Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Een Dag Zonder Bus

Het is maandagochtend.

De zon schijnt.

Maar de bus rijdt niet vandaag.

En de tram ook niet.

En de trein ook niet.

Heel het land heeft geen bus, tram of trein.

Mensen moeten lopen of fietsen.

Of ze blijven thuis.

Het is heel stil op straat.

Geen geluid van motoren.

Alleen vogels en fietsbellen.

Tom woont in Den Haag.

Hij werkt in een winkel in het centrum.

Normaal neemt hij de tram.

Maar vandaag niet.

Hij kijkt op zijn telefoon.

"O nee," zegt hij.

"Hoe kom ik op mijn werk?" Hij kijkt uit het raam.

De lucht is blauw.

De zon is warm.

Maar er is geen tram.

Geen bus.

Geen trein.

Zijn buurvrouw, mevrouw De Vries, staat buiten.

Ze heeft een oude fiets.

De fiets is grijs en een beetje roestig.

"Tom, wil je mijn fiets lenen?" vraagt ze.

"Ik ga toch niet weg vandaag." Tom lacht.

"Echt?

Dat is heel aardig!" Hij pakt de fiets.

De banden zijn een beetje zacht.

Maar het is beter dan lopen.

Hij voelt de wind al.

Hij ruikt de frisse ochtendlucht.

Tom fietst door de straten.

Het is rustig.

Geen bussen, geen trams.

Alleen fietsers en voetgangers.

Een man loopt met een grote tas.

Een vrouw draagt twee kinderen op de fiets.

Iedereen helpt elkaar vandaag.

Een jongen op een step lacht naar Tom.

Een oude mevrouw steekt haar hand op.

Tom zwaait terug.

De stad is anders vandaag.

Mooi en langzaam.

Bij een stoplicht ziet Tom zijn vriendin Lisa.

Ze staat te wachten.

Ze ziet er moe uit.

"Hé Tom!" roept ze.

"Jij ook op de fiets?" "Ja," zegt Tom.

"De tram rijdt niet.

Dus ik leen de fiets van mijn buurvrouw." Lisa lacht.

"Ik loop al een uur.

Mijn benen doen pijn!" "Wil je achterop?" vraagt Tom.

"Nee, dank je.

Ik ben bijna op mijn werk.

Maar leuk je te zien!" Tom fietst verder.

Hij ruikt vers brood uit een winkel.

Hij heeft honger.

Maar hij heeft geen tijd.

Hij moet door.

Hij denkt aan zijn bed.

Hij is nog een beetje moe.

Maar de zon maakt hem wakker.

Eindelijk komt hij bij de winkel.

Zijn baas, meneer Jansen, staat buiten.

Hij kijkt op zijn horloge.

"Tom!

Je bent er!" zegt hij blij.

"Ik dacht dat je niet kwam." "Ik heb een fiets geleend," zegt Tom.

"Het was best leuk." Meneer Jansen knikt.

"Vandaag is het rustig in de winkel.

Veel mensen blijven thuis.

Maar jij bent hier.

Dat is fijn." Tom werkt de hele dag.

Om vijf uur gaat hij naar huis.

De fiets staat nog buiten.

Hij fietst terug.

De straten zijn nog steeds rustig.

De zon gaat onder.

Het is mooi.

De lucht is oranje en roze.

Tom voelt zich blij.

Hij is moe, maar blij.

Thuis geeft Tom de fiets terug aan mevrouw De Vries.

"Dank u wel," zegt hij.

"U heeft mijn dag gered." Mevrouw De Vries lacht.

"Graag gedaan, Tom.

Soms is een dag zonder bus niet zo slecht." Tom gaat naar binnen.

Hij is moe, maar tevreden.

Morgen rijdt de bus weer.

Maar vandaag was een bijzondere dag.

Een dag met de fiets.

Een dag met vriendelijke mensen.

Een dag om niet te vergeten.

Hij denkt aan Lisa en de man met de tas.

Hij denkt aan het verse brood.

Hij denkt aan de oude fiets.

Soms is een probleem een klein avontuur.

En dat is mooi.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

Word lid
0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze