

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
[Intro] Ik was een schaduw in een stad van stemmen — tot de taal mij greep en weigerde te loslaten.
[Verse 1] Met een camera om mijn nek liep ik door straten van glas, alles door een lens bekeken, nooit werkelijk aanwezig was.
Maar toen brak een woord open als een vuist door beton — en de muur die ik niet zag werd plotseling een troon.
Steen voor steen, zin voor zin, ik sloopte mijn eigen kooi.
[Chorus] Eén woord — en de wereld verschuift op haar as!
Eén zin — en ik weet niet meer wie ik was!
De taal is de vlam die mijn grenzen verbrandt, een versie van mij die alleen hier bestaat!
[Verse 2] Hoe vloeiender de woorden, hoe scherper mijn gezicht — also spiegelt de taal een waarheid die ik lang verbrak en licht.
Er leefde iemand in mij, verborgen, wachtend stil, geen grote beslissing nodig — alleen de wil.
Een brug tussen twee werelden, geslagen met mijn stem.
[Chorus] Eén woord — en de wereld verschuift op haar as!
Eén zin — en ik weet niet meer wie ik was!
De taal is de vlam die mijn grenzen verbrandt, een versie van mij die alleen hier bestaat!
[Bridge] Dit is geen toerisme meer — dit is bloed en grond, de openbaring sloeg in als een bliksem zonder wond.
Ik ben niet meer de vreemdeling — ik ben het woord zelf.
[Outro] Begin niet met een plan — begin met één enkel geluid.
De rest?
Die breekt vanzelf open, wild en vrij en ontsluit.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze