

Audio1x
Snelheid
Pauze
OefenenLees
Modus
Woordenschat
RICK: Hoi Emma.
Hoi Sophie.
EMMA: Hoi Rick.
Wat is er?
SOPHIE: Ja, vertel.
Wat is er?
RICK: Ik lees een verhaal.
EMMA: Een verhaal?
Wat voor verhaal?
RICK: Een verhaal over een brand.
SOPHIE: Een brand?
Waar is de brand?
RICK: In Osdorp.
Daar is een brand.
Een brand in een huis.
EMMA: Is het een groot vuur?
RICK: Ja, het is een groot vuur.
Het vuur is groot en warm.
SOPHIE: Is er een held bij de brand?
RICK: Ja, een buurtbewoner is een held.
Een held uit de buurt.
EMMA: Een man?
Is het een man?
RICK: Ja, een man.
Een man uit de buurt.
Hij woont daar.
SOPHIE: Wat doet de man?
RICK: Hij redt mensen.
Hij redt mensen uit het vuur.
Hij rent het vuur in.
EMMA: Uit het vuur?
Echt uit het vuur?
RICK: Ja, uit het vuur.
Het vuur is groot, maar hij gaat erin.
Hij is niet bang.
SOPHIE: Dat is stoer.
Hij is stoer.
Een stoere man.
RICK: Ja, hij is stoer.
Een stoere man.
Hij helpt anderen.
EMMA: Is hij alleen?
Is de man alleen?
RICK: Nee, niet alleen.
Met een vrouw.
Een vrouw uit de buurt.
SOPHIE: Samen?
De man en de vrouw samen?
RICK: Ja, samen.
Samen redden zij mensen.
Zij werken samen.
EMMA: Redden zij een kind?
Redden zij een klein kind?
RICK: Ja, een klein kind.
Het kind is klein en bang.
SOPHIE: Een klein kind.
Is het kind oké?
RICK: Ja, het kind is oké.
Het kind is veilig.
Het kind is bij de moeder.
EMMA: Goed.
En de man?
Is de man oké?
RICK: Ja, de man is oké.
De man is ook veilig.
Hij heeft geen pijn.
SOPHIE: En de vrouw?
Is de vrouw oké?
RICK: Ja, de vrouw is oké.
Alle mensen zijn oké.
De man en de vrouw zijn helden.
EMMA: Is het vuur weg?
Is het vuur klein?
RICK: Nee, het vuur is nog groot.
Het vuur is niet weg.
Het vuur is nog in het huis.
SOPHIE: Komt de brandweer?
Komt de brandweer nu?
RICK: Ja, de brandweer komt.
De brandweer komt snel.
Zij komen met een grote auto.
SOPHIE: Goed.
Zij maken het vuur klein.
Zij maken het vuur weg.
RICK: Ja, zij maken het vuur klein.
De brandweer is goed.
De brandweer helpt.
EMMA: De man is een held.
Een echte held.
Een held voor de buurt.
RICK: Ja, een echte held.
De man is een held.
De vrouw is ook een held.
SOPHIE: Ik geef een duim omhoog.
Voor de man.
En voor de vrouw.
RICK: Ja, ik ook.
Ik geef een duim omhoog.
Een duim omhoog voor de helden.
EMMA: Ik geef een duim omhoog.
Voor de man en de vrouw.
Zij zijn goed.
SOPHIE: De buurt is blij.
Blij met de held.
Blij met de hulp.
RICK: Ja, de buurt is blij.
De buurt is veilig.
De mensen zijn veilig.
EMMA: Mooi verhaal.
Een mooi verhaal over een held.
Een verhaal over moed.
SOPHIE: Ja, een mooi verhaal.
Ik vind het mooi.
Ik lees het ook.
RICK: Tot de volgende keer.
Meer verhalen op Dutch Fluency, dutchfluency.com slash transcripts.
OefenenLees
Tekst
Modus
Audio
Pauze