

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
Ik ben in de keuken. Ik heb honger. Ik wil een pannenkoek.
Mijn vriend heeft een idee. Hij zegt, ik maak een groene pannenkoek.
Groen? Ja, groen. Hij heeft melk. Hij heeft spinatie.
Spinatie is groen. Hij doet de melk in de blender.
Hij doet de spinatie in de blender. De blender gaat aan.
De melk is nu groen. Hij heeft ook een pak. In het pak zit pannenkoekmix.
Het is meer graanen en pannenkoekmix. Hij doet de mix in een kom.
Hij doet de groene melk in de kom. Hij doet twee eieren in de kom.
Hij roert. Hij roert goed. De pan staat op het vuur.
De pan is heet. Hij doet een beetje boter in de pan.
De boter smelt. Hij giet het groene mengsel in de pan.
Het is een groene pannenkoek. De pannenkoek bakt. Hij bakt langzaam.
De pannenkoek wordt bruin. Hij draait de pannenkoek om.
Nu bakt de andere kant. De pannenkoek is klaar. Hij ligt de pannenkoek op een bord.
Ik kijk. De pannenkoek is groen en bruin. Ik prof.
Het is een beetje raar. Ik prof de spinatie, maar de pannenkoek is lekker.
Echt lekker. Mijn vriend zegt. Wat vind je? Ik zeg, de groene pannenkoek is goed.
Ik wil nog een pannenkoek. Hij lacht. Hij maakt nog een groene pannenkoek.
Het regent al weer buiten, maar binnen is het gezellig. We eten groene pannenkoeken. Dat is goed.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze