel.
TOM: Het kind speelt met de hond.
Het kind lacht.
JULIA: Het kind is blij.
De hond is ook blij.
RICK: De hond is ook blij.
Hij kwispelt met zijn staart.
TOM: Mooi.
Ik hou van honden.
Honden zijn lief.
JULIA: Ik ook.
Ze zijn leuk.
Ze spelen graag.
RICK: Wij hebben een fijne dag.
Zonder problemen.
TOM: Ja, de dag is goed.
De zon en de koffie.
JULIA: Zonder vechten is het beter.
Vechten is niet fijn.
RICK: Ja.
Vechten is niet fijn.
Het is beter om te praten.
TOM: De man is nu bij de dokter.
De dokter helpt hem.
JULIA: Hij is niet alleen.
Zijn vrienden zijn er.
RICK: Zijn vrienden zijn er.
Zij praten met hem.
TOM: Dat is goed.
Vrienden zijn belangrijk.
JULIA: Ik ga naar huis.
Het is tijd voor eten.
RICK: Ik ga ook.
Ik moet werken.
TOM: Tot de volgende keer.
Het was een fijne dag.
RICK: Alle transcripten en meer Nederlandse verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze