Find my level
Login
Play me!
Alle podcasts

Rouwen om een kind: De Kleine Blonde Dood

Stel je voor: je hebt een dochter.

Ze is klein, ze heeft blond haar, en ze lacht naar jou alsof jij de mooiste persoon ter wereld bent.

En dan, op een dag, is ze er niet meer.

Hoe ga je verder?

Hoe schrijf je op wat je voelt als er geen woorden zijn die groot genoeg zijn?

Dat is precies wat Boudewijn Buch probeerde te doen in zijn boek 'De Kleine Blonde Dood', dat hij schreef in negentienhonderdvijfentachtig.

Het is een van de meest bekende en meest gelezen boeken uit Nederland.

Niet omdat het een spannend avontuur is, of een grappige roman.

Maar omdat het zo eerlijk is.

Zo pijnlijk eerlijk, dat mensen het lezen en denken: ja, zo voelt dat.

Zo voelt verlies.

Ik ben Rick van Dutch Fluency, en vandaag neem ik je mee in dit bijzondere boek.

We lezen het samen, stap voor stap, in rustig Nederlands.

En ik beloof je: aan het einde van deze aflevering begrijp je niet alleen het verhaal, maar voel je ook iets van wat Boudewijn Buch voelde toen hij dit schreef.

Laten we beginnen.

Boudewijn Buch werd geboren in negentienhonderdvijfenveertig, in Amsterdam.

Hij groeide op als een jongen die gek was op boeken.

Niet een beetje gek, maar echt gek.

Hij las alles wat hij kon vinden.

Als volwassene werd hij schrijver, journalist en televisie-presentator.

Veel Nederlanders kennen hem van zijn programma's op televisie, waar hij over boeken en reizen vertelde met een enthousiasme dat aanstekelijk was.

Aanstekelijk betekent hier: als jij hem zag, wilde jij ook meteen dat boek lezen of naar dat land reizen.

Maar achter die vrolijke, enthousiaste man zat ook een vader met een groot verdriet.

Zijn dochter heette Fleur.

Ze was een klein meisje met blond haar, vol leven en energie.

Boudewijn hield ontzettend veel van haar.

En dan, op jonge leeftijd, overlijdt Fleur.

Ze sterft.

En Boudewijn blijft achter met een leegte die hij niet kan vullen.

Het boek 'De Kleine Blonde Dood' is zijn manier om met dat verlies om te gaan.

Omgaan met verlies betekent: proberen te leven met iets wat heel erg pijn doet.

Hij schrijft over Fleur, over zijn herinneringen aan haar, over de dagen na haar dood, en over de vraag die hij zichzelf steeds stelt: hoe moet ik nu verder?

Het verhaal speelt zich af in Nederland, in de jaren tachtig van de twintigste eeuw.

Het is een tijd van televisie, van drukke steden, van mensen die hard werken en weinig tijd hebben om stil te staan bij het leven.

Maar Boudewijn wordt gedwongen om stil te staan.

De dood van zijn dochter stopt alles.

De hoofdpersonen in dit boek zijn eigenlijk maar twee mensen: Boudewijn zelf, de vader, en Fleur, zijn dochter.

Maar Fleur is er niet meer als het verhaal begint.

Ze leeft alleen nog in de herinneringen van haar vader.

En die herinneringen zijn het hart van het boek.

Boudewijn is geen held in de klassieke zin.

Hij is geen sterke man die alles aankan.

Hij is een gewone vader die kapot is van verdriet.

En dat maakt hem juist zo herkenbaar.

Herkenbaar betekent: je herkent het, je denkt, ja, zo zou ik me ook voelen.

Nu gaan we naar het verhaal zelf.

Ik vertel je de belangrijkste momenten, van het begin tot het einde.

Het boek begint met een gevoel van stilte.

Niet de fijne stilte van een zondagochtend, maar de zware stilte van een huis waar iemand ontbreekt.

Boudewijn zit thuis en hij weet niet wat hij moet doen.

Zijn dochter is dood.

De wereld gaat gewoon door, de buren leven hun leven, de auto's rijden op straat, maar voor hem staat alles stil.

Hij beschrijft hoe hij door de kamer loopt en de spullen van Fleur ziet.

