

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Er is een meisje. Ze kijkt naar de televisie. Ze kijkt naar een man.
De man is op de televisie. De man heet Lubach. Het meisje wil stemmen. Ze weet niet op wie.
Lubach heeft een idee. Hij heeft een stemwijzer.
De stemwijzer is op het internet. Het meisje gaat op het internet. Ze gaat naar de stemwijzer.
De stemwijzer stelt vragen. Het meisje moet antwoorden. Ze denkt goed na. Ze antwoord de vragen.
Ze wil stemmen op vorm PVV ja 21 of VVD. Ze denkt dat ze goed zijn. Maar de stemwijzer zegt iets anders.
De stemwijzer zegt denk D66 en SP. Het meisje is verbast. Ze begrijp het niet. Ze denkt na.
Ze denkt na over de vragen. Ze denkt na over de antwoorden. Ze denkt na over de partijen.
Ze denkt. Misschien ben ik rechts. Ze denkt ik wil minder immigratie. Maar ze denkt ook.
Ik wil meer zorg. Ze wil ook meer sociale zekerheid. Ze begrijp het nu. Ze weet nu waarom de stemwijzer
denk D66 en SP zegt. Ze is blij. Ze zegt dank je wel tegen Lubach. Ze gaat stemmen. Ze kiest een partij.
Ze kiest de partij die bij haar past. Ze is blij dat ze de stemwijzer heeft gebruikt.
Lubach is ook blij. Hij zegt goed zo meisje. Hij zegt ga stemmen. Hij zegt jouw stem is belangrijk.
Het meisje gaat naar huis. Ze gaat naar bed. Ze is blij. Ze heeft veel geleerd. Ze heeft een keuze
gemaakt. Ze weet op wie ze gaat stemmen. Ze gaat slapen. Ze dromt over stemmen. Ze dromt over Lubach.
Ze dromt over de stemwijzer. Ze is blij met haar keuze. Ze is klaar om te stemmen.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze