

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Vandaag neem ik je mee naar het Amsterdam van meer dan honderd jaar geleden.
We gaan het hebben over een klein boekje met een grote naam: 'De uitvreter' van Nescio.
Misschien ken je de schrijver niet, maar zijn verhaal leeft nog steeds.
Het gaat over drie vrienden die op zoek zijn naar de zin van het leven.
En een van hen, Japi, doet dat op een heel eigen manier.
Hij werkt niet, hij heeft geen geld, maar hij lijkt de vrijste van allemaal.
Hoe kan dat?
En wat zegt dat over ons, over werk, over vriendschap en over geluk?
Dat ontdekken we vandaag samen.
Pak een kop koffie, ga er maar goed voor zitten, en luister naar het verhaal van De uitvreter.
Laat me eerst iets vertellen over Nescio.
Dat is niet zijn echte naam.
Hij heette eigenlijk Jan Hendrik Frederik Grönloh, maar dat is moeilijk te onthouden.
Nescio is Latijn en betekent 'ik weet het niet'.
Dat zegt al iets over zijn karakter.
Hij was een verlegen man die werkte bij een verzekeringsmaatschappij, maar in zijn vrije tijd schreef hij verhalen.
In negentienhonderdelf publiceerde hij 'De uitvreter'.
Het werd niet meteen een groot succes, maar later groeide het uit tot een van de meest geliefde verhalen uit de Nederlandse literatuur.
Waarom?
Omdat het over iets universeels gaat: de tijd waarin je jong bent en alles nog moet ontdekken.
Het verhaal speelt zich af in Amsterdam, rond het begin van de twintigste eeuw.
De hoofdpersoon is niet Japi, maar een ik-figuur, een jongeman die samen met zijn vriend Bavink vaak in een café zit.
Bavink is een schilder, een echte kunstenaar die mooie dingen wil maken.
En dan is er Japi.
Japi is een vreemde vogel.
Hij komt uit een rijke familie, maar hij heeft alle luxe achter zich gelaten.
Hij loopt in oude kleren, slaapt soms buiten en heeft geen cent op zak.
Toch is hij altijd vrolijk en tevreden.
Hij zegt dat geld niet belangrijk is en dat je gewoon moet doen wat je leuk vindt.
De verteller is onder de indruk van Japi.
Hij bewondert zijn vrijheid, maar hij snapt het ook niet helemaal.
Zelf heeft hij een baantje, hij werkt op een kantoor, en hij droomt van een beter leven.
Japi laat hem zien dat er ook een andere manier is.
Het verhaal begint in een café.
De drie vrienden zitten aan een tafel en praten over koetjes en kalfjes.
Japi heeft geen geld, maar hij bestelt toch iets te drinken.
De verteller betaalt, want dat doet hij altijd.
Japi zegt dan: 'Geld is er om op te maken.' Hij zegt dat je niet moet sparen voor later, want later is misschien nooit.
De verteller lacht, maar hij voelt ook iets van jaloezie.
Japi heeft gelijk, denkt hij, maar hij durft niet zo te leven.
Bavink zegt weinig.
Hij kijkt naar de mensen in het café en probeert ze te tekenen in zijn hoofd.
Hij is altijd bezig met zijn kunst.
Na een tijdje stelt Japi voor om een wandeling te maken.
Ze lopen door de straten van Amsterdam, langs de grachten en over bruggen.
Het is een mooie zomeravond en de stad ziet er prachtig uit.
Japi wijst naar de lucht en zegt: 'Kijk toch eens hoe mooi dat is.' Hij geniet van kleine dingen, zoals de kleuren van de lucht of het licht op het water.
De verteller kijkt ook, maar hij ziet het niet zo mooi als Japi.
Hij is te veel bezig met zijn gedachten over werk en geld.
Later in het verhaal besluiten de vrienden om een reis te maken.
Ze gaan naar een dorp aan de rivier de Rijn.
Japi zegt dat hij daar wel eens is geweest en dat het er prachtig is.
Ze nemen de trein en lopen dan verder.
Onderweg praten ze over van alles.
Japi vertelt over zijn jeugd.
Hij had alles wat hij wilde, maar hij was niet gelukkig.
Zijn vader wilde dat hij een nette baan zou krijgen, maar Japi wilde dat niet.
Hij liep weg van huis en zwierf door het land.
Hij sliep in schuren en at wat hij kon vinden.
Mensen gaven hem vaak eten, want hij was aardig en vriendelijk.
Hij noemde zichzelf een uitvreter, maar niet op een negatieve manier.
Hij bedoelde dat hij leefde van de gastvrijheid van anderen.
Hij gaf ook iets terug, door verhalen te vertellen en mensen aan het lachen te maken.
De verteller luistert en begint Japi steeds beter te begrijpen.
In het dorp aan de Rijn gebeurt er iets bijzonders.
Ze ontmoeten een meisje, een jonge vrouw die bij haar vader woont.
Ze heet niet met naam, maar ze is vriendelijk en mooi.
Japi raakt met haar aan de praat en ze lachen veel.
De verteller ziet dat Japi verliefd wordt, of misschien wel gewoon blij is met een nieuwe vriendin.
Ze brengen een paar dagen door in het dorp.
Ze zwemmen in de rivier, ze eten brood met kaas en ze kijken naar de sterren.
Bavink maakt schetsen van het landschap.
De verteller voelt zich rustig en gelukkig, ver weg van zijn kantoor.
Maar dan komt er een moment dat Japi zegt dat ze weer terug moeten.
De verteller wil blijven, maar Japi zegt dat je niet te lang op één plek moet blijven.
Je moet verder trekken, nieuwe dingen zien.
Ze nemen afscheid van het meisje en lopen terug naar het station.
De verteller kijkt nog een keer om en ziet haar staan bij de deur.
Ze zwaait.
Dan is ze weg.
Terug in Amsterdam gaat het leven weer verder.
De verteller gaat weer naar zijn werk.
Bavink schildert grote doeken met kleuren die bijna schreeuwen.
Japi is er ook weer, maar hij is veranderd.
Hij is stiller en denkt na.
Op een dag zegt hij tegen de verteller: 'Ik heb genoeg van dit leven.
Ik wil iets doen dat ertoe doet.' De verteller vraagt wat hij dan wil doen.
Japi zegt dat hij misschien wel gaat werken, net als iedereen.
Hij wil een huis en een gezin, zegt hij.
De verteller is verbaasd.
Hij dacht dat Japi altijd vrij zou blijven.
Maar Japi legt uit dat vrijheid ook eenzaam kan zijn.
Je kunt niet altijd blijven zwerven.
Soms moet je kiezen voor iets vasts, ook al is dat eng.
De verteller begrijpt het niet helemaal, maar hij respecteert de keuze van zijn vriend.
Een paar weken later hoort de verteller dat Japi is vertrokken.
Niemand weet waarheen.
Hij heeft een briefje achtergelaten voor de verteller.
Daarin staat: 'Ik ga proberen om een nuttig mens te worden.
Bedankt voor alles.
Groetjes, Japi.' De verteller is verdrietig, maar ook een beetje trots.
Japi heeft de moed om te veranderen, iets wat hij zelf niet durft.
De tijd gaat verder.
Bavink wordt een bekende schilder, maar later wordt hij ziek en kan hij niet meer werken.
De verteller blijft zijn saaie baan doen en trouwt uiteindelijk met een aardige vrouw.
Hij krijgt kinderen en leidt een gewoon leven.
Maar soms, als hij langs de grachten loopt, denkt hij aan Japi.
Hij denkt aan die zomeravonden, aan de gesprekken over kunst en het leven.
En dan voelt hij een klein steekje van spijt.
Had hij ook niet meer moeten durven?
Had hij ook niet vrijer moeten leven?
Het verhaal eindigt met een mooie zin.
De verteller zegt: 'Japi is dood, maar zijn geest leeft voort.' Dat klinkt misschien zwaar, maar het betekent dat Japi, ook al is hij weg, nog steeds invloed heeft op de verteller.
Hij heeft hem laten zien dat het leven meer is dan werken en geld verdienen.
Hij heeft hem geleerd om te kijken naar de schoonheid om je heen.
En dat is iets wat je niet vergeet.
'De uitvreter' is een boek over vriendschap, idealen en de tijd van je jeugd.
Het gaat over de keuze tussen veiligheid en vrijheid.
Moet je doen wat de maatschappij van je verwacht, of moet je je eigen weg gaan?
Japi kiest voor vrijheid, maar ontdekt dat dat ook zijn prijs heeft.
De verteller kiest voor veiligheid, maar vraagt zich soms af of hij niet te voorzichtig is geweest.
Nescio schreef dit verhaal toen hij zelf jong was, en je voelt dat.
Het heeft een frisheid en een eerlijkheid die je niet vaak tegenkomt.
Het is ook een liefdesbrief aan Amsterdam, aan de grachten en de bomen en de luchten die veranderen van kleur.
Waarom zou jij dit verhaal moeten kennen?
Omdat het je iets leert over de Nederlandse cultuur.