Een tekening die ze maakte.

Een schoen die nog bij de deur staat.

Kleine dingen, maar ze snijden door zijn hart als messen.

Hij schrijft: "Ik raak haar schoen aan en ik weet niet of ik moet huilen of schreeuwen of gewoon staan blijven, zonder te bewegen, voor altijd." Dat is de toon van het boek.

Geen grote drama's, geen wilde emoties die hij uitschreeuwt.

Maar kleine, stille momenten die alles zeggen.

Dan gaat Boudewijn terug in zijn herinneringen.

Hij denkt aan de eerste keer dat hij Fleur zag, als pasgeboren baby.

Ze was zo klein, zo kwetsbaar.

Hij herinnert zich hoe hij haar vasthield en dacht: ik ga altijd voor jou zorgen.

Ik ga je beschermen.

En nu kan hij dat niet meer.

Dit schuldgevoel, het gevoel dat hij haar had moeten beschermen, loopt door het hele boek heen.

Schuldgevoel is het gevoel dat je iets fout hebt gedaan, of dat je iets had kunnen voorkomen.

Boudewijn weet ergens wel dat hij niets kon doen.

Maar het gevoel blijft.

Dat is hoe rouw werkt.

Rouw is het proces van verdriet na het verlies van iemand die je liefhebt.

In het tweede grote moment van het boek gaat Boudewijn naar buiten.

Hij kan niet meer thuis zitten.

Hij loopt door Amsterdam, door de straten die hij kent, maar alles ziet er anders uit.

De stad is hetzelfde, maar hij is veranderd.

Hij kijkt naar andere kinderen op straat, kinderen met blond haar, en even, heel even, denkt hij: misschien is dat Fleur.

Maar dan weet hij het weer.

Nee.

Zij is er niet meer.

Hij gaat naar een café en bestelt een koffie.

Hij zit aan een tafel en hij kijkt naar de mensen om hem heen.

Iedereen lacht, praat, leeft.

En hij denkt: hoe kunnen ze dat?

Hoe kunnen ze gewoon leven terwijl mijn dochter dood is?

Het is een gevoel dat veel mensen kennen die iemand hebben verloren.

De wereld gaat door, maar jij staat stil.

In het café ontmoet hij een oude vriend.

De vriend weet wat er is gebeurd en hij zegt: "Het wordt beter.

Met de tijd." Boudewijn knikt, maar hij gelooft het niet.

Niet op dat moment.

Hij schrijft later over dit gesprek: "Mensen zeggen dat de tijd alles heelt.

Maar de tijd heelt niets.

De tijd maakt alleen de pijn een beetje kleiner, zodat je er omheen kunt lopen in plaats van er steeds tegenaan te lopen." Dat is een van de mooiste zinnen uit het boek, vind ik.

Het is zo eerlijk.

Heelen betekent: beter maken, genezen.

En Boudewijn zegt: nee, de tijd geneest niet.

Het wordt alleen een beetje draaglijker.

Draaglijker betekent: makkelijker te dragen, makkelijker te leven met iets.

Het derde grote moment speelt zich af op de verjaardag van Fleur.

Ze zou die dag jarig zijn geweest.

Boudewijn weet niet wat hij moet doen.

Hij koopt bloemen, maar voor wie?

Hij kan ze niet aan haar geven.

Hij gaat naar haar graf en legt de bloemen neer.

Hij staat daar lang.

Hij praat met haar, in zijn hoofd.

Hij vertelt haar wat hij die dag heeft gedaan, hoe het weer is, kleine dingen.

Alsof ze er nog is.

En dan schrijft hij iets wat veel mensen raakt: "Ik weet dat jij me niet kunt horen.

Maar ik praat toch.

Want als ik stop met praten tegen jou, dan ben je echt weg.

En dat kan ik nog niet." Dit moment laat zien hoe mensen omgaan met verlies.

Ze houden de persoon levend in hun gedachten, in hun woorden, in hun rituelen.

Een ritueel is iets wat je steeds opnieuw doet, op een vaste manier, als een gewoonte die betekenis heeft.

Het vierde moment is een gesprek met zijn eigen vader.

Boudewijn bezoekt zijn ouders en zijn vader, een stille, oudere man, zegt weinig.

Maar op een gegeven moment legt hij zijn hand op de schouder van Boudewijn en zegt alleen: "Ik weet het, jongen.

Ik weet het." Meer niet.

Geen lange toespraken, geen adviezen.

Alleen die hand en die drie woorden.

En Boudewijn schrijft dat dit het moment was waarop hij voor het eerst echt huilde na de dood van Fleur.

Niet van verdriet alleen, maar ook van dankbaarheid.

Dankbaarheid is het gevoel dat je iemand wilt bedanken, dat je blij bent met iets wat iemand voor je doet of zegt.

Dat kleine gebaar van zijn vader, die hand op zijn schouder, was genoeg.

Soms hebben mensen geen woorden nodig.

Soms is aanwezigheid genoeg.

Aanwezigheid betekent: er zijn, bij iemand zijn.

Het vijfde en laatste grote moment van het boek is een lange nacht.

Boudewijn kan niet slapen.

Hij ligt in bed en hij denkt aan alles: aan Fleur, aan zijn eigen leven, aan de toekomst.

En hij stelt zichzelf de grote vraag: wat is het punt?

Wat is het punt van leven als de mensen van wie je houdt kunnen sterven?

Hij heeft geen antwoord.

Maar hij besluit wel iets.

Hij besluit dat hij verder gaat leven, niet omdat hij weet waarom, maar omdat Fleur dat zou willen.

Hij denkt aan haar lach, aan haar energie, aan hoe zij altijd blij was, altijd nieuwsgierig, altijd vol leven.

En hij denkt: als ik stop met leven, dan verlies ik haar nog een keer.

Dan laat ik haar echt los.

Dus hij staat op.

Hij maakt koffie.

Hij kijkt uit het raam naar de ochtend die begint.

En hij schrijft: "De zon komt op.

Dat doet ze elke dag.

Of ik nu wil of niet.

Dus ik ga ook maar verder." Dat is het einde van het boek.

Niet vrolijk, niet triomfantelijk.

Maar eerlijk.

En misschien is eerlijkheid het enige wat telt als je schrijft over verlies.

Nu wil ik het hebben over de thema's van dit boek.

Een thema is een groot onderwerp dat door het hele verhaal loopt.

Het eerste en belangrijkste thema is verlies.

Niet verlies als abstract idee, maar verlies als iets wat je voelt in je lichaam, in je huis, in je dagelijkse leven.

Boudewijn beschrijft verlies als een aanwezigheid.

Dat klinkt misschien vreemd: verlies is toch de afwezigheid van iemand?

Maar hij laat zien dat het verlies zelf aanwezig is.

Het zit in de stoel waar Fleur altijd zat.

Het zit in het eten dat hij kookt maar niet meer met haar kan delen.

Verlies is niet leeg.

Verlies is zwaar.

Het tweede thema is vaderschap.

Vaderschap is het zijn van een vader, alles wat daarbij hoort.

Boudewijn schrijft over wat het betekent om vader te zijn: de liefde, maar ook de angst.

De angst dat je je kind niet goed genoeg beschermt.

De angst dat je fouten maakt.

En dan de ergste angst van allemaal: je kind verliezen.

Hij laat zien dat vaderschap niet stopt als een kind sterft.

Hij blijft Fleurs vader, ook na haar dood.

Dat is een krachtig idee.

Het derde thema is tijd.

Boudewijn denkt veel na over tijd.

Hoe de tijd voor hem stilstond op het moment van Fleurs dood.

Hoe de wereld om hem heen gewoon doorging.

En hoe hij langzaam, heel langzaam, weer in de tijd begon te leven.

Niet in de toekomst, want die was te moeilijk.

Maar in het heden, in de dag van vandaag.

Het vierde thema is geheugen.

Herinneringen zijn alles wat Boudewijn nog heeft van Fleur.

En hij koestert ze.

Koesteren betekent: iets heel voorzichtig bewaren, zoals je een kostbaar voorwerp bewaart.

Hij schrijft zijn herinneringen op, niet alleen om ze niet te vergeten, maar ook om ze te delen.

Alsof hij door te schrijven Fleur een beetje levend houdt.

Dit boek verscheen in negentienhonderdvijfentachtig, een tijd waarin mensen in Nederland niet zo open waren over rouw en verdriet.

Je hield je gevoelens voor jezelf.

Je was sterk.

Je ging door.

Maar Boudewijn Buch doorbrak dat.

Hij zei: nee, ik ga niet doen alsof alles goed is.

Ik ga schrijven over mijn pijn.

En dat was dapper.

Dapper betekent: moedig, niet bang om iets moeilijks te doen.

Veel lezers herkenden zichzelf in zijn woorden.

Niet iedereen heeft een kind verloren, maar bijna iedereen heeft iemand verloren.

Een ouder, een vriend, een geliefde.

En Boudewijn liet zien dat het oké is om te rouwen, om te huilen, om niet te weten hoe je verder moet.

Het boek had ook een grote invloed op hoe Nederlanders over rouw praten.

Na dit boek kwamen er meer boeken, meer gesprekken, meer ruimte voor verdriet.

Boudewijn Buch opende een deur.

Hoe eindigt het boek?

We hebben het al een beetje gezien.

Boudewijn staat op na die lange nacht, maakt koffie, kijkt naar de ochtend.

Er is geen grote oplossing.

Er is geen moment waarop hij denkt: nu is alles goed.

Maar er is wel een beslissing: ik ga verder.

Niet omdat ik weet hoe.

Maar omdat ik ga.

Dat einde blijft hangen.

Het is niet het einde dat je verwacht van een boek over verlies.

Je verwacht misschien tranen, of een mooie zin over de hemel, of een gevoel van vrede.

Maar Boudewijn geeft je dat niet.

Hij geeft je iets echters: een man die opstaat, ook al weet hij niet waarom.

En dat is misschien wel het moedigste wat een mens kan doen.

Waarom zou jij dit boek lezen, of in dit geval luisteren?

Ten eerste omdat het prachtig geschreven is.

De zinnen zijn kort en helder, maar ze raken je diep.

Ten tweede omdat het je iets leert over verlies en over leven.

Niet op een schoolse manier, maar op een menselijke manier.

Ten derde omdat Boudewijn Buch een bijzondere schrijver was, iemand die zijn hart openstelde op een manier die zeldzaam is.

Zeldzaam betekent: niet vaak voorkomend, bijzonder.

En als je Nederlands leert, is dit boek ook een mooie manier om de taal te voelen.

Niet de formele, zakelijke taal, maar de taal van het hart.

De taal die mensen gebruiken als ze echt iets willen zeggen.

Boudewijn Buch overleed in tweeduizend en twee, op zevenenvijftigjarige leeftijd.

Maar zijn boeken leven voort.

En 'De Kleine Blonde Dood' is misschien wel het boek dat het langst zal blijven.

Omdat het gaat over iets wat iedereen kent: liefde, en het verlies van die liefde.

Ik hoop dat je deze aflevering mooi vond.

Ik hoop dat je iets hebt meegenomen, een zin, een beeld, een gevoel.

En als je het volledige transcript wilt lezen, of de woordenlijst wilt bekijken, ga dan naar dutchfluency.com slash transcripts.

Tot de volgende Boekisode, en blijf oefenen, want elke dag een beetje Nederlands is een dag dichter bij vloeiend.

En misschien wil je na het luisteren naar deze aflevering meer weten over Boudewijn Buch zelf.

Want hij was niet alleen een schrijver.

Hij was ook een televisiemaker, een journalist, een verzamelaar van boeken en een man met een grote persoonlijkheid.

In Nederland was hij heel bekend.

Mensen keken naar zijn televisieprogramma's en luisterden naar zijn verhalen.

Hij reisde de wereld over en vertelde wat hij zag.

Maar achter die bekende, vrolijke man zat ook iemand die veel pijn droeg.

En die pijn zie je terug in zijn werk.

Wat mij altijd heeft geraakt aan Boudewijn Buch is dat hij nooit deed alsof.

Hij zette geen masker op.

Als hij verdriet had, schreef hij over verdriet.

Als hij iemand miste, schreef hij over dat gemis.

En dat is moeilijk.

Niet iedereen kan dat.

Veel mensen verstoppen hun gevoelens, ook in hun schrijven.

Maar Buch niet.

Hij legde alles open op tafel.

En dat maakt zijn werk zo herkenbaar.

Herkenbaar betekent: je herkent het, je denkt ja, zo voelt dat, dat ken ik ook.

In De Kleine Blonde Dood doet hij dat op een bijzondere manier.

Hij schrijft over een kind dat er niet meer is, maar hij schrijft ook over zichzelf.

Over wie hij was als vader, als mens, als iemand die van iemand hield.

En hij stelt vragen die hij niet kan beantwoorden.

Waarom?

Hoe kan dit?

Wat doe je nu?

Die vragen blijven in de lucht hangen.

En dat is precies goed.

Want er zijn geen antwoorden.

En een boek dat doet alsof er wel antwoorden zijn, liegt.

Als je dit boek leest, of als je luistert naar deze aflevering, dan vraag je je misschien af: hoe ga je om met zo'n verhaal?

Het is zwaar.

Het gaat over de dood van een kind.

Dat is misschien het moeilijkste onderwerp dat er bestaat.

Maar ik denk dat het juist belangrijk is om zulke boeken te lezen.

Niet omdat je wilt lijden.

Maar omdat je wilt begrijpen.

Begrijpen hoe mensen omgaan met het onbegrijpelijke.

En omdat je, als je het boek dichtslaat, iets voelt wat moeilijk te beschrijven is.

Een soort dankbaarheid misschien.

Voor de mensen om je heen.

Voor de momenten die je hebt.

Voor het leven zelf.

Dat is de kracht van literatuur.

Goede boeken veranderen je een beetje.

Niet op een grote, dramatische manier.

Maar op een stille manier.

Je denkt anders na over iets.

Je kijkt anders naar iemand.

Je voelt iets wat je daarvoor niet voelde.

En dat is precies wat De Kleine Blonde Dood doet.

Voor mensen die Nederlands leren, wil ik nog iets zeggen over de taal van dit boek.

Boudewijn Buch schrijft eenvoudig, maar nooit oppervlakkig.

Oppervlakkig betekent: zonder diepte, zonder echte betekenis.

Zijn zinnen zijn kort, maar ze hebben gewicht.

Gewicht betekent hier: ze zijn belangrijk, ze tellen mee.

Als je dit boek leest, zie je hoe krachtig eenvoudige taal kan zijn.

Je hoeft geen ingewikkelde woorden te gebruiken om iets dieps te zeggen.

Soms is een simpele zin de sterkste zin.

Dat is ook een les voor het leren van een taal.

Veel mensen denken dat ze pas goed zijn in een taal als ze moeilijke woorden kennen.

Maar dat is niet zo.

Je bent goed in een taal als je kunt zeggen wat je wilt zeggen.

Duidelijk, eerlijk en direct.

En daarvoor heb je geen ingewikkelde woorden nodig.

Je hebt gevoel nodig.

En oefening.

En de moed om te spreken, ook als je fouten maakt.

Boudewijn Buch maakte ook fouten.

In zijn leven, bedoel ik.

Hij was niet perfect.

Maar hij was eerlijk over zijn onvolkomenheden.

Onvolkomenheden betekent: de dingen die niet perfect zijn aan je, je gebreken.

En misschien is dat wel de mooiste les die je uit zijn werk kunt halen.

Wees eerlijk.

Over wat je voelt, over wat je denkt, over wie je bent.

Want eerlijkheid verbindt mensen.

En verbinden betekent: mensen bij elkaar brengen, een band maken.

Dit was de Boekisode over De Kleine Blonde Dood van Boudewijn Buch.

Ik hoop dat je iets nieuws hebt geleerd, over het boek, over de schrijver, en misschien ook over jezelf.

Als je vragen hebt, of als je wilt reageren op deze aflevering, stuur dan een bericht via dutchfluency.com.

Ik lees alles en ik antwoord graag.

Vergeet niet om je te abonneren op Dutch Fluency, zodat je geen enkele aflevering mist.

En als je deze podcast waardevol vindt, deel hem dan met iemand die ook Nederlands leert.

Zo help je elkaar verder.

Ik ben Rick, dit was Dutch Fluency, en ik zie je bij de volgende aflevering.

Doei.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze