

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Fatima werkte die ochtend in een kleine boekhandel in Bologna.
Buiten hing natte lucht tussen de huizen, en de straat rook naar koffie en regen.
Binnen stond de radio zacht aan.
Mevrouw Conti, de eigenares, zette net een stapel romans recht.
Fatima plakte prijsjes op kaarten met oude foto’s van de stad.
Ze had haar jas nog aan, want de deur ging steeds open.
Om tien uur kwam er een kort bericht op de radio.
In Italië zat een man vast in een diepe grot.
Hij was ongeveer 120 meter onder de grond.
Hij had zijn been ernstig bezeerd na een val.
Een grote groep helpers probeerde hem veilig naar boven te halen.
Fatima stopte met plakken.
Ze keek naar de radio, alsof die haar kon antwoorden.
Mevrouw Conti zuchtte. “Dat is ver naar beneden,” zei ze. “Ik vind drie treden naar de kelder al veel.” Fatima glimlachte even, maar daarna dacht ze aan haar broer Bas.
Hij was die week bij haar op bezoek uit Nederland.
Bas hield van rotsen, oude paden en plekken waar je vieze schoenen van kreeg.
Die middag wilde hij met twee Italiaanse studenten een grot bezoeken.
Fatima pakte haar telefoon en belde hem.
Bas nam op met veel geluid om zich heen. “Ik sta bij het station,” zei hij. “Er speelt hier iemand accordeon.
Heel Italiaans, maar net iets te hard.” “Heb je het bericht gehoord?” vroeg Fatima. “Over die man in de grot?” Bas werd stil. “Nee.
Wat is er gebeurd?” Fatima vertelde kort wat de radio had gezegd.
Ze koos haar woorden rustig, want ze wilde hem niet bang maken.
Toch voelde ze haar hart sneller gaan.
In haar hoofd zag ze donkere stenen, natte wanden en een lampje dat kleiner werd.
Bas zei niets.
Daarna hoorde ze papier ritselen.
Waarschijnlijk pakte hij zijn brood uit.
Zelfs in Italië had hij bruine boterhammen met kaas mee. “Ik ga nu niet naar binnen,” zei hij toen. “Dat voelt niet goed.” “Dank je,” zei Fatima. “Ik weet dat je graag gaat, maar vandaag liever niet.” Bas lachte zacht. “Ik ben dapper, maar niet dom.
En mijn kaas wordt toch warm in die tas.” Fatima moest lachen.
Dat hielp.
Het maakte de ochtend minder zwaar.
Toch bleef het bericht in haar hoofd zitten.
Om twaalf uur kwam een klant binnen, een oudere man met een groene paraplu.
Hij vroeg naar een boek over de geschiedenis van grotten.
Fatima keek hem even verbaasd aan. “Vandaag vraagt iedereen daar vast naar,” zei hij. “Ik hoorde het op de radio.” Ze zocht een eenvoudig boek voor hem.
Op de kaft stond een foto van licht dat in een stenen opening viel.
De man betaalde en zei: “De natuur is mooi, maar ze luistert niet naar onze plannen.” Fatima vond dat een rustige zin.
Ze schreef hem later op een briefje, zodat ze hem niet vergat.
In de middag kwam Bas naar de winkel.
Zijn schoenen waren droog, wat Fatima een goed teken vond.
Hij had de grot afgezegd en was naar een oude bibliotheek gegaan. “Daar was het ook stil en donker,” zei hij, “maar er stond tenminste een stoel.” Mevrouw Conti gaf hem een espresso.
Bas proefde en trok een gezicht. “Dit is geen koffie, dit is een kleine motor.” Mevrouw Conti lachte hard. “Welkom in Italië.” Later die dag kwam er nieuw bericht.
De helpers waren nog bezig.
Ze moesten langzaam werken, omdat de ruimte smal was.
Ze brachten eten, warmte en een arts naar beneden.
De man kon praten, maar hij had veel pijn.
Fatima stelde zich voor hoe lang zo’n tocht naar boven moest duren.
Elke meter leek haar belangrijk.
Elke handeling moest goed gaan.
Toch voelde ze ook vertrouwen.
Er waren mensen bij hem.
Hij was niet alleen.
Na sluitingstijd liepen Fatima en Bas samen naar huis.
De stenen van de straat glansden door de regen.
In een open raam stond iemand tomatensaus te koken.
De geur maakte alles weer gewoon.
Bas zei: “Morgen wil ik naar het museum.
Geen diepte, geen natte stenen, alleen schilderijen.” “Goed plan,” zei Fatima. “En daarna eten we pasta.” “Met kaas?” vroeg Bas. “Jij bent Nederlander,” zei Fatima. “Dus natuurlijk met kaas.” Thuis zette ze de radio nog één keer aan.
Er was nog geen eindbericht, maar de stem klonk rustig.
Fatima zette twee mokken thee op tafel.
Ze voelde zich moe, maar ook dankbaar.
Niet elke dag loopt zoals je denkt.
Soms verander je je plan, en dat is genoeg.
Bas hield zijn warme mok vast en keek naar de regen op het raam. “Morgen wordt een rustige dag,” zei hij.
Fatima knikte. “Dat lijkt me precies goed.” Tot de volgende keer.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze