Try the apps free
Login
Play me!
Alle podcasts

De reis van Sjoerdsma naar Washington

Het was een koude ochtend in Den Haag toen Sjoerdsma zijn koffer pakte.

De lucht was grauw en de wind blies hard tegen de ramen.

Hij keek naar de regen die tegen het raam sloeg en dacht aan de lange reis die voor hem lag.

Het geluid van de druppels was ritmisch, bijna rustgevend.

Washington was ver weg, maar de reden voor zijn bezoek was nog belangrijker.

ASML, het Nederlandse bedrijf dat machines maakt voor computerchips, had hulp nodig.

De Amerikanen wilden strengere regels voor de verkoop van deze machines aan andere landen.

Sjoerdsma vond dat geen goed idee.

Hij geloofde dat samenwerking beter was dan het maken van muren tussen landen.

Hij herinnerde zich de woorden van zijn vader: 'Je kunt niet alles controleren.

Soms moet je vertrouwen hebben.' Die woorden galmden in zijn hoofd terwijl hij zijn jas dichtknoopte.

In het vliegtuig las hij zijn papieren nog een keer door.

Het papier voelde glad aan onder zijn vingers.

Zijn assistent, een jonge vrouw met de naam Laura, zat naast hem.

Ze had een notitieboekje op haar schoot en keek af en toe naar buiten.

'Denkt u dat ze naar u zullen luisteren?' vroeg ze.

Haar stem was zacht.

Sjoerdsma haalde zijn schouders op.

'Ik hoop het,' zei hij.

'Maar het is niet makkelijk.

De Amerikanen zijn bang dat hun technologie in verkeerde handen valt.

Dat begrijp ik.

Maar als we alles blokkeren, verliezen we ook kansen.' Hij keek naar de wolken onder het vliegtuig.

Ze waren wit en dik, als een deken.

Toen ze aankwamen in Washington, was de lucht grijs en zwaar.

Het was niet anders dan in Nederland.

De regen was gestopt, maar de straten waren nog nat.

Ze namen een taxi naar het hotel.

De taxi rook naar leer en oude sigaretten.

Onderweg zag Sjoerdsma de grote gebouwen van de stad.

Ze leken op de macht die Amerika had in de wereld.

Hij voelde zich klein, maar ook vastberaden.

Hij moest zijn verhaal goed vertellen.

Laura keek naar de gebouwen en zei: 'Het is indrukwekkend, hè?' Sjoerdsma knikte.

'Ja, maar we moeten ons niet laten intimideren.' De volgende dag had hij een afspraak in een groot kantoor.

De gangen waren stil en de vloeren glommen.

De muren waren wit en er hingen foto's van Amerikaanse presidenten.

Ze keken streng naar beneden.

De man tegenover hem heette Mr.

Thompson.

Hij had een serieus gezicht en droeg een donker pak.

Zijn das was strak geknoopt.

'Meneer Sjoerdsma,' zei hij, 'we waarderen uw komst.

Maar u moet begrijpen dat wij onze veiligheid belangrijk vinden.' Zijn stem was laag en kalm.

Sjoerdsma knikte.

'Dat begrijp ik heel goed,' antwoordde hij.

'Maar ik denk dat we een fout maken als we alleen maar beperken.

ASML is een Nederlands bedrijf, maar het werkt samen met bedrijven over de hele wereld.

Als we de handel stoppen, dan stoppen we ook de ontwikkeling van nieuwe technologie.

Dat is niet goed voor iemand.' Hij sprak langzaam en duidelijk.

Mr.

Thompson leunde achterover in zijn stoel.

De stoel kraakte zachtjes.

'U hebt een punt,' zei hij.

'Maar we moeten ook denken aan de risico's.

Wat als de machines worden gebruikt voor slechte dingen?' Hij tikte met zijn vinger op tafel.

Sjoerdsma dacht even na.

Hij voelde de spanning in zijn schouders.

'Risico's zijn er altijd,' zei hij toen.

'Maar we kunnen ze beheren.

We kunnen afspraken maken.

We kunnen controleren waar de machines naartoe gaan.

Dat is beter dan helemaal geen handel.' Hij keek Mr.

Thompson recht in de ogen.

Het gesprek duurde bijna twee uur.

Soms werd het moeilijk.

Soms leek het alsof ze het eens werden.

Maar aan het einde was er geen duidelijk antwoord.

Mr.

Thompson zei dat hij erover na zou denken.

Sjoerdsma wist dat dat niet veel betekende.

Het was een beleefde manier om te zeggen: 'We zien wel.' Na de vergadering liep Sjoerdsma door de straten van Washington.

De zon was eindelijk doorgebroken en het licht viel op de natte straten.

Het water glinsterde als kleine spiegels.

Laura liep naast hem.

'Wat denkt u?' vroeg ze.

'Hebben we iets bereikt?' Sjoerdsma glimlachte een beetje.

'We hebben ons verhaal verteld,' zei hij.

'Meer kunnen we niet doen.

De rest is aan hen.' Hij dacht aan de woorden van zijn vader, die altijd zei: 'Je kunt niet alles controleren.

Soms moet je vertrouwen hebben.' Dat was nu ook zo.

Hij had zijn best gedaan.

Hij had uitgelegd waarom samenwerking belangrijk was.

Of de Amerikanen zouden luisteren, wist hij niet.

Maar hij had het geprobeerd.

De geur van nat asfalt vulde zijn neus.

Terug in het hotel pakte hij zijn spullen.

Morgen zou hij weer naar Nederland vliegen.

Hij was moe, maar ook tevreden.

Het was een moeilijke reis geweest, maar hij had gedaan wat hij kon.

Soms is dat genoeg.

Hij keek nog een keer uit het raam naar de stad, die langzaam in het donker verdween.

Tot de volgende keer.

Volledig transcript · gratis

Log in voor quiz, flashcards, chat en PDF

0:00

Tekst

Modus

Audio

Pauze