Het laat zien hoe mensen dachten aan het begin van de vorige eeuw, maar ook hoe sommige dingen nooit veranderen.
Jongeren zijn altijd op zoek naar hun plek in de wereld.
Dat herken je misschien ook wel.
En het is een mooi verhaal om je Nederlands mee te oefenen.
De zinnen zijn niet te moeilijk, maar ze zijn wel beeldend en vol gevoel.
Je leert woorden over emoties, over de natuur en over het leven in de stad.
Ik hoop dat je genoten hebt van deze aflevering over 'De uitvreter'.
Het is een boek dat je aan het denken zet, maar het is ook gewoon een mooi verhaal over drie vrienden die samen op pad gaan.
Misschien heb je nu zin om het boek zelf te lezen, of om meer te weten te komen over Nescio.
Dat kan natuurlijk altijd.
Bedankt voor het luisteren, en tot de volgende keer bij Boekisodes.
Als je meer wilt oefenen met Nederlands, kijk dan op Dutch Fluency, dat is dutchfluency.com slash transcripts.
Daar vind je de tekst van deze aflevering en nog veel meer.
Doei!
Doei!
En voordat je weggaat, wil ik je nog iets meegeven.
Misschien denk je nu: waarom zou ik een boek lezen dat al meer dan honderd jaar oud is?
Dat is een goede vraag.
Laat me je vertellen waarom dit verhaal nog steeds belangrijk is.
In de tijd van Nescio was er geen internet, geen sociale media, geen smartphone.
Maar de gevoelens van de mensen waren hetzelfde als nu.
Jonge mensen toen hadden ook twijfels over de toekomst.
Ze vroegen zich ook af wat ze met hun leven moesten doen.
Ze zochten ook naar vriendschap en liefde.
Het enige verschil is dat ze dat deden zonder schermen.
Ze liepen door de stad of zaten in een weiland.
Ze praatten met elkaar of ze waren gewoon stil samen.
Dat klinkt misschien simpel, maar het is eigenlijk heel bijzonder.
Als je goed naar Japi leest, zie je dat hij niet lui is.
Hij is niet iemand die niets doet omdat hij geen zin heeft.
Nee, hij heeft een andere kijk op het leven.
Hij ziet dat veel mensen werken en werken en werken, maar waarom eigenlijk?
Waarom doen ze dat?
Om geld te verdienen, natuurlijk.
Maar wat doen ze met dat geld?
Ze kopen spullen die ze niet nodig hebben.
Ze gaan naar restaurants die te duur zijn.
Ze maken reizen naar plaatsen waar ze eigenlijk niet eens willen zijn.
En waarom?
Omdat iedereen het doet.
Omdat het normaal is.
Japi ziet dat en hij denkt: dat wil ik niet.
Ik wil vrij zijn.
Ik wil doen wat ik leuk vind.
Ik wil niet gevangen zitten in een systeem dat mij vertelt wat ik moet doen.
Dat is een heel moderne gedachte, vind je niet?
Veel mensen van nu denken hetzelfde.
Ze willen minder werken.
Ze willen meer tijd voor zichzelf.
Ze willen reizen of creatief zijn.
Ze willen niet alleen maar geld verdienen voor een huis dat te groot is en een auto die te duur is.
Natuurlijk moet je wel genoeg geld hebben om te leven.
Dat begrijpt Japi ook wel.
Maar hij vraagt zich af: hoeveel is genoeg?
Moet je altijd meer willen?
Of kun je ook tevreden zijn met weinig?
De uitvreter is een boek dat die vragen stelt.
Het geeft geen antwoorden, maar het zet je wel aan het denken.
En dat is precies wat goede literatuur doet.
Nescio schrijft ook op een speciale manier over de natuur.
Als je het boek leest, zie je de weilanden voor je, de bomen langs de grachten, de lucht die roze wordt bij zonsondergang.
Hij gebruikt niet veel woorden, maar de woorden die hij gebruikt zijn precies goed.
Hij schrijft bijvoorbeeld over de zon die ondergaat boven het IJ, of over de mist die over de weilanden trekt.
Je voelt de kou van de ochtend en de warmte van de zomeravond.
Dat is echt een talent.
Hij kan met een paar zinnen een heel beeld oproepen.
Daarom is het boek ook zo geliefd bij Nederlanders.
Het is niet alleen een verhaal, het is ook een schilderij in woorden.
En die beelden zijn nog steeds herkenbaar.
Amsterdam is veranderd, natuurlijk.
Er zijn meer auto's, meer toeristen, meer hoge gebouwen.
Maar de grachten zijn er nog.
De bomen zijn er nog.
De luchten zijn er nog.
Als je door Amsterdam loopt en je kent dit boek, dan kijk je anders naar de stad.
Je ziet de plekken waar Japi en zijn vrienden liepen.
Je voelt de sfeer van vroeger.
Dat is magisch.
Een ander belangrijk thema in het boek is vriendschap.
Japi, Bavink en de verteller zijn heel verschillend.
Japi is zorgeloos en lui.
Bavink is een kunstenaar die altijd bezig is met zijn schilderijen.
De verteller is een gewone jongen die probeert zijn weg te vinden.
Toch zijn ze vrienden.
Ze accepteren elkaar zoals ze zijn.
Ze maken ruzie, maar ze verzoenen zich ook weer.
Ze lachen samen en ze zijn soms ook verdrietig samen.
Die vriendschap is heel waardevol.
In onze tijd is het soms moeilijk om echte vriendschap te vinden.
We hebben veel contacten, maar weinig diepe banden.
We sturen berichtjes en we liken foto's, maar we zitten zelden echt bij elkaar.
We praten niet vaak over onze dromen of onze angsten.
De vrienden in dit boek doen dat wel.
Ze zitten in een grasveld en ze praten over het leven.
Ze vragen zich af wat ze later willen worden.
Ze twijfelen en ze dromen.
Dat is iets wat wij ook kunnen doen.
Misschien moeten we wat vaker de telefoon wegleggen en gewoon praten met iemand die belangrijk voor ons is.
Dat is een les die we kunnen leren van De uitvreter.
En dan is er nog het thema van de dood.
Ja, dat klinkt misschien zwaar, maar het is wel belangrijk.
Aan het einde van het boek gebeurt er iets vreselijks.
Japi maakt een einde aan zijn leven.
Dat is schokkend, ook voor de lezer van nu.
Je voelt het verdriet van de verteller en van Bavink.
Je vraagt je af: hadden ze het kunnen voorkomen?
Hadden ze iets anders moeten doen?
Die vragen blijven hangen.
Het boek eindigt niet met een gelukkig einde.
Het eindigt met verlies en met vragen.
Dat is misschien wel waarom het boek zo echt is.
Het leven is niet altijd mooi.
Soms gebeuren er dingen die we niet begrijpen.
Soms verliezen we mensen die we liefhebben.
Nescio schrijft daar op een eerlijke manier over.
Hij maakt het niet mooier dan het is.
Hij laat zien dat het leven soms pijn doet.
Maar hij laat ook zien dat er schoonheid is in die pijn.
De herinneringen aan Japi blijven leven.
De verteller denkt nog vaak aan hem.
Hij ziet hem nog voor zich, lopend door de stad, met zijn handen in zijn zakken.
En die herinnering is zowel pijnlijk als mooi.
Als je Nederlands leert, is dit boek ook heel nuttig.
De taal is niet zo moeilijk als die van bijvoorbeeld Willem Frederik Hermans of Harry Mulisch.
Nescio schrijft in korte zinnen.
Hij gebruikt gewone woorden.
Maar hij gebruikt ze wel op een mooie manier.
Je leert niet alleen nieuwe woorden, maar je leert ook hoe je gevoelens kunt uitdrukken in het Nederlands.
Je leert hoe je over de natuur kunt praten, over vriendschap, over het leven.
Dat is veel waardevoller dan het leren van losse woordjes.
Je ziet de taal in actie, in een verhaal dat je raakt.
En als een verhaal je raakt, dan onthoud je de taal beter.
Dat is wetenschappelijk bewezen, maar dat wist je waarschijnlijk al.
Denk maar aan een liedje dat je vroeger hoorde.
Je kent de tekst nog steeds, ook al is het jaren geleden.
Zo werkt het ook met verhalen.
Daarom raad ik je aan om niet alleen dit boek te lezen, maar ook andere Nederlandse boeken.
Begin met korte verhalen.
Lees bijvoorbeeld Bint van Bordewijk of Karakter van Bordewijk.
Die zijn ook klassiek, maar ze zijn misschien iets moeilijker.
Of lees moderne auteurs zoals Tommy Wieringa of Esther Gerritsen.
Zij schrijven ook over het leven van nu, maar ze doen dat met dezelfde zorg voor taal als Nescio.
Het maakt niet uit wat je kiest, als je maar blijft lezen.
Elke boek dat je leest, maakt je beter in Nederlands.
En het maakt je ook een rijker mens.
Ik wil ook nog iets zeggen over de titel.
De uitvreter is een typisch Nederlands woord.
Het betekent iemand die van anderen leeft zonder iets terug te geven.
Het is een woord met een negatieve betekenis.
Maar in het boek is het niet alleen negatief.
Ja, Japi eet en drinkt van het geld van zijn vrienden.
Hij slaapt in hun huizen.
Hij gebruikt hun spullen.
Maar hij geeft ook iets terug.
Hij geeft ze zijn vriendschap.
Hij geeft ze zijn bijzondere kijk op het leven.
Hij laat ze zien dat er meer is dan werken en geld verdienen.
Hij opent hun ogen voor de schoonheid van de wereld.
Is dat dan echt uitvreten?
Of is dat juist een geschenk?
Het boek laat die vraag open.
Je kunt zelf beslissen wat je ervan vindt.
Dat is ook wat goede literatuur doet: het stelt vragen in plaats van antwoorden te geven.
Misschien herken je Japi wel een beetje in jezelf.
Of misschien herken je de verteller, die altijd maar doet wat normaal is.
Of misschien ben je meer zoals Bavink, die gepassioneerd is over kunst.
Het maakt niet uit wie je bent, er is wel een personage waar je je in kunt verplaatsen.
En dat is fijn.
Het maakt het verhaal persoonlijk.
Je leest niet alleen over iemand anders, je leest ook een beetje over jezelf.
Dat is de kracht van literatuur.
Daarom lees je niet alleen voor je taalvaardigheid, maar ook voor je zelfkennis.
En dat is iets wat je je hele leven meeneemt.
Dus, wat kun je nu doen?
Je kunt het boek kopen of lenen bij de bibliotheek.
Het is niet dik, dus je kunt het snel uitlezen.
Je kunt het ook luisteren als audioboek.
Dat is handig als je onderweg bent of als je liever luistert dan leest.
En als je het een keer hebt gelezen, lees het dan nog een keer.
Je zult zien dat je nieuwe dingen ontdekt.
Dat is ook typisch voor goede boeken.
Ze veranderen niet, maar jij verandert wel.
Elke keer als je het leest, zie je het door andere ogen.
Misschien begrijp je Japi de eerste keer niet.
De tweede keer begrijp je hem een beetje beter.
En de derde keer denk je misschien: hij had gelijk.
Het leven is te kort om alleen maar te werken.
Je moet ook genieten.
Je moet ook stilstaan bij de kleine dingen.
Een mooie zonsondergang.
Een gesprek met een vriend.
Een moment van stilte in de natuur.
Dat zijn de dingen die er echt toe doen.
De rest is bijzaak.
Ik hoop dat deze aflevering je heeft geïnspireerd.
Misschien heb je nu zin om meer Nederlandse literatuur te ontdekken.
Dat is geweldig.
Er is zoveel moois om te lezen.
En vergeet niet: je bent niet alleen op je reis om Nederlands te leren.
Dutch Fluency is er om je te helpen.
We hebben niet alleen deze podcast, maar ook veel andere materialen.
Je kunt bijvoorbeeld oefenen met de transcripten.
Die vind je op de website.
Je kunt ook luisteren naar andere afleveringen van Boekisodes.
We hebben al veel boeken besproken.
Van klassiekers tot moderne romans.
Er is voor ieder wat wils.
En als je vragen hebt, kun je altijd contact met ons opnemen.
We helpen je graag verder.
Nederlands leren is niet altijd makkelijk, maar het is wel de moeite waard.
Het opent deuren naar een nieuwe wereld.
Een wereld van literatuur, van cultuur, van geschiedenis.
En ook een wereld van nieuwe vriendschappen.
Wie weet ontmoet je wel iemand die ook van Nescio houdt.
En dan kun je samen praten over De uitvreter.
Over Japi en zijn vrienden.
Over de grachten van Amsterdam.
Over de vraag wat het betekent om te leven.
Tot slot wil ik je bedanken.
Bedankt dat je geluisterd hebt.
Bedankt dat je de moeite neemt om Nederlands te leren.
Dat is niet vanzelfsprekend.
Het vergt tijd, energie en doorzettingsvermogen.
Maar je doet het.
En dat is iets om trots op te zijn.
Blijf oefenen.
Blijf lezen.
Blijf luisteren.
En vergeet niet om ook te genieten van het proces.
Taal leren is niet alleen een doel, het is ook een reis.
En elke stap die je zet, brengt je dichter bij dat doel.
Dus ga zo door.
Ik geloof in je.
En Dutch Fluency gelooft in je.
We zijn er voor jou, elke stap van de weg.
Dus tot de volgende keer.
Bij Boekisodes.
En bij Dutch Fluency.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze